Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Magic

Ik zie de wereld niet zoals hij is maar zoals hij zou kunnen zijn
Met een klein beetje magie

(vrij van Cinderella)

Magic Leap

 

‘Blended’ kennisdelen: samen bouwen en vertrouwen!

Ha Marcel

“We moeten meer samenwerken en kennisdelen”. Ik ben lang niet meer de enige die dat zegt. Ik hoorde het studenten deze week zeggen bij hun Living Lab presentatie, en dan het liefst multidisciplinair en interprofessioneel! Ik hoor docenten praten over diverse vormen van samenwerken in communities. Mijn collega’s van de dienst vragen erom. Ik las het deze week in diverse plannen en artikelen waar mijn feedback op werd gevraagd. Ach, het is zoveel gemakkelijk gezegd en geschreven dan gedaan.

Bij al die gesprekken en documenten vallen mij een paar dingen dingen op:

  • Velen leggen de verantwoordelijkheid van kennisdelen bij de ander. Ik ervaar weinig practice what you preach/teach. Wat is jouw rol dan? vraag ik dan. Kennisdelen en samenwerken zijn werkwoorden. Jij kan ook gewoon beginnen …
  • Als het gaat om delen van onderzoeksresultaten is de invloed van de wetenschappelijke uitgevers nog groot. Open onderzoek….Open Access…. De wereld van onderzoekers is toch nog erg behoudend en traditioneel (terwijl onderzoek aantoont dat 😉 ).
  • Aan de mogelijkheden van de technologie die deze activiteiten kunnen ondersteunen wordt nauwelijks gedacht. Het is ook binnen Zuyd steeds makkelijker om mobiel te werken en van een afstand te volgen wat er in je community gebeurt. De faciliteiten zijn er.

Onze vergadercultuur maakt het niet makkelijk om kennis te delen of te vinden. Zoals Wilfred Rubens op zijn blog De organisatie van ‘kenniswerk’ is een leerproces schrijft “organisaties moeten leren hoe zij verschillende media kunnen gebruiken voor verschillende doelen”. Er is niets mis met het gebruik van e-mail maar wel als je het gebruikt als samenwerktool. Of als het gebruikt wordt voor dringende berichten waardoor je het gevoel hebt dat je constant je mail moet checken. Hiervoor zijn andere tools (bellen 🙂 , even langslopen, wellicht de sms/whatsapp). Of een kennisdeel- en samenwerkingsplatform!

Linda Hendriks, programmamanager van Zuyd Professional die vindt het tijd voor verandering! 🙂 Als we het onderwijs aan de studenten default online gaan aanbieden (online als het kan, face-to-face als het moet) dan moeten het samen bouwen van Zuyd Professional ook anders. Ze heeft mij gevraagd om haar te helpen bij het slimmer samenwerken. Super leuk zo’n gezamenlijk leerproces!

Deze week heb ik het artikel Kennisdelen in je organisatie? 8 tips voor een dynamisch platform op Frankwatching gelezen en gedeeld. Ik vond het een herkenbaar artikel. Ik bekijk of we bij Zuyd Professional deze 8 tips ons ook ter harte nemen. Het implementeren van een online kennisdeel- en samenwerkomgeving is niet gemakkelijk. Samenwerken en kennisdelen gaan in de praktijk niet vanzelf. Er zijn nogal wat obstakels te benoemen.

  1. Focus. Formuleer een duidelijke doelstelling.
    Kennis delen en participeren op een online platform is geen natuurlijk gedrag. Velen hebben behoefte aan sturing. Waarschijnlijk is het gemeenschappelijk doel ‘ons in dezelfde mindset positioneren als wat we van onze studenten verwachten’ nog te vaag. Ik denk dat de doelen per werkgroep wel duidelijk zullen gaan worden.
  2. Ondersteuning vanuit het management (top-down)
    Die is er zeker! Linda is al een enthousiaste Yammeraar 🙂 Tijd en ruimte om deze andere manier van werken eigen te maken is wel een aandachtspunt. Ik denk niet dat er de eerste maanden veel tijdswinst te behalen is. In plaats vergadertijd hebben collega’s tijd nodig om deze manier van samenwerken eigen te maken. Online kennisdelen kost namelijk ook tijd!
  3. Betrek ambassadeurs (bottom-up)
    Ik ben nog op zoek naar early adaptors die medewerkers mee activeren. Help je mee, Marcel?
  4. Creëer een ‘culture of trust’
    De cultuur van een organisatie heeft grote invloed op de mate waarin mensen bereid zijn kennis te delen. We missen bij Zuyd het mechanisme om ervaringen te beschouwen, te delen en opnieuw te benutten. Het work & learn out loud principe ontbreekt.

    “Working out loud is working in an open, generous, connected way so you can build a purposeful network, become more effective, and access more opportunities.”
    John Stepper

    In het artikele van Frankwatching worden een aantal redenen genoemd waarom mensen huiverig zijn om kennis te delen:
    – het gevoel hebben dat ze geen waardering krijgen voor hun inzet/input;
    – bang zijn dat iemand anders er met de eer vandoor gaat;
    – vanuit competitieve overwegingen informatie liever voor zich houden;
    – bang zijn afgerekend te worden op het werk dat blijft liggen vanwege het investeren van tijd op een kennisplatform;
    – bang zijn voor verandering;

  5. Zorg voor de juiste kennisdeel- en samenwerkingsomgeving.
    We maken gebruik van de faciliteiten van Zuyd. Onlangs is gestart met de implementatie van Office365. Dit biedt mooie mogelijkheden voor online samenwerken. En totdat Yammer hierin geïntegreerd is, maken we gebruik van de huidige versie. Vooralsnog is iedereen uitgenodigd in een besloten Yammergroep. Het is belangrijk om binnen een veilige omgeving te starten.
    Of dit de juiste omgeving is, zal nog moeten blijken. We moeten oppassen voor te grote verwachtingen en niet te hoge eisen stellen aan de tools waarmee we online samenwerken en kennis delen willen faciliteren. Elke keus heeft zijn beperkingen.
  6. Wees geduldig.
    Dat is een lastige tip voor mij 😉 . We beginnen klein en stapsgewijs. Ik zal ondersteuning bieden. Als moderator zal ik proberen te stimuleren dat men elke dag iets te laten delen met wat men die dag gedaan heeft. En zo de inspiratie ervaren die dit oplevert:)
  7. Maak het leuk!
    Uiteraard! En volgens mij heb jij daar ook nog wel goede ideeën over.
  8. Betrek iedereen!
    Hèhè 🙂 Wil je meer online samenwerken en online kennisdelen dan is het belangrijk dat je daar afspraken over maakt. Iedereen moet op de hoogte zijn van de wijze waarop samengewerkt gaat worden Duidelijk communiceren over wat we willen bereiken.

Het is een leerproces waarin samen keuzes gemaakt worden. En het is niet zo dat ik de technologie wil pushen. Niet de technologie staat centraal maar de mens. Toch zal je het moeten ervaren en het gewoon doen om de mogelijkheden van online samenwerken en online kennis delen te zien.

Ik zie kansen!
Groet,
Judith

Promoveren & Werkgeversauteursrecht

Ha Marcel,

Je weet dat ik als informatieprofessional ook wel iets ‘heb’ met auteursrecht. Het merendeel van mijn activiteiten is inmiddels opgepakt door het Auteurechten Informatiepunt van Zuyd Bibliotheek. Ik ben/voel me in mijn streven naar meer ‘open’ nog wel nauw betrokken bij het thema Open Access. Daarom volg ik altijd nog met veel belangstelling de blogberichten van Raymond Snijders, senior informatiebemiddelaar van Hogeschool Windesheim. Raymond heeft onlangs een presentatie verzorgd bij de HBO Kennisbank (waar Zuyd ook bij aangesloten is. Je weet wel … waar studenten en medewerkers hun publicaties kunnen delen 🙂 ) over de auteursrechtelijke aspecten van het publiceren van scripties en onderzoekspublicaties in die HBO Kennisbank. In zijn blog hierover had hij het over het werkgeversauteursrecht. Wat is werkgeverauteursrecht? Ook daarover heeft Raymond uitgebreid geblogd.

Volgens de auteurswet is de maker van een werk ook de auteursrechthebbende. Echter, in artikel 7 Aw staat: Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd. 

En dan hebben we het over het vermaledijde werkgeversauteursrecht. En zoals Raymond schrijft:

Dit vormt daarmee ook de basis van de discussies over auteursrecht voor iedereen die werkzaam is in een hoger onderwijsinstelling. Een discussie die ook lastig te voeren is want artikel 7 Aw kun je makkelijk ‘omzeilen’ door te claimen dat het maken van een werk helemaal geen onderdeel is van jouw takenpakket. Of – en dit is een populair argument – door je te beroepen op het feit dat je dat werk in je eigen tijd gemaakt hebt. En niet in de baas zijn tijd.

Voor het hbo gelden deze argumenten echter niet want in de cao-hbo (PDF) een artikel E-7 opgenomen die expliciet stelt dat de hogeschool de auteursrechthebbende is. Het auteursrecht op werken in de zin van de Auteurswet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is. Of wordt verricht ten behoeve van de werkgever. Het maakt hierbij dan niet meer uit of je dat onder werktijd of in je eigen tijd gemaakt hebt, alleen maar of het in het verlengde ligt van je werkzaamheden.

Bron: Vakblog – http://rsnijders.info/vakblog/2016/05/14/auteursrecht-op-scripties/

Iedereen met een arbeidsovereenkomst op basis van de cao-hbo is werknemer. Jij en ik dus ook. Na het lezen van deze blogs moest ik aan jou denken. Wat hoe zit het dan als je als werknemer van een hbo-instelling onderzoek doet en promoveert? Omdat Raymond ook dé expert is op dit gebied, heb ik hem gevraagd:

Hi Raymond, hoe zit het dan met een werknemer van een onderwijsinstelling die binnen de instelling onderzoek doet en daarop promoveert. Valt dat dan ook onder het werkgeversauteursrecht? Lijkt me toch niet hè?

Zijn antwoord:

Toch wel, Judith. Zolang die werknemer een arbeidsovereenkomst heeft valt die daardoor onder het werkgeversauteursrecht en is de hogeschool feitelijk de auteursrechthebbende van de onderzoeksresultaten en -publicatie(s).

Er is geen enkele hogeschool die daadwerkelijk hier actie op onderneemt – voor zover ik het weet – en het zou ook bijzonder onpraktisch zijn om diverse redenen maar het is dus wel zo.

In de praktijk is de discussie over wie het auteursrecht heeft op kennisproducten van werknemers ook knap zinloos. Zodra er delen van werken van anderen in een publicatie of leermiddel wordt gebruikt of er bijvoorbeeld wordt samengewerkt met anderen (onderzoekers, docenten maar ook bedrijven) wordt de discussie over auteursrecht zeer complex. Vandaar dat het ook veel handiger is om als hogeschool afspraken te maken wat je wilt dat er met die kennisproducten gaat gebeuren. En dan beleid te maken om dat te realiseren.

Bij Windesheim ligt er een publicatiebeleid dat (open access) publiceren wil stimuleren en expliciet onderzoekers de ruimte geeft om zelf alle afspraken hierover te kunnen maken met leidinggevenden maar ook uitgevers. Inclusief auteursrechtelijke zeggenschap over hun eigen werken.

Bron: Vakblog – http://rsnijders.info/vakblog/2016/05/17/auteursrecht-open-access-hbo-kennisbank/

Je hoeft niet erg veel zorgen te maken. Gelukkig. Toch blijft het een vreemd artikel in onze cao-hbo. Voor universitair docenten geldt dit namelijk niet. Indien hogescholen onderzoek steeds belangrijker vinden, steeds meer lectoraten instellen, is het misschien toch eens goed naar deze artikelen te kijken.

In zijn reactie heeft Raymond het over een publicatiebeleid. Ook daar heb ik jaren geleden al veel tijd en energie gestopt om dat van de grond te krijgen. Ik was verheugd om in het Jaarplan van Dienst O&O te lezen dat team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek dat nu oppakt. Open Access is zoals je weet ook een speerpunt van staatssecretaris Dekker die vindt dat alle wetenschappelijke publicaties in 2024 vrij toegankelijk en gratis online beschikbaar moeten zijn. Als dat publicatiebeleid er bij Zuyd is, zal er veel aandacht moeten blijven voor bewustwording en advisering op dit gebied. Velen zijn toch onbewust onbekwaam op dit gebied. Het is en blijft een weerbarstig thema in onze wereld van alles ‘gratis’ vinden op internet.

Tot slot nog deze tips voor jou. Ik las over je PhD-activiteiten. De Universiteit Maastricht heeft deze week haar vernieuwde website gelanceerd. de new look van hun thesis portal zie er erg mooi uit. Misschien heb je er wat aan.thesisUM

Groet,
Judith

Social Learning #blogkermis

Ha Marcel,

In mijn Feedlykrantje las ik een blogbericht van Joitske Hulsebosch over een Blogkermis Social Learning. Nou is ‘social learning’ een onderwerp waar ik warm voor loop en een blogkermis is zo leuk maar te lang geleden (5 jaar!) dat ik daar nog een keer aan meegedaan heb. Dus waarom niet? Joitske wilde door te bloggen over voorbeelden het gesprek aan gaan over wat social learning wel en niet is.

Wat is een blogkermis ook al weer?

Een blogkermis (of blog carnival) is een verzameling postings rond een thema met als doel een aantal bloggers bij elkaar te brengen. Iemand start een onderwerp, en daarop wordt door verschillende bloggers binnen een bepaalde tijd geantwoord in de vorm van een posting. Meestal met link naar die originele oproep, en na verloop van tijd worden de postings verzameld in een overzicht

Van die dingen #Zuydkermis

En bij een blogkermis hoort voor mij dit plaatje 🙂

Voor deze bijdrage heb ik weer eens door mijn blogberichten over social learning gescrolled. Voor mijn Master Leren en Innoveren heb ik een artikel geschreven over Social Learning en ben ik de dialoog aangegaan met mijn studiemaatje nav haar masteronderzoek ‘informeel leren door hbo-docenten’. Na het volgen vande MOOC Social Learning was mijn conclusie al dat er heel divers over de term ‘social learning’ wordt gesproken. En ja al het leren het leren is sociaal, er bestaat niet zoiets als niet-sociaal leren. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ging Bandura in zijn Social Learning Theory er al van uit interactie belangrijk is voor leren. In de MOOC Social Learning werd social learning/sociaal leren ook geïnterpreteerd als informeel leren. Volgens mij komt dat omdat met zowel informeel leren als ook social learning vaak samen leren bedoeld wordt. Informeel leren is het leren in een niet formele onderwijssetting. Social learning kan volgens mij dan ook plaatsvinden in een formele onderwijscontext. Als daar ruimte voor gecreëerd wordt dan.

Social learning heeft voor mij nadrukkelijk te maken met participatie in sociale media. Mijn interpretatie van social learning vraagt om in een bepaalde mate van openheid relaties op te bouwen, om vrijelijk open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk.

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.
-Maria Conner-

Het gaat bij social learning niet om de sociale media tools maar over ontwikkelingen als samenwerken, kennis delen, openheid en verbinding. De Leeuwe & Rubens (2015) definiëren social learning in hun publicatie als “samenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt”.

Het inzetten van sociale media bij leer- en werkprocessen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. De open cultuur en de snelheid waarmee deze veranderingen plaatsvinden, vragen van docenten en studenten om een nieuwe toolset, mindset en skillset. Uit mijn onderzoek (2015) bleek dat veel hogeschooldocenten hun digitale competenties ten aanzien van online samenwerken en open kennis delen niet hoog inschatten. Mijn respondenten uit mijn onderzoek waren wel gemotiveerd om ict in te zetten voor leren en professionaliseren alleen zij zagen nog geen mogelijkheden en kansen (tijdgebrek!) om met sociale media hun kennis open te delen en samen te werken.

Het samen leren en werken in communities is bij mijn hogeschool een centraal thema. Het bij elkaar komen kost echter tijd. Veel tijd. Als adviseur rondom leren en lesgeven met ict laat ik regelmatig de mogelijkheden van online samenwerken zien. De faciliteiten en tools zijn er immers. Dezelfde tools kunnen ook gebruikt worden om kennis te delen. Maar zoals ik ook altijd zeg: samenwerken en kennis delen zijn werkwoorden. Het is een kwestie van DOEN! En van een kwestie van een lange adem. Ik hou mij vast aan mijn adagium: Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder”.

Sinds 2009 blog ik via ons duoblog over leren en lesgeven met ICT, waarbij verbinden en kennis delen met behulp van sociale media een centrale rol speelt. Het kost mij ook tijd om een social learner te worden en te blijven. Ik blijf het doen om dat het mij veel positieve energie oplevert. Kennis delen met bekenden en onbekenden in mijn netwerk is gewoon leuk! Daarnaast is het onlosmakelijk verbonden met mijn professionele ik. Professional ben je niet alleen, zo veel is zeker. En leren blijf je. Zeker als je ook nog in een onderwijsomgeving werkt.

Mijn meest favoriete social media tools? WordPress-Twitter-Feedly.
Een blog schrijven doe ik niet even tussen door, veelal gebeurt dit in privé-tijd.  Maar mijn buitenboordbrein is mij dierbaar. Voor mijn netwerkactiviteiten, maar vooral ook als zelfreflectie op mijn professionele leven.
Twitter doe ik vooral tussendoor. Even mijn timeline checken. Een update posten. Al mijn tweeps heb ik in een twitterlijstje ondergebracht. Een paar lijstjes check ik dagelijks omdat deze tweeps voor mij interessante updates posten.
Feedly is mijn persoonlijk krantje. Vele blogs volg ik via RSS. Even koppen snellen ’s avonds op de bank. De blogs waarmee ik nog iets wil doen stuur ik naar Pocket, of ik plaats en deel ze via Scoop.it.
Uiteraard check ik ook regelmatig mijn Facebookaccount (vooral privé-gebruik), LinkedIn (zakelijk), Yammer (werk). Daarnaast zijn er nog wel wat tools en platforms die ik zo nu en dan voor mijn werk actief gebruik.

Op de valreep (deadline is 16 mei) mijn bijdrage aan de blogkermis social learning. De link naar dit blog plaats ik op verzoek ook in de LinkedIngroep LOSmakers. Na 16 mei maakt Joitske een samenvatting van alle bijdragen. Ik ben benieuwd of uit deze blogkermis duidelijk wordt wat social learning is.

Groet,
Judith

Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.

Hallo Marcel,

Tijdens de afgelopen zonnige dagen heb ik het boek Je binnenste buiten: over professionele identiteit in organisaties van Manon Ruijters en collega’s  gelezen. Nou ja, al doorbladerend stukken gelezen dan 😉 . Het boek telt bijna 500 bladzijde!

In onze veranderende samenleving waar in alles sneller, beter, scherper, anders moet en complexer is, is het belangrijk te weten wat je basis is, waar je van bent, waar je in gelooft, wat onvervreemdbaar van jou is en je kleur geeft, zo staat op de achterkant van het boek. De boeken van Manon Ruijters (Canon van het leren en Liefde voor leren) heb ik regelmatig geraadpleegd tijdens mijn masterstudie Leren en Innoveren. En dit is er ook weer zo eentje die volgens mij in de kast van elke MLI/MLE student in de kast moet staan.

Als lector is Manon Ruijters verbonden aan het lectoraat Professionele identiteit en organisatieontwikkeling bij Stoas Vilentum Hogeschool.

Als je in een onderwijssetting werkt waar de core business is professionals op te leiden dan is het ook belangrijk te werken aan je professionele identiteit, als onderwijsgevende, en ook als adviseur van onderwijsgevenden. Ten minste dat vind ik.

jebinnenstebuiten

Ik herken de zoektocht in het boek naar weten wat ik doe, waarom ik het doe en waarvoor ik het doe. Zeker nu de vraag naar ondersteuning en advisering op mijn aandachtsgebied van leren en lesgeven met ict alleen maar toeneemt. En het aantal professionals die bij deze vragen kunnen helpen en ondersteunen binnen onze organisatie alleen maar afneemt, stel ik me die vragen stellen. We willen meer in minder tijd met minder mensen (kostenreductie agv oop reductie). In mijn eentje kan ik die veelheid van vragen niet aan. Dus wat is mijn professionele identiteit?

Het boek is voor mij vanuit verschillende invalshoeken interessant. Om de vraag te beantwoorden wat mijn eigen professionele identiteit is. Maar ook uit mijn betrokkenheid met (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd. Welke investeringen in professionalisering levert ook professionaliteit op? Er wordt gesproken over professionele ruimte, maar door allerlei oorzaken (vermoeidheid, onduidelijkheid) wordt deze niet ervaren cq gepakt. We vragen meer zelfsturing in minder bewegingsruimte, want de druk bij docenten door allerlei ministeriële dictaten (masterverplichting, bko, bke/ske) loopt alleen maar op.

Geeft het boek oplossingen? Nee. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen, dat kan ook niet, ieder mens is immers uniek. Het boek biedt wel handvatten  en richtlijnen (door vragen om over na te denken via de ontwikkelnotities) om met professionele identiteit aan de slag te gaan. Het lezen/doorbladeren van dit mooi vormgegeven boek was een aangename wandeling door filosofie, psychologie, sociologie, neurowetenschap. Met ook aandacht voor de invloed van technologische ontwikkelingen op de identiteit. Er waren vele herkenbare ontmoetingen zoals met Simon Sinek (the golden circle), Bakker & Akkerman (boundary crossing), Schön (kritische zelfreflectie), Argyris (double loop learning), Pedler (actieleren), Csikszentmihalyi (flow), Deci & Ryan (motivatie), Fuller, Hattie, Illeris, Weggeman. En ik heb kennisgemaakt met nieuwe denkers en wetenschappers over thema’s als bezieling, erkenning, wijsheid. Ik heb meer gelezen over de rol van autonomie en autoriteit, over hybrid professional (een professional op grens van 2 professies, zoals een teamleider), over frontlinieprofessionals (professionals die werken in direct contact met hun klanten, zoals de docent met studenten, en ruimte hebben om eigen gedragskeuzes te maken) , over kinderheldenmoed, de bezielde organisatie. Het boek wemelt van de mooie citaten zoals over het koesteren van de ziel van Alain de Botton: “in ons dragen we een kostbare, kinderlijke, kwetsbare kern, die we zouden moeten voeden en koesteren op zijn veelbewogen reis door het leven” (p. 359).

“De huidige professional is een lerende professional en het werken aan en met professionele identiteit verdient een eigen plek binnen de professionele ontwikkeling, zowel individueel als binnen organisaties” (p. 275).

“Professionele identiteit draagt bij aan zelfsturing, veerkracht, wijsheid en excellentie”(p. 55). Dat betekent, reflecteren op wat mij bijzonder maakt, wat jou bijzonder maakt. Tijdens en na de master ben ik op zoek gegaan naar mijn drijfveren, die heb ik gevisualiseerd in deze mindmap. In het boek is te lezen dat vanuit individueel standpunt het wenselijk is om dit te

* verkennen en expliciteren;
* onderhouden; en
* in te zetten bij belangrijke keuzemomenten.

Vanuit organisatie standpunt is aandacht voor professionele identiteit van belang, zoals:

* De professionele leergemeenschap die beter wil weten waarvoor men staat.
* Het team van professionals dat een transformatie doormaakt.
* Het team van professionals dat samenwerkt aan een innovatie.

Professional/professioneel komt van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’. Een professional wil openlijk zichtbaar kwaliteit leveren. “Een professional is iemand die ervoor kiest en zich erop toelegt om, met behulp van specialistische kennis en ervaring, klanten op een competente en integere manier steeds beter van dienst te zijn. Daarbij maakt hij gebruik van en draagt actief bij aan een community van medeprofessionals die het vak bij voortduring ontwikkelen” (Ruijters & Simons, 2014) (p.317).

Professional ben je niet alleen, zo veel is zeker. En leren blijf je. Dat laat onderstaand figuur mooi zien.

lerendeprofessional

De lerende professional (figuur p.94)

“Professionele identiteit vormt een ankerpunt in verandering, zorgt dat je weet van waaruit je afwegingen maakt en tot beslissingen komt, dat je stevig staat bij tegenwind, dat samenwerking soepel verloopt en keuzes in je loopbaan of dilemma’s in je professionele bestaan een basis hebben van waaruit ze verkend kunnen worden.” (p. 150)

Ruimte voor ont-moeten
Wil je duurzaam ontwikkelen dan is het van belang om vaker je hoofd op te ruimen in plaats van het vol te stoppen (p. 154). We moeten zoveel: vanuit organisatiebelang met kwaliteitseisen en veranderingen. We zijn uit balans. Er is ook aandacht nodig voor werken vanuit je eigen opvattingen en kwaliteiten, voor het spiegelen van je opvattingen met vakgenoten, om je te laten inspireren. Voor ontmoetingen.

Op basis van literatuur en onderzoek is het PI-model ontwikkeld. Het gedachtegoed van het PI-model is ook te lezen op de website bij dit boek www.professioneleidentiteit.nl. In onderstaande afbeelding wordt het model verbonden met organisatieontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling.

PI-model

PI-model gekoppeld met vormen van leren en professionaliseren (figuur p. 239)

Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden
We vragen een andere manier van werken (zie HILL-model van Filip Dochy) van docenten (verandering van kennisbrenger naar coach van leerprocessen, reflecteren, ict-docentprofessionalisering, online samenwerken en kennisdelen). Dat betekent een fundamentele verandering in hun professie en een zoeken naar hun professionele identiteit. Dit kan je niet met een vaardigheidstraining je eigen maken. En verplichten helpt sowieso niet in een leerproces. Dit betekent dat wij als professionele leergemeenschap ons moet afvragen wat een goede docent is binnen het onderwijs dat wij als Zuyd willen aanbieden. Net zoals opleidingen met de beroepspraktijk bespreken welke competenties de toekomstige professional moet hebben, zullen wij als Zuyd docenten, als professionele leergemeenschap de vraag moeten stellen welke competenties hebben wij als docenten nodig om onze (jong) professionals hierin te begeleiden? We hebben het wel over professionele identiteit van onze studenten, over waarde en normen, over beroepsidentiteit, dan hebben we het ook over Bildung. En over onze eigen Bildung.

Zonder crisis geen groei
“Als het ons niet lukt een ervaring te begrijpen als we het niet kunnen plaatsen, dan hebben we de neiging terug te vallen op ‘tradities’, op verklaringen van autoriteiten of op psychologische mechanismen, zoals projecteren en rationaliseren” (Mezirow) (p. 302)

Het gaat bij (leven lang) leren niet alleen om hoe de transfer plaatsvindt maar ook om als professional te leren welke keuzes je maakt in de toenemende veranderingen, ontwikkelingen en samenwerkingsrelaties. Professional zijn, is een keuze. De organisatie kan hierbij ondersteunen door te werken aan de collectieve identiteit.

Het boek heeft me al lezend en bloggend nieuwe inzichten geboden, en bestaande bevestigd. Herkenbaar ook, omdat vele praktijkvoorbeelden in het boek uit de onderwijswereld komen. Een boek om nog eens naar terug te pakken en stukken te herlezen. Lees hier de blogpost van collega Ilse Meelberghs over dit boek.

Groet,
Judith

#notetoself (uitstapjes via de lezersnotities)

lifedancing