Lang leve leren
Marcel, heb jij al eens gehoord van De Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) . Ik kwam deze website per toeval tegen omdat ik geïnteresseerd was in een publicatie over hoe technologie ons leren beïnvloedt. STT rondt jaarlijks 3 toekomstverkenningen af. Ze hebben ook een project over datagedreven leven.
66 Topbestuurders en managers uit het bedrijfsleven, onderwijs, overheid, wetenschap en het ‘maatschappelijk middenveld’ zijn via een Delphi methode (lijkt veel op onze GCM-study) naar hun toekomstverwachtingen tav onderwijstechnologie (EduTech) ondervraagd. Met als doel het analyseren van toekomstbeelden waarover wel en geen consensus bestaat.
De respondenten zijn wel techo optimisten hoor 🙂
Zij zien Virtual Reality, Kunstmatige Intelligentie, MOOC’s én Learning Analytics (!) als breakthrough technologies. Per kerncomponent (lerende, docent, onderwijsinstelling, curriculum, leeromgeving, toetsen) zijn toekomstbeelden voorgelegd. De respondenten hebben aangegeven wat ze wenselijk vonden en binnen welke tijd dit gerealiseerd zal zijn.
In tegenstelling tot sommige onderwijsonderzoekers (zie mijn vorig blog) vinden deze bestuurders 21st century skills wel belangrijk 🙂 Alhoewel het niet is weggezet tov kennis. Het uitgangspunt van deze toekomstverkenning was leren en niet onderwijs. Leren als proces en niet als product (de kennisoverdracht). En hebben de beschrijving van sociaal-constructivist Bruner daarbij gehanteerd
Leren gaat om een onafgebroken proces van participatie waarbij we interacteren met de wereld en deze proberen te begrijpen.
Voor deze respondenten blijft belangrijk:
- De menselijke maat blijft nummer 1
- Een leven lang leren moet voor iedereen mogelijk zijn
- Voorkom dat er een ‘one-size-fits-all’ benadering komt
- Focus bij invoering van onderwijstechnologie op docenten
- De infrastructuur moet op orde zijn
Ik kan me hier wel in vinden 🙂
Na achterlaten van je e-mailadres is de publicatie te downloaden.
Groet,
Judith
Onderwijsonderzoek is mensenwerk
De beste leraren vertellen je wel waar je moet kijken, maar niet wat je moet zien.
Alexandra K. Trenfor
Hallo Marcel,
Begin december, tijdens de gezamenlijke kenniskring van de 4 onderwijslectoraten van Zuyd was het thema: “wat kunnen wij als kenniskringen doen om de samenwerking met faculteiten en opleidingen binnen Zuyd te bevorderen?”
Toen ik de uitnodiging kreeg voor deze bijeenkomst had ik net het blog Over de tegenstrijdigheden in onderwijsonderzoek, en mogelijke alternatieven van Hartger Wassink gelezen. Ik vond het een goed evenwichtig blog. Onderwijs is complex, schrijft Hartger, alles draait om relaties (“ieder gevolg is weer een oorzaak van iets anders”). Het is daarom moeilijk om algemene uitspraken te doen nav onderwijsonderzoek. Daarnaast zit er ook een sterke normatieve kant aan onderwijs. Het draait om mensen. Iedere keuze die we maken als docent, als student of als onderzoeker is ook een morele keuze. Als onderzoekers moeten we ons bewust zijn van deze dimensies. Hij bepleit dat we uit moeten gaan van de handelingspraktijk van onderwijs. (Is het onderzoek dat wij uitvoeren in de onderwijslectoraten betekenisvol genoeg voor Zuyd?). Mijn conclusie was ook dat we meer het gesprek aan moeten gaan wat een ieder ‘goed onderwijs’ vindt.
Maar wel met respect voor elkaar alsjeblieft. Ik zie nu zoveel moddergooien tussen onderwijsonderzoekers dat ik er plaatsvervangende schaamte van krijg.
Zo reageerde Monique Marreveld in Didactief Online Onderwijsonderzoek is niet voor luiwammesen erg gepikeerd op Hartger Wasskink’s blog. Hartger vraagt zich open af wat we met het onderwijsonderzoek in de klas kunnen. En hij probeert daarvoor alternatieven aan te dragen. Zoals docenten en studenten mede-onderzoekers te maken (Goed bezig Marcel 🙂 ). Ik vind het goed idee om daar eens naar te kijken. En niet te blijven hangen in ‘kennis is macht’-discussie zoals die onlangs door Eric Meesters, Sarah Bergsen en Paul Kirschner is aangewakkerd door hun blog De holle retoriek van 21st-century skills. Die ik op verschillende blogplatforms tegenkwam. En me mateloos aan ergerde.
De voortdurende nadruk in onderwijsland op generieke vaardigheden brengt de positie van vakkennis in gevaar en heeft een negatieve invloed op de onderwijskwaliteit, betogen Erik Meester, Sarah Bergsen en Paul A. Kirschner. ‘We moeten de beschikking over kennis, bijvoorbeeld via internet, niet verwarren met het bezit van kennis.’
Kennis is belangrijk, daar hebben ze een punt. En volgens mij sluit kennis belangrijk vinden het belang van 21st century skills niet uit. Onderwijs bestaat toch uit meer dan kennisoverdracht? Volgens mij is onderwijs (én onderzoek) meer. Het betekent ook aandacht besteden aan normen en waarden die van belang zijn om te functioneren in de samenleving. Dit zijn volgens mij vaardigheden die we nu scharen onder 21st century skills. En dat die behalve de ict-gerelateerde niet echt ‘des 21e eeuws’ zijn, is een oude discussie.
Het is meer het taalgebruik en dedain waarmee de schrijvers hun mening naar voren brengen. Alsof onderwijsonderzoekers alleen de waarheid in pacht hebben. En de docenten die voor een groep staan niet weten wat wel en wat niet werkt in hun groep. Die het belang van 21st century skills inzien of onderzoekend/ontdekkend leren stimuleren. Omdat het wetenschappelijk niet aangetoond is dat generieke vaardigheden bestaan of dat alleen directe instructie een effectieve methode is? Mijn onderwijsonderzoekervaring is maar beperkt. Ik weet dat onderzoek wetenschappelijk wordt genoemd als het volgens een bepaalde methode is uitgevoerd en controleerbaar is. Dat betekent nog niet dat het juist is …. Onderwijsonderzoek valt niet te generaliseren, toch? We zitten niet in een laboratorium setting. We hebben te maken met mensen.
De gezamenlijke kenniskringen (zie begin van mijn blog) vroegen zich af hoe ze beter kunnen doen om gezien en gevraagd te worden. Mijn belangrijkste conclusie na die dag (en ook na alles wat ik hierboven gelezen heb) is: Verbind al die eilandjes eens. Tussen de onderwijslectoraten onderling, tussen onderzoek en onderwijs (docenten én studenten). Door (ook online!!) zichtbaar te zijn in de organisatie. Door te investeren in relaties. Blijven delen, op verschillende manieren, in verschillende vormen met verschillende mensen; de kracht zit in de herhaling. En neem als onderzoeker verschillende rollen in zodat je meer begrip krijgt voor de ander.
Judith
Alles wat we horen is een mening, geen feit. Alles wat we zien is een perspectief, geen waarheid
Marcus Aurelius (121-180)
Een verhaal over onderwijsvernieuwing
Hi Marcel,
Je weet dat ik de blogs van Ilse Meelberghs, de lerende docent (wat een geweldige blognaam hè) trouw lees. Ilse is docent bedrijfseconomie bij Zuyd. Op haar blog neemt ze ons lezers mee in haar denkproces over waarom ze de dingen doet zoals ze doet. Ze durft dan ook heel kwetsbaar te zijn. Ik vind dat lef hebben.
De afgelopen jaren heeft Ilse geblogd over een onderwijsvernieuwingsproces van haar opleiding. Ik ben zeer geïnteresseerd in haar verhaal vanuit mijn werk als onderwijskundig adviseur bij de Dienst O&O. Tevens zijn we als cluster nauw betrokken bij het Programma Succesvol Studeren, dat het doel heeft studeerbaarheid van bachelorprogramma’s van Zuyd te verbeteren. Van elk veranderingsproces kunnen we leren, vind ik.
Haar faculteit is enkele jaren geleden aan de slag gegaan met na te denken over een visie op onderwijs. Ruim een jaar geleden is in een visiedocument vastgelegd dat zij gaan opleiden vanuit kernwaarden: verbindend, grensverleggend en toekomstbestendig. In dat document staat hun visie op leren geformuleerd:
Samen duurzaam ontwikkelen in een uitdagende praktijkgerichte financiële omgeving zodat de student met zijn deskundigheid, passie en talent kan werken aan zijn eigen toekomst en kan bijdragen aan de veranderende maatschappij. Dit doen wij door te werken vanuit onze kernwaarden.
In hun didactisch model staat de authentieke beroepsvraag en een kennisleerlijn centraal. Zij werken samenwerkend in een learning community. Tevens is een visie op toetsing geformuleerd waarbij de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: ontwikkelingsgericht, individueel borgen en integratie. Er is gezorgd voor een coherent toetsprogramma. Vervolgens is deze visie vertaald in een curriculumboek dat in januari 2017 klaar was. Hierin zijn de niveaubeschrijving van de eindkwalificaties (het wat) beschreven.

In januari 2018 start na de gemeenschappelijke propedeuse de kennisleerlijn en communityleerlijn van het nieuwe curriculum. Ilse is het eerste semester van dit studiejaar samen met haar collega-docent bedrijfseconomie (als enige) al gestart met de nieuwe werkwijze voor de kennisleerlijn. De nieuwe werkwijze houdt in dat de 2 docenten samen met 50 studenten in één lokaal zitten. De studenten werken samen in groepjes van 4 en krijgen 1x per week 2,5 uur achter elkaar les. De grote groep is een gevolg van de keuzes voor werken in een community, co-teaching en om zo continue bij te dragen aan de professionele identiteit van de student, de professional in verbinding, grensverleggend en toekomstbestendig.
Co-teaching is geen gemakkelijk aanpak. Het vraagt een omslag van solowerk naar teamwork. Je moet je co-teacher goed kennen. Je moet inzicht hebben in je eigen stijl van lesgeven. Het vraagt om een openheid om feedback te geven en te ontvangen. Een soort van intervisie. Voor deze aanpak is het nodig dat docenten goed de inhoud van de les afstemmen. Co-teaching betekent dat 2 docenten in een gelijkwaardige relatie samen gedeeld verantwoordelijk zijn. Zo zijn de docenten rolmodel voor de aankomende professional vanuit de kernwaarde in verbinding.
Ilse en haar collega hebben na het eerste kwartaal deze aanpak met de studenten geëvalueerd. Studenten waren niet onverdeeld enthousiast. Ze vinden de lessen te lang, de groep te groot. Waarom de groep niet in twee splitsen? De docenten hebben teruggekoppeld waarom voor deze aanpak (vanuit de onderwijsvisie) is gekozen. In het blogbericht Staan voor de visie beschrijft Ilse welke feedback zij hebben ontvangen op basis van enquête en wandelgangen. Dapper om groepen studenten die in de weerstand zitten te vertellen waarom je de dingen doet zoals je ze doet. En soms hoeft het niet altijd leuk te zijn.
Begin volgend jaar gaan al haar collega’s ook op deze manier werken. Het lijkt me nogal een cultuuromslag. Wat heeft dit voor impact op het team? Waar ligt de collectieve ambitie? In haar oratie ‘Leren in verandering. Over lerende organisaties, professionele teams en goed werk‘ stelt Manon Ruijters dat teams steeds meer zelf bepalen wat nu eigenlijk ‘goed werk’ is. Dan gaat het over het vinden van de gezamenlijke norm, omgaan met diversiteit, integriteit en authenticiteit én de aandacht van leiders voor het collectieve leren. Het gesprek hierover is wezenlijk. Een professional, zo stelde Albert Weishaupt, lector Professionele Onderwijsorganisaties van Stenden al eens, gaat op een publiek te verantwoorden manier om met waarden en normen (zie mijn blog over een bijeenkomst van Docentenberaad). Manon Ruijters noemt dit ‘professionals met praktische wijsheid’. Zij stelt ook dat mentale flexibiliteit niet kunt trainen, dat kost tijd, vraagt ervaring, groei, worsteling en niet weten. Veranderprocessen kan verstarring oproepen in plaats van beweging. Daarom is aandacht schenken aan professionele identiteit voorwaardelijk. Zie het mooie boek van Manon Ruijters over Je binnenste buiten. Een ander goed document in dit verband is het manifest ‘Leraren en het goede leren. Normatieve professionalisering in het onderwijs’ waarover ik ook al eerder geblogd heb. Wat een team goed onderwijs vindt zal elke keer weer in dialoog bepaald moeten worden. Want elke onderwijsprofessional heeft zo ook zijn/haar eigen pedagogische opvattingen over onderwijs: student-gecentreerd of docent-gecentreerd. Hierover heeft Evelien van Limbeek op ons TOL-blog onlangs geblogd al ging dit meer in relatie tot het gebruik van bepaalde technologieën.
Een curriculumverandering is een complex en uitdagend proces dat heeft Ilse in haar blogs laten zien. Ik vind het een mooi en dapper verhaal van deze faculteit dat ik graag wilde delen. Ik zal het zeker doorgeven als voorbeeld doorgeven aan het programma succesvol studeren.
Had jij bij jouw faculteit ook geen ervaringen met co-teaching? #dtv 🙂
Groet,
Judith
Zuyd websites voor het (her)ontwerpen van blended onderwijs
Ha Marcel,
Sinds de zomer heb ik minder geblogd op 2beJAMmed dan dat je van mij gewend bent. Het is niet dat ik niet met WordPress bezig ben geweest. Integendeel! Sinds april ben ik heel veel met mijn andere blogs/websites bezig geweest.
Naast ons duoblog beheerde ik o.a. dingen@zuyd en het blog van de ICTO-adviseurs. Als gevolg van een beleidsverandering bij FB-ICT moesten deze WordPress-omgevingen elders ondergebracht worden. WordPress was nooit een applicaties waarvoor functionele ondersteuning was ingeregeld. In al die jaren was ik afhankelijk van mijn collega’s van FB-ICT voor ondersteuning terwijl ze daar formeel geen uren voor hadden. En daar ben ik hen nog steeds heel dankbaar voor!
Dit voorjaar heb ik samen met Dienst Marketing en Communicatie en de externe partij een Zuyd WordPress-template ontwikkeld. Op basis van mijn ideeën heeft onze grafisch vormgever een ontwerp gemaakt dat op 3 nieuwe websites is toegepast. Nav de ervaringen in de pilot heeft M&C een menukaart opgesteld waarin rollen, verantwoordelijkheden, voorwaarden en kosten zijn beschreven. Zuyd medewerkers kunnen bij deze dienst dit document opvragen.
tol.zuyd.nl
De website van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren was de pilot. In de oude situatie kon ik zelf plugins installeren en uitproberen, nu moet dat in afstemming met externe leverancier. Dat kost veel tijd, heel veel tijd en geduld. Dat is lastig voor zo’n pietje precies en juffertje ongeduld als ik 😉 . Hoewel ik over een paar dingen nog niet tevreden ben, ben ik al wel heel trots op het resultaat.
Op deze website werken we met 7 kenniskringleden. Afstemming met 2 is al een dingetje, laat staan met zeven. Maar we hebben wat goede afspraken gemaakt. Ik hou voorlopig nog de eindregie zodat het in ieder geval qua kleurstelling, gebruik van hyperlinks, tags, categorieën en (uitgelichte) afbeeldingen volgens afspraak gaat.
Een ander project was de Dingen@Zuyd actualiseren. Deze kennisdeelomgeving rondom onderwijstools heb ik in 2010 opgezet als cursus, gebaseerd op de 21edingen van SURF. De cursusopzet is nooit echt van de grond gekomen, maar het werd in de loop der jaren wel veel gebruikt als kennisbank van leertechnologieën. Samen met Didi en Alexandra hebben we de afgelopen maanden veel tijd en energie gestoken in de nieuwe opzet. De leertechnologieën die op deze website zijn beschrijven zijn nu ingedeeld volgens de niveaus van Bloom.
digitaledidactiek.zuyd.nl
Vergelijkbaar, maar toch net weer wat anders. De website is nog niet helemaal klaar maar goed genoeg vond ik. Morgen wordt deze gelanceerd via de Nieuwflits. Helaas zijn alle hyperlinks naar Dingen@Zuyd gebroken. Ik had de abonnees via een berichtje geïnformeerd. Ik hoop dat zij hun weg vinden naar deze nieuwe kennisdeelomgeving. Het url van Dingen@Zuyd bestaat niet meer. Een redirect zat er niet in.
Er ligt nog één klusje. Ook het weblog van de icto-adviseurs heeft een nieuwe naam en URL gekregen: onderwijsontwikkeling.zuyd.nl
Deze website heeft nog niet het nieuwe jasje. Dat komt binnenkort.
Niet door mij ontwikkeld, maar wel zijdelings bij betrokken is de website Curriculumontwikkeling in het hoger onderwijs van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs van Zuyd. Sylvia Schoenmakers en Frits Simon hebben een literatuurstudie uitgevoerd naar recent onderzoek over curriculumontwikkeling en vertalen op deze website de resultaten in begrijpelijke en praktische richtlijnen voor diegenen die bezig zijn met de ontwikkeling van onderwijs. Ook deze website is gericht op medewerkers van Zuyd maar kan net als de eerder genoemde websites ook gebruikt worden door collega’s in het hoger onderwijs.
Het opzetten van de websites heeft me heeeel veel (vrije)tijd gekost. Het is dat ik dit fröbelwerk zo leuk vind 🙂 Niet alleen leuk. Ook belangrijk. Mijn drijfveer is natuurlijk open kennis delen. Ik hoop dat de informatie op deze blogs een ondersteuning zullen zijn voor de Zuyd docenten bij (blended) onderwijs (her)ontwerpen van Zuyd. Voor hen en de studenten doe ik het (samen met mijn collega’s) uiteindelijk allemaal voor.
Heb je tips, suggesties of feedback? Graag! Deel ze met mij!
Groet,
Judith








