Auteursarchief: Marcel Schmitz

The Gameful World – Het manifest van the Ludic Century

Grijns Judith,

Wederom een verhaaltje uit het grote boek 😉 The Gameful World. De editors geven het woord allereerst aan Eric Zimmerman (twitter, blog) en niet zomaar. Zimmerman maakt een retake op zijn manifest over the Ludic Century. Na de information century komt nu de ludic century. Zeer bedreven, lees vooral het blog erover of het hoofdstuk in het boek. Maar voor de echte liefhebber volgt hieronder een debat rondom het manifest:

https://vimeo.com/82290243

Enjoy and zodra ik er klaar voor ben zal ik ook inhoudelijk reageren en me bemoeien met “the debate”. Maar ik voel me nog niet “scholarly” genoeg at the moment.

Groet Marcel

 

Reactie op: Open Leerruimtes en de rol van de bibliotheek

Ha Judith,

In je blog Open Leerruimtes en de rol van de bibliotheek vraag je om mijn mening met betrekking tot de invulling van onze leerruimtes en de rol die de mensen van de bieb kunnen spelen hierin. Ik vind het lastig om ver in de toekomst te kijken rondom de leerruimtes. Ik zie een hololens, een mobiele telefoon en een aantal beeldschermtafels en wanden voor me. Holodeck-achtig in te richten omgeving, waarbij je in het fysieke gedeelte mensen kunt ontmoeten. Koffiedrinken, kletsen, eten, spelen, lezen, vergaderen. Vooral met elkaar.

Maar eerlijk gezegd had ik al gedacht dat we daar zouden zijn. En wat zie ik dan in de praktijk: onze ruimte waar studenten en docenten door elkaar kunnen werken wordt in principe alleen nog door studenten gebruikt. De vraag, maar ook het aanbod van en voor onze mediamuur is beperkt. Hebben we als Zuyd ruimte om (startende) ondernemers bij ons op locatie te laten werken?

En de bibliotheek, die probeert te veranderen dat zie ik wel. Maar krijgen ze de ruimte om dat zo snel te doen als dat nodig is. Naast voorlopers moeten ze ook overtuigers worden, aangezien onze docent en studentpopulatie nog niet zo ver is. Tenminste zo lijkt het…

Alhoewel studenten projectwerk via whatsapp, Skype of andere tools doen, maar ook kritiek hebben op te weinig projectruimtes. En toch ook de bibliotheek niet als alternatief zien. Die stap is noodzakelijk, voordat we verder de open ruimtes kunnen invullen.

Nog geen antwoord op je vraag… Meer een gedachtegang en een kleine blik vanuit het huidige verhaal.

Oke poging 2: Ik denk dat de bibliotheek een rol moet spelen om te herkennen, erkennen en het leren kennen van de open leerruimtes die er overall zijn: Thuis, studentenhuis, gemeentehuis, schoolgebouw, openbare bibliotheek, buitenlucht, stationsrestauratie, van der valk, …<zelf invullen>… Want uiteindelijk stokt het daar. Die hololens komt er wel, de telefoons worden de komende jaren met nog sterkere chips en batterijen uitgerust. Het delen van data, de opslag en de analyse zal in de komende jaren een vlucht nemen. Ik ben er van overtuigd dat het niet aan de technologie zal liggen, daar hoeft de bibliotheek niet bij te helpen, maar aan het bewustworden van de wereld als leerplek daar moet de bibliotheek aan werken.

Hmmm vind ik zelf een beter beeld 😉 Ben benieuwd wat onze bibliotheekcollega’s er van vinden.

Groet Marcel

Hey Marcel,
Ja, ik ben ook benieuwd naar reactie van onze bibliotheekcollega’s. Nu jij gereageerd heb, zet ik hierbij ook nog maar het artikel dat ik gisteren via Scoop.It had gedeeld: Who says libraries are dying? They are evolving into spaces for innovation met de conclusie dat de toekomst om de dienstverlening gaat: “Libraries in the 21st century are going to be less about books and more about the services that library staff provide to their community”. Zie ook de trends en uitdagingen volgens het Horizon Report 2015 for libraries

The library of the future, whether the physical space or its digital resources, can be the place where you put things together, make something new, meet new people, and share what you and others bring to the table. It’s peer-to-peer, hands-on, community-based and creation-focused. (Miguel Figueroa of the Center for the Future of Libraries)

Judith

ACM Technews weekoverzicht 10-12-14 augustus

Ha Judith,

De ACM heeft weer netjes op drie dagen allerlei artikelen aangeleverd. Van het automatisch herkennen van IS strategieen tot beveiligingslekken in apps voor derdewereld landen. Van artificiele intelligentie tot microtransistoren. Allemaal vast interessant, maar niet voor mij een trigger om te lezen of hier te delen.

Wat wel de moeite waard was is het artikel over eCousin. Althans ik denk wel dat daar jouw intresses en een van de belangrijkste elementen van onze ICT faculteit (Data) elkaar raken. Het project stelt te focussen op: data collective en analyse, schaalbaarheid van de infrastructuur, het linken van network en content gerelateerde functionaliteiten, en het op sociale informatie gebaseerde ontwerp van algoritmes. Klinkt mooi en zeker de moeite waard om op in te (laten) duiken.

Nogmaals meer echt boeiende artikelen, maar niet voor hier en nu even.

Groet Marcel

The Gameful World – Overzicht van een mooie wereld – Introductie

Ha Judith,

Een van de boeken die ik deze vakantie heb bested is The Gameful World. Natuurlijk om van te leren, maar ook omdat dit overzicht ge-edit is door Sebastian Deterding en Steffen P. Walz. De laatste heb ik in Boston mogen ontmoeten. Ik ben er nu al blij mee. Ook al heb ik pas hun inleiding uit en ook al was die op momenten erg complex voor me.

 

20150815_225838

Kortom genoeg om van te leren en als ik het goed inschat een mooi overzichtswerk over de wereld van gaming en de wereld. Of je het nu gamification, serious gaming, persuasive gaming, etc, etc, noemt. Dit boek geeft een overzicht door verschillende aspecten te belichten met behulp van artikelen geschreven door ‘experts’ binnen het vakgebied. Ik zal je verslag doen en daar waar ik dit externe geheugen nodig heb het ook gebruiken en delen.

De complexiteit van het eerste hoofdstuk zat hem vooral in de introductie van twee assen waarin de artikelen zijn ingedeeld.

De ene as beschrijft de games of het onderzoek waarover de games gaat van ludic naar paedic. Daar kwam ik nog enigzins mee weg, want ludic dat is spelen in een structuur volgens bepaalde regels, bijna altijd volgens een plan, denk aan schaken. En paedic is spelen zoals dieren of kinderen dat kunnen doen, spontaan, zonder van te voren, maar op dat moment vastgestelde regels, zonder planning van te voren, bijvoorbeeld: “Kom we rennen tot de eerste boom” of “Rondjes draaien”.

De andere as was lastiger voor me, waarschijnlijk omdat hij uit de filosofie komt. De as gaat van liminoid naar liminal. Bij liminal hebben we het over een levenstransitie met voorbeelden als een diploma uitreiking, communie. Het ‘spel’ is vastgelegd in de cultuur en onderdeel er van. Het is mainstream en heft een bepaald doel. Als je echt aan spelen denk dan pak ik even het voorbeeld van boksen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik opensta voor een duidelijk paar voorbeelden om de beide uiteinden van de assen te illustreren. De andere kant is namelijk liminoid waarbij je t.o.v. de diplomauitreiking moet denken aan een concert. Je bezoekt dat in principe om te ontsnappen aan de gevestigde cultuur, niet persee mainstream, de ervaring is voor iedereen gelijk en er is geen sprake van een levenstransitie. Ten opzichte van het boksen moet je dan denken aan fightclubs. Daar gaat het niet om de winnaar (zoals bij een olympische bokswedstrijd) maar om de ervaring, hoe cruel dan ook.

 

20150815_225923

Voor de rest is het eerste hoofdstuk een mooie landkaart voor de Gameful World en ik hoop dat dit niet alleen voor het boek geldt maar ook voor de betreffende wereld. Het lijkt er in ieder geval wel op. Wellicht dat ik het eerste hoofdstuk nog even meepak. Later!

Groet Marcel

Device-oriented social media gedrag

Ha Judith,

Je vroeg me laatst of ik min of meer was gestopt met twitter en of ik meer met Facebook bezig was. Ik heb toen geantwoord dat ik eigenlijk niet heel frequent meer op beide tools zat, maar voornamelijk met whatsapp bezig was. Niet dat ze direct te vergelijken zijn, maar het gaat er meer om dat de tijd die je hebt om op je ‘device’ (lees mobiel/tablet of wellicht zelfs een PC, zoals nu) te pielen beperkt is. En dat bij mij het dan afhangt van wat de studenten doen, waarbij ik kies voor de meest directe optie.

Op dit moment is dat of whatsapp op moment dat ze met me het mobiele nummer gedeeld hebben of Facebook messenger (en dan vaak ook de telefoon app versie). En eigenlijk dacht ik dat dat de reden was waardoor ik minder met twitter deed.

Ik moet die mening enigszins herzien. Ja het heeft natuurlijk te maken met wat mijn ‘doelgroep’: studenten/familie/vrienden gebruikt en min of meer op dat moment wil gebruiken. Ik pas me makkelijk aan, als iemand die ooit begonnen is met ICQ, omdat ik niet nerdisch genoeg was voor de IRC kanalen ben ik gewoon meegegroeid met al deze tools. Maar het is meer dan de doelgroep. Hoe ik daar achter ben gekomen?

Mijn iPhone is gevallen! Ja hij was al gevallen en voorzien van een mooie Ductape achterkant, maar nu is hij ook op de voorkant gevallen en is daar ook het glas stuk. Ik heb dus de ‘werktelefoon’ weer uit de kast gehaald, een mooie samsung met android. Maar belangrijker nog, een Samsung waar twittermeldingen op waren ingesteld. Meldingen van jou, Jane McGonigal, Tanya Joosten, Alexander Klopping en nog vele anderen. Ik heb nooit echt in de gaten gehad dat die meldingen niet over zijn gegaan toen ik van de Samsung naar de iPhone ben gestapt en ik heb ze niet gemist, omdat de leegte werd ingevuld met allerlei andere triggers (van bijvoorbeeld de SuperBetter App of de Nike Apps die op dat moment geen Android variant hadden, waardoor ik de iPhone was gaan gebruiken). Nu ik ze weer zie, wordt ik toch weer getriggerd om de mededelingen te lezen en zit ik dus weer midden in een conferentie over o.a. MOOCs waar Tanya Joosten aanwezig is of zie ik weer voordat je er over blogged allerlei berichten op twitter van jou verschijnen. En ik merk ook dat ik zelf weer aan het reageren ben naar mensen. Een stuk of 5 boeken heb besteld en weer contact leg met mensen uit een stuk van mijn netwerk waar toch een beetje de stof overheen was gegaan.

En niet dat ik van twitter was afgegaan of geen tijd meer heb gestoken in social media tools, maar gewoon omdat ik niet door iccontjes, zoempjes en geluidjes werd getriggerd door twitter. Dat zegt iets over het gebruik en dat zegt iets over mij.

Mijn social media gedrag is dus deels device-oriented en dat is wel een bijzondere constatering vind ik zelf. Zeker eentje om rekening mee te houden, want ik zal vast niet de enige zijn. De vraag is of zoveel mensen ‘switchen’ van bijvoorbeeld iOS naar Android op moment dat ze eenmaal gekozen hebben. Maar toch… Een bijzondere les.

Groet Marcel