Site-archief

Gepersonaliseerd en flexibel onderwijs. Waar hebben we het over? #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Zoals ik in mijn bespiegelingen over Dé Onderwijsdagen meldde, nog een apart blogje over het thema van deze conferentie: Onderwijs op maat. Tijdens Dé Onderwijsdagen werden 10 good practices gepresenteerd die ook beschreven zijn in het boekje ‘Invulling geven aan onderwijs op maat’.

We schrijven het zo gemakkelijk op, zowel in het visiedocument DLWO waar ik bij betrokken ben, als in het startdocument van Zuyd Academy Professional: het onderwijs (zowel voltijds bachelor als deeltijdonderwijs) moet gepersonaliseerd en flexibel, en dat doen we vooral ‘blended’. Maar wat bedoelen we nu precies? Ik merk steeds vaker dat deze termen op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Er ontstaat ruis. Is het niet verstandig om binnen Zuyd eens te definiëren wat we met deze begrippen bedoelen alvorens het komt tot een Babylonische spraakverwarring?

Uit Onderwijs op Maat (p.5): Om onderwijs te kunnen personaliseren, af te stemmen op de persoonlijke voorkeuren van de student, moet het flexibel zijn, zo georganiseerd dat keuzevrijheid mogelijk wordt. Het gaat om keuzevrijheid:

  • om tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs te volgen,
  • in je eigen tempo, met flexibele startmomenten en volgens eigen planning,
  • in de manier van leren,
  • in de leermaterialen die je gebruikt,
  • in de manier waarop je laat zien dat je beschikt over de vereiste kennis of competenties,
  • in het curriculum, zowel in inhoud als in volgorde, en
  • om het eigen curriculum ook met vakken van andere (inter)nationale instellingen samen te stellen.

Dat is nogal wat. Ik denk dat het goed is als in dialoog zowel op meso, marcro als micro niveau deze begrippen binnen Zuyd verduidelijkt worden. Want hoe flexibel en gepersonaliseerd het zou moeten zijn/worden hangt van je doelen af.

Tijdens de Onderwijsdagen was ik bij ik de presentatie van Farshida Zafar van de Erasmus Universiteit. Zij is in 2012 gestart met het opzetten van een nieuwe blended deeltijdopleiding (Fiscaal Recht) omdat de studentaantallen terugliepen. Voornamelijk omdat het deeltijdonderwijs lastig te combineren was met baan en gezin (herkenbaar 😉 ) en studenten vroegen om meer online onderwijs (ook herkenbaar 🙂 ).

Zie haar presentatie en haar slides.ActiveBL

De uitgangspunten van deze nieuwe deeltijdopleiding werden als volgt geformuleerd

  • hoogwaardig academisch onderwijs
  • focus op vaardighedenonderwijs
  • flexibiliteit (tot op zekere hoogte)
  • onderwijsactiviteiten zoveel mogelijk online (dit is wat anders dan alleen maar inhoud online plaatsen)
  • actieve participatie is vereist
  • verantwoordelijkheid voortgang van de studie ligt bij de student

Zij hebben de blend als volgt vormgegeven (ze gebruiken een eigen gebouwd LMS):

Het leren vindt 60% online plaats en 40% face-t0-face. De fysieke aanwezigheid is erg belangrijk voor het netwerken en de academische gemeenschapsvorming. Daarom is de campus zo belangrijk. Alle colleges worden opgenomen (weblectures) omdat veel studenten niet in staat zijn de hoorcolleges fysiek te volgen. Veel kennis wordt aangeboden via kennisclips (max. 10 minuten) die afgesloten worden met een vraag. Er wordt veel gebruik gemaakt van peerreview bij de casusopdrachten vanwege de hoge studentaantallen (Dit deeltijdonderwijs loopt simultaan met het regulier bacheloronderwijs). Docenten kijken steekproefgewijs na en focussen zich op de meest gemaakte fouten. Dit werkt goed.
Er vindt een actieve ondersteuning via forum plaats. Docenten reageren niet onmiddellijk op inhoudelijke vragen waardoor studenten elkaar gaan helpen. Daarnaast gebruikt men ook Facebook voor niet onderwijsgerelateerde zaken (community building) en als ontsnappingsmogelijkheid als het eigen LMS niet bereikbaar is (opgezet na grote EUR-storing).
Studenten vragen met nadrukkelijk om structuur. En docenten hebben ondersteuning nodig. Deze ondersteuning is heel belangrijk! Doe aan verwachtingsmanagement, zegt Farshida Zafar. Studenten willen weten waar ze aan toe zijn. Wanneer heb je tentamens? Zodat je je activiteiten voor een heel jaar kunt plannen: op je werk en thuis. Ook voor docenten is het belangrijk om te weten wanneer zij ingezet worden. Er wordt heel veel aandacht geschonken aan het meenemen van de docenten in het ontwikkelproces. En het kernteam vraagt nadrukkelijk via verschillende kanalen (blokevaluaties, focusgroep, individuele gesprekken) feedback van studenten.
In 3 jaar tijd zijn de studentaantallen bijna vervijfvoudigd.

EUR

Zo leuk om te horen dat Farshida Zafar het I-team als één van de grootste succesfactoren benoemd 🙂 Het was me niet helemaal duidelijk of dit innovatie- en implementatieteam dat uit 6 personen bestaat alleen voor deze deeltijdopleiding werkt. Zo ja, dan is dat een hele luxe situatie. Het team ondersteunt docenten en studenten en heeft korte lijntjes met de ict en av-dienst. Het werkt zoals wij dat altijd al voor ogen hebben.

Een mooi verhaal dat ihkv je betrokkenheid met Zuyd Professional de moeite waard is om te bekijken.
Groet,
Judith

 

Serious games en blended leren. Onderzoek naar effecten op prestaties en motivatie in het medisch onderwijs.

Ha Marcel,

Via het blog van Wilfred Rubens (wat schrijft die man toch veel bruikbare en interessante blogberichten 🙂 ) werd ik geattendeerd op een proefschrift van Mary Dankbaar: Serious Games and Blended Learning: Effects on performance and motivation in medical education (download hier PDF of  hier ePub voor op je tablet). Twee interessante onderwijsthema’s. Ik heb het proefschrift (nog) niet bestudeerd maar even de samenvatting gelezen.

Uit de samenvatting van het proefschrift:

BLSGHet eerste doel van dit proefschrift was te onderzoeken of een blended onderwijsopzet net zo effectief is als klassikaal onderwijs voor kennisontwikkeling. Voor kennisverwerving is een blended opzet net zo effectief als een klassikale opzet. Een blended opzet biedt daarnaast meer flexibiliteit in tijd en plaats, betere mogelijkheden voor aansluiting aan het kennisniveau van de cursisten en maakt een groter bereik mogelijk. In postinitieel onderwijs kan hiermee tevens een aanzienlijke kostenreductie worden gerealiseerd. Voor de online component kan een variëteit aan effectieve didactische methoden worden gebruikt, zoals: informatie met oefeningen en feedback, demonstratie video’s, interactieve casuïstiek. Bij het ontwerpen van blended leren is de studiebelasting van cursisten een belangrijke overweging. Daarnaast is een goede borging van de voorbereiding door cursisten een kritische succesfactor. Theorieën over multimedia leren vormen een goede basis voor verder onderzoek.

Het tweede doel van dit proefschrift was de effectiviteit van en kritische ontwerpkenmerken bij serious games te onderzoeken voor de ontwikkeling van leerprestaties en motivatie. Voor de beoordeling van complexe vaardigheden acute zorg zijn checklists minder valide dan meer globale beoordelingsinstrumenten, zoals competentielijsten. Een serious game met realistische, interactieve patiëntcasuïstiek leidt bij aios tot betere complexe cognitieve vaardigheden, ondanks een beperkte zelfstudietijd. Alhoewel deze game voor onervaren studenten motiverend is en hen aanzet tot langer studeren, verbeteren hun cognitieve vaardigheden niet, in vergelijking met wat zij leren van een instructieve e-module. Deze gecombineerde resultaten duiden op een ‘expertise reversal effect’ tussen kennisniveau van de cursist (aios vs. student) en het instructieformat (game vs. e-module). Serious games, met hun mogelijkheid flexibel te oefenen met gesimuleerde taken, zijn vaak motiverend maar leiden niet altijd tot verbeterde leerprestaties. Een hoge natuurgetrouwheid van taken stimuleert motivatie (en mentale inspanning) nog extra, maar kan cognitieve overbelasting veroorzaken en bij onervaren studenten het leren belemmeren. Bij het ontwerpen van games kan de complexiteit voor de cursist worden beperkt door het aanbieden van begeleiding (uitgewerkte voorbeelden, tips) en het geleidelijk opvoeren van de moeilijkheidsgraad en natuurgetrouwheid van leertaken, met een variëteit aan problemen. Het motiverende karakter van games lijkt vooral samen te hangen met een uitdagende leeromgeving, betekenisvolle taken en controle door de cursist, hetgeen een gevoel van autonomie creëert. Uitdagende taken die passen bij het competentieniveau van de cursist kunnen tijdens het leren leiden tot een ‘flow’-ervaring en optimaal leren. De ontwikkeling van een serious game vereist echter veel middelen. Voor de ontwikkeling van kennis is er weinig meerwaarde bij inzet van een game; andere educatieve formats zijn net zo goed in staat deze leerdoelen te realiseren tegen minder kosten.

Het spelen van serious games met realistische taken is vaak sterk motiverend voor cursisten, maar bevordert de leerprestaties niet noodzakelijkerwijs. Games kunnen het leren ondersteunen indien de complexiteit van de taken aansluit op het competentieniveau van de cursist. Meer ontwerpgericht onderzoek is nodig naar de effecten van taakcomplexiteit en didactische keuzes op de bevordering van leerprestaties en motivatie, voor minder en meer ervaren cursisten.

Inmiddels weet ik dat onderzoeken altijd bezien moet worden vanuit de context waarin zij hebben plaatsgevonden en dat je niet daar klakkeloos conclusies uit moet trekken. Mary Dankbaar concludeert dat de leerresultaten van een blended cursusopzet (2/3 klassikaal en 1/3 online zelfstudie) niet zoveel verschilden met die van de klassikale opzet (11 daagse nascholingscursus). Studenten waardeerden het oefenen op eigen tempo en niveau wel meer in het online gedeelte. Zij concludeerde dat bij postinitieel onderwijs het kan leiden tot een significante reductie van kosten, met behoud van leerprestaties. Interessant voor Zuyd Academy ;).
Ten aanzien van inzet van de serious game, zij gebruikte ABCDEsim, concludeerde zij dat games kunnen worden ingezet als een effectieve, motiverende voorbereiding op een klassikale cursus om klinische vaardigheden van aios te trainen. Het creëert autonomie en het leidt tot ‘flow’- ervaringen. Vooral de kosten die het ontwikkelen van een serious game met zich meebrengt is niet in verhouding tot verbetering van de vaardigheden, zegt zij. Dat het ontwikkelen van een goed online serious game ontzettend veel tijd en geld kost, is inmiddels wel bekend. Maar die game-elementen kunnen ook op een andere manier (hoeft niet per se  online) in het onderwijs toegepast worden. Dat kost minder maar bereik je wellicht wel die ‘flow’-ervaringen. Maar dat ga jij verder onderzoeken hè? 🙂
Trouwens, in hoofdstuk 7 wordt een raamwerk gepresenteerd om serious games voor de gezondheidszorg en medisch onderwijs systematisch te evalueren. Dit raamwerk biedt een set van gestandaardiseerde criteria om de rationele van een game (o.a. doelen en doelgroepen), de inhoud en didactische functionaliteit (o.a. de relatie tussen de leerdoelen, gamedoelen en scoringsparameters), de effectiviteit (o.a. de voorspellende validiteit van game resultaten naar resultaten buiten de game), en dataveiligheid (data-eigenaarschap) te evalueren. Misschien dat dit raamwerk jou nog behulpzaam kan zijn.

Kortom een interessant lezenswaardig promotieonderzoek voor jou.

Groet,
Judith