Bezocht. Studiedag Flexibilisering in het HBO.
Wij zijn allebei betrokken bij Zuyd Professional één van de experimenten om het deeltijdonderwijs meer flexibeler te maken, meer blended, met leerwegonafhankelijk toetsen gebaseerd op leeruitkomsten zodat ook persoonlijke leertrajecten mogelijk zijn. Wij weten dat niet alleen de volwassen werkenden dit flexibele deeltijdonderwijs volgt, ook jonge studenten willen flexibel kunnen studeren. Kunnen we van deze ervaringen leren? En wat zou dit kunnen betekenen voor voltijdopleidingen?
Donderdag 30 maart was ik bij een studiedag Flexibilisering in het hbo: kansen en mogelijkheden in het voltijdsonderwijs, georganiseerd door Facta. Het was een studiedag met presentaties: luisteren en ruimte voor het stellen van vragen, zonder twitteractiviteiten. Het was niet massaal, zo’n 100 personen schat ik. De dag werd goed begeleid door Matthijs Leendertse, voor mij niet geheel onbekend. Ik heb hem al eens horen spreken op een bijeenkomst over de toekomst van het hoger onderwijs en bibliotheken en onder zijn begeleiding heb ik (volgens mij mijn eerste) onderwijsgame gespeeld 😉
Na zijn introductie deelde Huib de Jong, rector Hogeschool van Amsterdam zijn beeld over het thema: Flexibel onderwijs is niet per definitie deeltijd onderwijs. Hij begon over keuzestress en verwees naar een citaat en TEDtalk van Barry Schwartz.
Clearly, our experience of choice as a burden rather than a privilege is not a simple phenomenon. Rather it is the result of a complex interaction among many psychological processes that permeate our culture, including rising expectations, awareness of opportunity costs, aversion to trade-offs, adaptation, regret, self-blame, the ten- dency to engage in social comparisons, and maximizing.
Levert het aanbieden van persoonlijke leerroutes, de veelheid aan keuzemogelijkheden niet te veel stress voor jonge mensen. Kunnen wij de verwachtingen die we oproepen met flexibel onderwijs wel waar maken? Managen we de verwachtingen hieromtrent wel goed? We moeten ons realiseren, zegt De Jong, dat het hbo georganiseerd geformaliseerd onderwijs is. Dus niet alleen dromen over het mooie perspectief van flexibel,gepersonaliseerd onderwijs maar ook nadenken hoe dit te organiseren. Als bestuurder trapt hij daarom vaak op de rem.
Volgens De Jong hebben studenten in het begin van hun studie weinig behoefte aan flexibiliteit. Dat wordt later in de studie pas groter. In de loop van hun studie wordt hen genoeg flexibiliteit geboden door oa projectonderwijs, learning communities, betekenisvolle praktijkopdrachten, blended learning. Dit doorontwikkelen, binnen de bestaande structuren flexibiliteit zoeken. Trots sprak hij over het nieuwe onderwijs dat bij de HvA in de maak is: Digital Society School. Het deed mij denken aan de Pop-up school van Zuyd. Helaas is het daaromtrent wat stil geworden. Daarnaast is het een illusie om flexibilisering alleen te bekijken vanuit deeltijdonderwijs. Het is een geforceerde scheiding, zei De Jong.
Daarna was het woord aan de toezichthouder Paul Zevenbergen, bestuurslid NVAO met Wat kunt u leren van de landelijke pilots in het deeltijdonderwijs. De NVAO is nauw betrokken bij de deeltijdexperimenten die opgestart zijn vanuit de (inter)nationale aandacht voor: meer volwassenen studenten in het ho, het belang van leven lang leren, werkend leren/lerend werken, het flexstuderen, student-gecentreerd leren en eigenaar eigen leerproces, flexibel inspelen op individuele verschillen, ruimte voor samenwerkend leren, inter-/multi-disciplinair onderwijs. De NVAO gaat regelmatig met de betrokken hogescholen in gesprek. Zij wisselen veel en regelmatig ervaringen uit over de mate van flexiblisering, over leeruitkomsten. Een aandachtspuntje is dat traditioneel leeraanbod nog erg aanwezig is. Ook het beschrijven van leeruitkomsten gaat niet zonder slag of stoot. Ze worden vaak te gedetailleerd beschreven. Dat staat immers haaks op flexibilisering. Uitdagingen zit ook in de bekostigingsystematiek. Staat het systeem innovatie in de weg? Bij voortgaande flexibilisering neemt relatie huidige voltijds/deeltijd/duale varianten af. Volgens Zevenbergen gaat het ook verdwijnen. Vooralsnog schrijft het stelsel voor dat we in deze 3 smaken onderwijs aanbieden.
Zevenbergen probeerde het begrip flexibilisering breder te trekken: hoe gaan wij om met spoc of mooc, persoonlijke leerpaden, hoe beoordelen we dat? Dat kunnen instellingen toch best zelf?, zei Zevenbergen. Externe validering, interne validering is continu proces. We moeten af van het ‘hoepeltjesgedrag’. De NVAO vraagt: wat belooft u, wat doet u, en maakt u dat ook waar? Als je dit helder hebt als opleiding is het voor iedereen van student tot NVAO winst.
Na de pauze in de binnentuin van het prachtige pand in de Utrechtse binnenstad, sloot ik aan bij de sessie over Tijds- en plaatsonafhankelijk studeren met Blended Learning door Theo van den Bogaart, hoofddocent Hogeschool Utrecht. Zijn presentatie startte over Flipping the classroom. Een terechte constatering van Van den Bogaart is dat deze vorm weinig gepersonaliseerd, het is immers erg aanbod gericht. Je verwacht immers dat studenten zich voorbereiden. Dat dit niet altijd gebeurt, is bekend (#mustread Reader survey finds unprepared students a persistent problem en Help! Mijn studenten bereiden zich niet voor). Dan is huiswerk meer gepersonaliseerd 🙂 Bij flipped classroom moet je de studenten duidelijk maken wat het nut van deze werkvorm is. Ook de andere voorbeelden die hij noemde waren mij bekend: diversiteit van materiaalsoort (lezen-kijken-luisteren) of werkvormen (zelfstandig-leerteam-klassikale bijeenkomst- werkplek). Inzetten van Google Docs om samen te werken, het gebruiken van fora als reflectiemiddel (en hoe activeer je die dan?), Socrative voor meer interactie. Hij had echt leuke voorbeelden om studenten meer de regie te laten hebben over de bijeenkomst.
Theo presenteerde vanuit de website van Hogeschool Utecht: Blended Lab. Hierop is ook het door hen gehanteerde onderwijskundig model te vinden: het aangepast Spinnenwebmodel. Deze wordt gebruikt om onderwijskundige keuzes te maken die consequent zijn, de samenhang wordt hierdoor zichtbaar.
Na de heerlijke lunch die ik samen met mijn twee collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek heb genuttigd, presenteerden Ellen de Kwant en Karin Vogelaar, werkzaam voor het programma Onderwijsinnovatie van de Hogeschool Utrecht, over Leerwegonafhankelijk toetsen. Ellen bleek, toen ik met haar in gesprek raakte, een directe collega van mijn MLI-studiemaatje Cindy te zijn 🙂
In een heldere presentatie legden zij uit wat gepersonaliseerd leren (regie voeren op eigen leerproces) betekent voor ontwerp en didactiek: aanpassen van inhoud, niveau, tijd en plaatsonafhankelijk, tempo, leervoorkeur. De visie is hogeschoolbreed vastgesteld. En op basis hiervan zijn ontwerpdimensies beschreven. Ontwerpprincipes zijn niet voorschrijvend, maar adviserend.
Bij leerwegonafhankelijke toetsen liggen de leeruitkomsten vast, de weg er naar toe, de leerweg kan verschillen. Bij de HU ligt het toetsprogramma vast, het onderwijsprogramma is flexibel. Studenten hebben meer mogelijkheden om binnen een opleiding een eigen route te bieden.
Hun ervaringen:
- Denken in leeruitkomsten en uitkomstgericht ontwerpen (je begint bij beroepskwalificaties, wat moet een student nu kunnen en wat betekent dit voor het onderwijs?) is niet gemakkelijk.
- Verandering van inhoud heeft impact op de hele opleiding, niet alleen op het deeltijdonderwijs.
- Rol van begeleiding verandert – studenten moet leren regie te nemen (binnen leerteams). Extra aandacht voor binding met opleiding bij individuele leerroutes.
- Wet- en regelgeving loopt achter op dit punt (m.n. de OER).
- Na 3 jaar programma onderwijsinnovatie kwam men pas op het idee om de ondersteunende dienst te betrekken (!) vanwege de problematiek met verschillende tentamencodes, het registreren, het (flexibel) roosteren.
Werken met grotere onderwijseenheiden 15-30ecs betekent minder toetsen. Beperkte kennistoetsen (alleen propedeuse), maar meer beroepsproducten als formatieve toetsen.
Daarna kwamen 3 korte presentaties:
- Jeroen Steggink, docent en studiebegeleider Windesheim Flevoland over Maatwerk door focus op voorkennis: omgaan met verschillen bij instroom over een pilot rekenen in de propedeuse opleiding Bedrijfseconomie.
- Imke Boonen, onderwijskundig beleidsmedewerker Saxion over Universal Design voor Learning: flexibiliteit voor alle studenten. Interessant om hier eens verder in te verdiepen:
Universal Design for Learning (UDL) is een mindset mèt een praktisch raamwerk dat zorgt voor optimaal onderwijs voor élke student. Het neemt studiebelemmeringen weg, zonder in te leveren op kwaliteit.
Van de website UDL Nederland
- Eric Slaats, associate lector Fontys Hogeschool ICT over Open Education: actueel en flexibel onderwijs. Het verhaal van Eric had ik gedeeltelijk al eens gehoord tijdens mijn studie MLI. In de aankondiging stond dat Fontys Hogeschool ICT al enkele jaren geen gebruik meer maakt van roosters. Tentamens zijn afgeschaft. En dat hun onderwijs open en flexibel is: de student bepaalt. Vele vonden dit een inspirerend verhaal, een mooi vergezicht, ook voor Zuyd. Ik kreeg de indruk van zijn verhaal dat dit beeld de hele faculteit ICT van Fontys betrof, maar dat bleek dat toch niet zo te zijn. Wat Eric vertelde ging over één van de specialisatieroutes: Open Innovation, die studenten kunnen ‘stapelen’ op hun basisroute. De studenten stellen zelf een persoonlijk competentieprofiel samen, ze vormen zelf multidisciplinaire teams, voeren met een daadwerkelijke opdrachtgever hun eigen project uit en bepalen zelfs op welke criteria ze beoordeeld worden. Lees meer hierover op de SURF website of bekijk onderstaande video
Ik kan me zo goed voorstellen dat Eric hier enthousiast over is.
Wat ik meenam van deze studiedag:
- Het beschrijven van heldere transparante leeruitkomsten is lastig.
- Dat toetsing belangrijk is, maar dat er ook andere vormen zijn dan een thesis. Laat aan student de keus om zijn eindproduct te presenteren.
- Het experimenteren met flexibel onderwijs in het deeltijdonderwijs heeft ook gevolgen/impact op het voltijdsonderwijs.
- Het onderscheid tussen voltijds/deeltijd en duaal onderwijs is een geforceerde.
- Belangrijk om verwachtingen te managen.
- Studenten willen geïnspireerd worden, en hebben behoefte aan structuur.
- Sommige studenten hebben moeite met de veelheid aan keuzes.
- Docenten denken veel na over het ‘wat’, te weinig over het ‘hoe’.
- Het belang van de coachende docent bij flexibeel onderwijs.
- Dat we niet goed zijn in het afscheid nemen van docenten die niet (willen) aanpassen.
- We ons weinig buiten de gebaande paden begeven. Ik heb weinig over open onderwijs en learning analytics gehoord tijdens deze studiedag over flexibiliteit.
- Dat is binnen het mogelijke verrassend weinig onmogelijk is. De beperking zit meer ‘tussen de oren’.
- Vertrouw en gewoon doen.
groet,
Judith
Zoektocht naar: evaluatiemomenten van learning design
Ha Judith (en Evelien),
Zoals je weet Judith ben ik een short paper aan het schrijven dat voorgelegd moet worden voor de ECTEL conference. Deadline voor de abstract is 3-4 en de paper moet 10-4 binnen zijn. Evelien mijn ‘teacher’ helpt me enorm. Onderwerp is het inzichtelijk maken dat learning analytics voor learning design een aantal kansen heeft als we dat gedurende de loop van een module, rekening houdend met de competenties van studenten en docenten kunnen inzetten.
Om te beargumenteren dat de timing van belang kan zijn en dat er momenteel niet zo veel voorbeelden zijn van het gebruik van learning analytics/learning dashboards specifiek gericht op learning design op het moment dat een cursus loopt ben ik op zoek gegaan naar een goede review of state of the art van evaluatiemomenten van learning design (lees: de verzameling van leeractivteiten).
Een van de interessante artikelen die ik gevonden heb is:
- het potentiele leer potentieel: de mogelijkheden en mogelijke opbrengsten van het materiaal en de potentiele competenties die ondersteund zouden worden met het materiaal.
- het geactualiseerde leer potentieel: hetzelfde als hierboven, maar dan bekeken als het leermateriaal in de context geplaatst is.
- het daadwerkelijk geleerde: welke invloed heeft het materiaal daadwerkelijk gehad op de studenten
Om te komen tot dit framework hebben de schrijvers een overzicht gemaakt van het essentiële werk op dit gebied. In hun samenvatting in de introductie vind ik geen directe aanwijzingen die me inzicht geven op de vraag: “Wanneer wordt het learning design geëvalueerd”. Bij ons, de faculteit ICT wordt dit gedaan door student enquêtes aan het einde van ieder blok, middels 1 vraag die gaat waarin de student gevraagd wordt een cijfer van 0 – 10 te geven over de kwaliteit van het leermateriaal. Dit is na de cursus. Mondeling kunnen studenten natuurlijk altijd naar docenten reageren over het materiaal en docenten en examinatoren proberen zo ook een beeld te krijgen van het materiaal, maar dat is niet structureel.
In de introductie van het artikel staan een 8-tal verwijzingen die van de auteurs de stempel essentieel hebben meegekregen. Die heb ik bekeken, maar die gaan allemaal over frameworks of models waarbij monitoring gedurende alle stappen geadviseerd wordt. Of dat in de praktijk daadwerkelijk zo gebeurt dat is dan maar de vraag. Maar uit deze artikelen kan ik dat dus niet concluderen.
In het artikel”:
The impact of 151 learning designs on student satisfaction
and performance: social learning (analytics) matters
Bart Rienties & Lisette Toetenel
Institute of Educational Teachnology Open University UK
staat wel het moment van evaluatie beschreven en is dit nadat de cursus is afgelopen. In dit artikel worden meerdere modules besproken waarvan de OU de data heeft verzameld.
Het net gestarte experiment van SURF met betrekking tot Learning Analytics waaraan wij deelnemen levert wel een aantal instellingen op die gaan experimenteren met een learning dashboard dat ook gedurende de module aan staan aan direct feedback geeft op basis van het learning design. Maar ook daar zijn er dus nog geen resultaten.
Kortom na een korte zoektocht nog geen sluitend bewijs dat er niet gedurende een cursus (run-time) learning analytics wordt ingezet, maar ook nog geen goede voorbeelden gevonden dat dit wel gebeurt. Wellicht dat Sander in zijn literatuurstudie al wel iets gevonden heeft. Zo ja, dan zal ik dit melden.
Groet Marcel
Open Education Week 2017
Hallo Marcel,
Vandaag start de Open Education Week. De hele week worden wereldwijd activiteiten georganiseerd om meer aandacht te geven aan de mogelijkheden van vormen van open online onderwijs. SIG Open Education heeft een overzicht gemaakt van activiteiten.
Ik heb getwijfeld of ik in de Nieuwsflits van morgen hier aandacht aan zou bestellen. Helaas, en dat schreef ik in het Trendrapport Open en Online Onderwijs 2015 al, is Open Education voor onze meeste collega’s nog een ver van mijn bed show. Ja, er zijn heel wat belemmeringen op te sommen, maar net zoveel argumenten te noemen om er wel op in te zetten. Wellicht dat de ambitie van het Ministerie van OCW (in 2025 alle onderwijsmateriaal vrij beschikbaar) een stimulans is om ook als Zuyd hier in te investeren. Ik zie wel mogelijkheden voor Online Onderwijs voor leven lang leren, en voor learning communities.
TU Delft is natuurlijk binnen Nederland dé vooroploper op dit gebied. Zij hebben ter gelegenheid van deze Open Education Week een mooie Magazine Open & Online Education uitgebracht. Ik heb het tot nu toe alleen maar gescand, zeker de moeite waard qua inhoud en qua vormgeving om eens doorheen te klikken.
Goedenavond.
Judith
Toekomst van leren #AOGLeren #LearningAnalytics
Hi Marcel,
Zoals je weet heb ik me weer ingeschreven voor een MOOC op het Curatr-platform: Toekomstgericht leren door data. Omdat ik weet dat jij geen tijd hebt om deze MOOC te volgen, geef ik je via ons blog een samenvatting per week. Vandaag ben ik begonnen aan de 1e van 4 weken met het thema ‘toekomst van leren’. Na een voorstelrondje en via een Zeemaps (waarmee je overzicht krijgt waar de MOOCleden zitten) en dus weer wat datasporen achtergelaten, gestart met de inhoudelijke opdrachten.

Als eerste kreeg ik het filmpje van Prince Ea met zijn aanklacht tegen het schoolsysteem voorgeschoteld. Hierover is al heel veel over te doen geweest. Pedro De Bruyckere heeft geblogd over de vele onwaarheden die hierin beweerd worden over effectief onderwijs. Ik heb in mijn reactie ook geschreven dat ik een beetje moe word van dit kort-door-de-bocht ideeën over onderwijs. Ja, onze omgeving verandert rap door technologie, onderwijs probeert het bij te benen, maar veranderingen gaan daar niet zo snel. Ik vind dat als je onderwijs ontwerpt technologie als vanzelfsprekend mee moet nemen in dat proces, maar niet alles (en voor iedereen!) verbetert door inzet van technologie. De goede keus maken voor/met een lerende binnen de gegeven omstandigheden is volgens mij goed onderwijs.
In een volgende opdracht werd ons gevraagd op basis van een oude bijdrage van Wim Veen (2005) over het onderwijs in 2020 aan te geven in welke fase onze organisatie zit. Volgens mij komt in onze organisatie (afhankelijk van vaardigheden docent en student) de verschillende genoemde fasen voor: computer-based training, online learning, learning on demand en ook learning mall. De term ‘blended learning’ kende ze toen nog niet 😉 In de opdracht over ‘rethinking learning’ bekeek ik dit filmpje, het is één van de vele in zijn soort, wel een aardige. Op de vraag over wat dit voor onze leeromgeving betekent, heb ik verwezen naar mijn toekomstscenario dat ik ihkv de MLI heb geschetst, waarover ik hier ook al eens geblogd heb. Korte samengevat: Volgens mij is het onderwijs van de toekomst nog plaatsafhankelijk maar met de lerende aan het stuur. Mensen zijn en blijven sociale wezens die van elkaar leren. Ook al gaat technologie een steeds grotere rol in ons leven spelen, en lijkt het zo dat we elkaar hiervoor niet meer fysiek hoeven te ontmoeten, vermoed ik dat scholen nog wel blijven bestaan. De huidige aandacht voor ‘Bildung’ in het onderwijs laat volgens mij zien dat persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs steeds belangrijker wordt. ‘Bildung’ gaat over zelfontplooiing dat je in staat bent tot moreel oordelen en kritisch denken (één van de 21st century skills). Mijn 5 waarden voor mijn toekomstscenario waren en zijn: Verbinding – Open – Vertrouwen – Inspiratie – Vakmanschap.
In deze week heb ik weinig nieuws gehoord en geleerd. Is natuurlijk niet zo vreemd als ‘toekomst van leren’, een thema is waar je veel mee bezig bent. Je kunt dus concluderen dat ik op de hoogte ben 🙂 De meeste bronnen (of vergelijkbare) kende ik. Veel opmerkingen bij de opdrachten herkende ik van de discussies uit eerdere Curatr MOOCs (social learning/knowmad). Of ik anders over leren ben gaan denken werd tot slot gevraagd. Nee, dat niet, ik ben wel benieuwd naar week 2 als de vertaalslag naar Learning Analytics gemaakt wordt, en of het dan gaat over de impact op het ontwerp- en leerproces.
Tussen Twitter # van deze MOOC vond ik onderstaande link die ik, en ik denk jij ook, interessant vond om te bekijken.
Zonnige groeten,
Judith
Effectief studeren: the ANSWER method
In de Nieuwsflits heb ik al vaker items geplaatst over de zes studieposters voor effectief studeren die door The Learning Scientists zijn uitgebracht en vertaald zijn door Pedro De Bruyckere.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek hebben de volgende zes studiemethodes bewezen effectief te zijn:
- Spaced Practice (spreid je studeermomenten in de tijd)
- Retrieval Practice (actief ophalen van informatie)
- Verwerking (leg ideeën uit en beschrijf ze met veel details)
- Interleaving (wissel onderwerpen af tijdens het studeren)
- Concrete Voorbeelden (gebruik specifieke voorbeelden om abstracte ideeën te begrijpen)
- Dual Coding (combineer woord en beeld)
Deze posters (in verschillende talen) en meer downloadmateriaal zijn beschikbaar via The Learning Scientist. Inmiddels zijn hier ook verschillende video’s met meer uitleg te bekijken
De Memorize Academy heeft deze strategieën samen gevat in onderstaand filmpje op een manier waardoor je het goed kunt onthouden: The ANSWER method
- Ask, explain and connect
- No cramming
- Switch
- Words and visuals
- Examples
- Recall what you know
Ik wilde alle linkjes bijeen hebben in mijn extern geheugen, vandaar deze blogpost 🙂 En het is sowieso zinvol voor iedere lerende, jong en oud, als je studeert dat ook maar effectief te doen. Niet waar? 🙂
Groet,
Judith





