Categorie archief: Miscellaneous
Don’t lose your colour!
Hallo Marcel,
Deze mooie korte animatiefilm zag ik zojuist op Facebook voorbij komen. Ik vond deze voor zichzelf sprekende woordeloze boodschap passend om op stille zaterdag (de dag voor Pasen) op ons blog te delen.
Fijne Paasdagen!
Judith
Meer over deze film via
JUDITH.BETER(t) – week 0
Heej Marcel!
I’m the lucky one! Ik ben uitverkoren om mee te doen aan de pilot van het BETER programma van Zuyd!

Twee weken geleden ontvingen alle studenten en medewerkers een wervingsmail.
Vind je het moeilijk om voldoende te bewegen, gezond te eten of op gewicht te blijven? Merk je dat je vaak terugvalt in je oude patroon als je iets wilt veranderen aan je leefstijl? Of wil je heel graag je leefstijl verbeteren, maar weet je niet goed waar je moet beginnen?
Heb je overgewicht en herken je je in bovenstaand gedrag?
Zuyd helpt een handje!
Ik was getriggerd. En ik niet alleen, begreep ik. Nadat een paar dagen later het aantal aanmeldingen al over de 100 kwam, hebben ze de inschrijving gestopt. Samen met zo’n 30 mede-verBETERaars hadden we vandaag de aftrap van deze pilot.
Na de inschrijving ontving ik een online vragenlijst. Afgelopen dinsdag waren de metingen *zucht*: gewicht, allerlei vetpercentages, gewicht, lengte, bloeddruk. Jaja mijn BMI is te hoog 😦 Daar gaan we de komende 12 weken mee aan de slag.
Het BETER programma
Wat houdt het programma in? BETER is een toepasselijke maar vergezochte acroniem van BEweeg eeT verandER. Het is een 12 weken durend programma, bestaande uit een beweeg-, voedings- en gedragsonderdeel. Er wordt gewerkt vanuit de gedachte dat systeembiologische subtyperingen van obesitas het vertrekpunt zijn voor een passend eetpatroon, beweegpatroon en therapeutische benaderingen. De komende 12 weken heb ik wekelijk een beweegsessie van anderhalf uur, ik kan kiezen tussen de locaties Sittard, Heerlen en Maastricht. Ik krijg 3 gesprekken met een leefstijlcoach (in Maastricht). Er volgt nog een kenniscollege en een kookworkshop.
Het programma wordt uitgevoerd door een enthousiast team van het Preventiecentrum Gezondheid Zuyd en de lectoraten ‘Voeding, Leefstijl en Bewegen’ en ‘Gastronomy’ i.s.m. enkele zefstandige leefstijlcoachen.
Week 0
Vandaag was de kick-off. We werden in de gymzaal in Heerlen verwacht. Ik zag veel bekende gezichten 🙂 vooral medewerkers. Ik heb geen studenten gezien. Na eerst allerlei administratie te hebben afgerond (25 euro bijdrage, een informatiemap, het geven van toestemming van het gebruiken van mijn data voor wetenschappelijk onderzoek, ik heb getekend dat ze foto’s en video van me mogen maken) moesten we een kaartje naar onszelf schreven. Ik schrijf niet wat ik heb geschreven dan is de verrassing over 12 weken weer des te groter (ik vergeet dat toch). Tevens ontving ik een groen bandje (ik ben type 4 van de vijf subtypes, later hoor ik nog wel wat dit betekent) en een activiteitenmeter Mi band te leen. Een kijken hoe deze bevalt tov mijn Up van Jawbone.
Susy Braun, lector van het nieuwe lectoraat ‘Voeding, Leefstijl en Bewegen’ legde enthousiast en duidelijk uit wat ze met dit programma beogen. Ze werd daarbij ondersteund door een groep begeleiders die er ook duidelijk zin in hadden. Ik heb gevraagd of ze er bezwaar tegen hebben als ik blog over mijn ervaringen. Nee, integendeel, ze vonden het waardevol. 🙂 Ik heb er wel even over getwijfeld of ik dat op ons blog zou doen. Het gaat niet echt over ICTO. Maar het gaat wel over een initiatief van Zuyd, over een onderzoek, over het welbevinden van een Zuyderling. Dus, het kan wel hè? Ik zal je/jullie wekelijks op de hoogte houden.
De blogtitel heb ik gejat van LINDA.LIJNT 🙂 Dit initatief van Linda de Mol heb ik even gevolgd. Maar toen ik haar eerste filmpje bekeek en zag dat zij een giga privé fitnessruimte op zolder heeft, vond ik dit niet helemaal bij mij passen. Ik ben niet zo stoer als Linda om hier publiekelijk mijn gewicht te delen. Het doet er niet zo toe, toch? Ik ben vanaf de carnaval aan het vasten. Dit houdt voor mij vooral in geen (zakken) chips meer eten in de avonduren. Inmiddels zijn er al een paar kilo’s af. Het begin is er. De reis naar BETER is begonnen.
Fijne paasdagen (met zo min mogelijk paaseitjes voor mij ;))
JUDITH.BETER(t)
Bezocht. Studiedag Flexibilisering in het HBO.
Wij zijn allebei betrokken bij Zuyd Professional één van de experimenten om het deeltijdonderwijs meer flexibeler te maken, meer blended, met leerwegonafhankelijk toetsen gebaseerd op leeruitkomsten zodat ook persoonlijke leertrajecten mogelijk zijn. Wij weten dat niet alleen de volwassen werkenden dit flexibele deeltijdonderwijs volgt, ook jonge studenten willen flexibel kunnen studeren. Kunnen we van deze ervaringen leren? En wat zou dit kunnen betekenen voor voltijdopleidingen?
Donderdag 30 maart was ik bij een studiedag Flexibilisering in het hbo: kansen en mogelijkheden in het voltijdsonderwijs, georganiseerd door Facta. Het was een studiedag met presentaties: luisteren en ruimte voor het stellen van vragen, zonder twitteractiviteiten. Het was niet massaal, zo’n 100 personen schat ik. De dag werd goed begeleid door Matthijs Leendertse, voor mij niet geheel onbekend. Ik heb hem al eens horen spreken op een bijeenkomst over de toekomst van het hoger onderwijs en bibliotheken en onder zijn begeleiding heb ik (volgens mij mijn eerste) onderwijsgame gespeeld 😉
Na zijn introductie deelde Huib de Jong, rector Hogeschool van Amsterdam zijn beeld over het thema: Flexibel onderwijs is niet per definitie deeltijd onderwijs. Hij begon over keuzestress en verwees naar een citaat en TEDtalk van Barry Schwartz.
Clearly, our experience of choice as a burden rather than a privilege is not a simple phenomenon. Rather it is the result of a complex interaction among many psychological processes that permeate our culture, including rising expectations, awareness of opportunity costs, aversion to trade-offs, adaptation, regret, self-blame, the ten- dency to engage in social comparisons, and maximizing.
Levert het aanbieden van persoonlijke leerroutes, de veelheid aan keuzemogelijkheden niet te veel stress voor jonge mensen. Kunnen wij de verwachtingen die we oproepen met flexibel onderwijs wel waar maken? Managen we de verwachtingen hieromtrent wel goed? We moeten ons realiseren, zegt De Jong, dat het hbo georganiseerd geformaliseerd onderwijs is. Dus niet alleen dromen over het mooie perspectief van flexibel,gepersonaliseerd onderwijs maar ook nadenken hoe dit te organiseren. Als bestuurder trapt hij daarom vaak op de rem.
Volgens De Jong hebben studenten in het begin van hun studie weinig behoefte aan flexibiliteit. Dat wordt later in de studie pas groter. In de loop van hun studie wordt hen genoeg flexibiliteit geboden door oa projectonderwijs, learning communities, betekenisvolle praktijkopdrachten, blended learning. Dit doorontwikkelen, binnen de bestaande structuren flexibiliteit zoeken. Trots sprak hij over het nieuwe onderwijs dat bij de HvA in de maak is: Digital Society School. Het deed mij denken aan de Pop-up school van Zuyd. Helaas is het daaromtrent wat stil geworden. Daarnaast is het een illusie om flexibilisering alleen te bekijken vanuit deeltijdonderwijs. Het is een geforceerde scheiding, zei De Jong.
Daarna was het woord aan de toezichthouder Paul Zevenbergen, bestuurslid NVAO met Wat kunt u leren van de landelijke pilots in het deeltijdonderwijs. De NVAO is nauw betrokken bij de deeltijdexperimenten die opgestart zijn vanuit de (inter)nationale aandacht voor: meer volwassenen studenten in het ho, het belang van leven lang leren, werkend leren/lerend werken, het flexstuderen, student-gecentreerd leren en eigenaar eigen leerproces, flexibel inspelen op individuele verschillen, ruimte voor samenwerkend leren, inter-/multi-disciplinair onderwijs. De NVAO gaat regelmatig met de betrokken hogescholen in gesprek. Zij wisselen veel en regelmatig ervaringen uit over de mate van flexiblisering, over leeruitkomsten. Een aandachtspuntje is dat traditioneel leeraanbod nog erg aanwezig is. Ook het beschrijven van leeruitkomsten gaat niet zonder slag of stoot. Ze worden vaak te gedetailleerd beschreven. Dat staat immers haaks op flexibilisering. Uitdagingen zit ook in de bekostigingsystematiek. Staat het systeem innovatie in de weg? Bij voortgaande flexibilisering neemt relatie huidige voltijds/deeltijd/duale varianten af. Volgens Zevenbergen gaat het ook verdwijnen. Vooralsnog schrijft het stelsel voor dat we in deze 3 smaken onderwijs aanbieden.
Zevenbergen probeerde het begrip flexibilisering breder te trekken: hoe gaan wij om met spoc of mooc, persoonlijke leerpaden, hoe beoordelen we dat? Dat kunnen instellingen toch best zelf?, zei Zevenbergen. Externe validering, interne validering is continu proces. We moeten af van het ‘hoepeltjesgedrag’. De NVAO vraagt: wat belooft u, wat doet u, en maakt u dat ook waar? Als je dit helder hebt als opleiding is het voor iedereen van student tot NVAO winst.
Na de pauze in de binnentuin van het prachtige pand in de Utrechtse binnenstad, sloot ik aan bij de sessie over Tijds- en plaatsonafhankelijk studeren met Blended Learning door Theo van den Bogaart, hoofddocent Hogeschool Utrecht. Zijn presentatie startte over Flipping the classroom. Een terechte constatering van Van den Bogaart is dat deze vorm weinig gepersonaliseerd, het is immers erg aanbod gericht. Je verwacht immers dat studenten zich voorbereiden. Dat dit niet altijd gebeurt, is bekend (#mustread Reader survey finds unprepared students a persistent problem en Help! Mijn studenten bereiden zich niet voor). Dan is huiswerk meer gepersonaliseerd 🙂 Bij flipped classroom moet je de studenten duidelijk maken wat het nut van deze werkvorm is. Ook de andere voorbeelden die hij noemde waren mij bekend: diversiteit van materiaalsoort (lezen-kijken-luisteren) of werkvormen (zelfstandig-leerteam-klassikale bijeenkomst- werkplek). Inzetten van Google Docs om samen te werken, het gebruiken van fora als reflectiemiddel (en hoe activeer je die dan?), Socrative voor meer interactie. Hij had echt leuke voorbeelden om studenten meer de regie te laten hebben over de bijeenkomst.
Theo presenteerde vanuit de website van Hogeschool Utecht: Blended Lab. Hierop is ook het door hen gehanteerde onderwijskundig model te vinden: het aangepast Spinnenwebmodel. Deze wordt gebruikt om onderwijskundige keuzes te maken die consequent zijn, de samenhang wordt hierdoor zichtbaar.
Na de heerlijke lunch die ik samen met mijn twee collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek heb genuttigd, presenteerden Ellen de Kwant en Karin Vogelaar, werkzaam voor het programma Onderwijsinnovatie van de Hogeschool Utrecht, over Leerwegonafhankelijk toetsen. Ellen bleek, toen ik met haar in gesprek raakte, een directe collega van mijn MLI-studiemaatje Cindy te zijn 🙂
In een heldere presentatie legden zij uit wat gepersonaliseerd leren (regie voeren op eigen leerproces) betekent voor ontwerp en didactiek: aanpassen van inhoud, niveau, tijd en plaatsonafhankelijk, tempo, leervoorkeur. De visie is hogeschoolbreed vastgesteld. En op basis hiervan zijn ontwerpdimensies beschreven. Ontwerpprincipes zijn niet voorschrijvend, maar adviserend.
Bij leerwegonafhankelijke toetsen liggen de leeruitkomsten vast, de weg er naar toe, de leerweg kan verschillen. Bij de HU ligt het toetsprogramma vast, het onderwijsprogramma is flexibel. Studenten hebben meer mogelijkheden om binnen een opleiding een eigen route te bieden.
Hun ervaringen:
- Denken in leeruitkomsten en uitkomstgericht ontwerpen (je begint bij beroepskwalificaties, wat moet een student nu kunnen en wat betekent dit voor het onderwijs?) is niet gemakkelijk.
- Verandering van inhoud heeft impact op de hele opleiding, niet alleen op het deeltijdonderwijs.
- Rol van begeleiding verandert – studenten moet leren regie te nemen (binnen leerteams). Extra aandacht voor binding met opleiding bij individuele leerroutes.
- Wet- en regelgeving loopt achter op dit punt (m.n. de OER).
- Na 3 jaar programma onderwijsinnovatie kwam men pas op het idee om de ondersteunende dienst te betrekken (!) vanwege de problematiek met verschillende tentamencodes, het registreren, het (flexibel) roosteren.
Werken met grotere onderwijseenheiden 15-30ecs betekent minder toetsen. Beperkte kennistoetsen (alleen propedeuse), maar meer beroepsproducten als formatieve toetsen.
Daarna kwamen 3 korte presentaties:
- Jeroen Steggink, docent en studiebegeleider Windesheim Flevoland over Maatwerk door focus op voorkennis: omgaan met verschillen bij instroom over een pilot rekenen in de propedeuse opleiding Bedrijfseconomie.
- Imke Boonen, onderwijskundig beleidsmedewerker Saxion over Universal Design voor Learning: flexibiliteit voor alle studenten. Interessant om hier eens verder in te verdiepen:
Universal Design for Learning (UDL) is een mindset mèt een praktisch raamwerk dat zorgt voor optimaal onderwijs voor élke student. Het neemt studiebelemmeringen weg, zonder in te leveren op kwaliteit.
Van de website UDL Nederland
- Eric Slaats, associate lector Fontys Hogeschool ICT over Open Education: actueel en flexibel onderwijs. Het verhaal van Eric had ik gedeeltelijk al eens gehoord tijdens mijn studie MLI. In de aankondiging stond dat Fontys Hogeschool ICT al enkele jaren geen gebruik meer maakt van roosters. Tentamens zijn afgeschaft. En dat hun onderwijs open en flexibel is: de student bepaalt. Vele vonden dit een inspirerend verhaal, een mooi vergezicht, ook voor Zuyd. Ik kreeg de indruk van zijn verhaal dat dit beeld de hele faculteit ICT van Fontys betrof, maar dat bleek dat toch niet zo te zijn. Wat Eric vertelde ging over één van de specialisatieroutes: Open Innovation, die studenten kunnen ‘stapelen’ op hun basisroute. De studenten stellen zelf een persoonlijk competentieprofiel samen, ze vormen zelf multidisciplinaire teams, voeren met een daadwerkelijke opdrachtgever hun eigen project uit en bepalen zelfs op welke criteria ze beoordeeld worden. Lees meer hierover op de SURF website of bekijk onderstaande video
Ik kan me zo goed voorstellen dat Eric hier enthousiast over is.
Wat ik meenam van deze studiedag:
- Het beschrijven van heldere transparante leeruitkomsten is lastig.
- Dat toetsing belangrijk is, maar dat er ook andere vormen zijn dan een thesis. Laat aan student de keus om zijn eindproduct te presenteren.
- Het experimenteren met flexibel onderwijs in het deeltijdonderwijs heeft ook gevolgen/impact op het voltijdsonderwijs.
- Het onderscheid tussen voltijds/deeltijd en duaal onderwijs is een geforceerde.
- Belangrijk om verwachtingen te managen.
- Studenten willen geïnspireerd worden, en hebben behoefte aan structuur.
- Sommige studenten hebben moeite met de veelheid aan keuzes.
- Docenten denken veel na over het ‘wat’, te weinig over het ‘hoe’.
- Het belang van de coachende docent bij flexibeel onderwijs.
- Dat we niet goed zijn in het afscheid nemen van docenten die niet (willen) aanpassen.
- We ons weinig buiten de gebaande paden begeven. Ik heb weinig over open onderwijs en learning analytics gehoord tijdens deze studiedag over flexibiliteit.
- Dat is binnen het mogelijke verrassend weinig onmogelijk is. De beperking zit meer ‘tussen de oren’.
- Vertrouw en gewoon doen.
groet,
Judith
Onderzoek doen op Lowlands?
Ha Marcel,
Je kent Lowlands natuurlijk. Inmiddels wordt dit festival al voor de 25e keer georganiseerd. Naast muziek hebben zij een uitgebreid randprogramma met workshops, comedy maar ook wetenschap. Op de site van de Vereniging Hogescholen staat in dit kader een interessant nieuwsbericht
In het Lowlands Science-dorp kunnen de bezoekers zich elke dag van het festival onderwerpen aan bijzondere onderzoeken en experimenten. Een win-win situatie! De onderzoekers krijgen een groot testpubliek en de bezoekers kunnen zich wagen aan proefkonijnenavonturen. Bovendien biedt Lowlands Science een podium om aan een groot publiek te laten zien wat hogescholen allemaal in huis hebben.
In onderstaand filmpje zie je een impressie van Lowlands Science 2016
Iets voor jou? Voor je studenten? (Alhoewel het geen handige tijd is voor onderzoek voor afstudeerders ;)) Of voor een andere onderzoeker die je kent? Er zijn maar 10 plekken beschikbaar. Je moet je wel houden aan een aantal richtlijnen houden:
- De festivalganger kan meedoen. De concurrentie op een festival is groot; je moet de bezoeker dus echt iets te bieden hebben. Alleen vragenlijsten invullen bijvoorbeeld, vinden niet veel bezoekers leuk.
- Het gaat niet om een tentoonstelling over wat de onderzoekers kunnen of doen, maar daadwerkelijk bijdragen aan een onderzoek, onderzoeksdata opleveren. Onderzoek dat bijvoorbeeld alleen gebruik maakt van enquêtes is niet interessant voor de bezoeker.
- Het onderzoekt dient rekening te houden met de omgevingsomstandigheden van een festivalterrein: onder andere trillingen, geluid, alcoholconsumptie. En een stabiele wifi is er meestal ook niet op een festivalterrein, zo kan ik uit eigen ervaring zeggen 😉
Deadline is 15 maart 2017. Meer informatie op de website van Lowlands Science
Judith
Ontwikkeltijd #onderwijsontwerpen
Je herkent het wel Marcel, denk ik. De hectiek. Het vliegen en rennen. Niemand lijkt tijd te hebben. En we willen zoveel: nieuwe curricula ontwerpen, blended leren, leren en werken met ict-tools, etc etc. Het (her)ontwerpen van curricula vergt een zekere bekwaamheid. Dat betekent ook dat we zelf moeten leren en ontwikkelen. Maar waar creëren we de ruimte in onze volgeplande agenda’s?
Tijd, inspanning, aanmoediging, rust is nodig. Hoe geef je als onderwijsinstelling, als Zuyd invulling aan ontwikkeltijd? Waar moet je aan denken als je een lerende organisatie wilt zijn? In een artikel Ontwikkeltijd. Hoe richt je dit in? op de website Leerling 2020 geven drie ervaringsdeskundigen adviezen.
- Rooster bijeenkomsten in
“Heel belangrijk, in het onderwijs is je tijd versnipperd, het vervliegt. Zeker als het gaat om ontwikkelen. Daar heb je duidelijk vastgestelde momenten voor nodig.” - Geef tijd om te oriënteren
“Het kost tijd om je in het begin te oriënteren, scholen te bezoeken en met elkaar te discussiëren en een mening te vormen. De projectgroep heeft een jaar lang, een dagdeel per week nodig gehad om uitgangspunten te formuleren, uit te werken wat hiervoor nodig is en om een leerjaar van het nieuwe vwo uit te werken.” - Structuur gedachten
“Ik denk dat het schrijven van zo’n plan wel mensen afschrikt, maar waarschijnlijk voornamelijk de mensen die wel graag ontwikkeltijd willen maar niet goed weten waarvoor ze het nodig hebben. De docenten die wel een idee hadden over waar ze mee aan de slag wilden, werden door het schrijven van dit plan gedwongen om hun gedachten te structureren en na te gaan wat ze wilden gaan doen en vooral wat ze daarvoor nodig hadden.”
De VO-raad heeft in 2016 geadviseerd fulltime docenten 100 uur extra ontwikkeltijd te geven.
Herkenbare adviezen. Alhoewel plannen schrijven voor mij ook een blog schrijven mag zijn 😉 Het gaat er om dat je nadenkt over wat onderwijs ontwerpen vraagt en met zich meebrengt. Door dat op te schrijven structuur en openbaar je je gedachten.
Het onderzoeken, oriënteren op onderwijskundig ontwerpen heeft inderdaad tijd nodig. Bedenktijd. Praattijd. Bezinktijd. Vaak nemen we deze tijd niet. En dan krijgen we de gevolgen als een boemerang terug. Het pleit voor tijd en rust, iets dat we binnen ZOEC willen creëren. Geclusterde, geoormerkte tijd voor het ontwerpen van (blended) onderwijs en niet ontwerpen in een hier en daar gesprokkeld uurtje. Dat werkt niet. Ik heb het vaak genoeg ervaren.
De opleiding Financieel Management biedt haar docenten ontwikkeltijd voor het herontwerpen van hun curriculum. Op het blog van Ilse Meelberghs kan je hun expeditie Binnenste Buiten volgen. Een mooi voorbeeld, zeker ook omdat zij ook een vast moment in de week hebben om gezamenlijk aan dit proces te werken.
Op de Bildungskalender 31 januari 2017 las ik onderstaande tekst van een Belgische onderwijsdirecteur Ronny Vanderspikken. Toepasselijk. Dit gun ik ons.
Judith

CC0 Stephen Ellis
Een rivier legt zeker drie keer de afstand af tussen bron en zee.
De rivier gaat niet rechtdoor, maar meandert, neemt bochten,
gaat af en toe langs een hindernis … Geruststellend!Boeiende kronkels, moeilijke kronkels, soms te veel kronkels<
soms heel mooie kronkels, …
maar altijd met de geruststelling dat we samen wel een weg
zullen vinden.Gun jezelf veel ruimte en vertrouwen
om zelf te ‘meanderen’ en
om anderen te laten ‘meanderen’.




