Zoekresultaten voor open onderzoek

Onderwijsonderzoek is mensenwerk

De beste leraren vertellen je wel waar je moet kijken, maar niet wat je moet zien.
Alexandra K. Trenfor

Hallo Marcel,

Begin december, tijdens de gezamenlijke kenniskring van de 4 onderwijslectoraten van Zuyd was het thema: “wat kunnen wij als kenniskringen doen om de samenwerking met faculteiten en opleidingen binnen Zuyd te bevorderen?”

Toen ik de uitnodiging kreeg voor deze bijeenkomst had ik net het blog Over de tegenstrijdigheden in onderwijsonderzoek, en mogelijke alternatieven van Hartger Wassink gelezen. Ik vond het een goed evenwichtig blog. Onderwijs is complex, schrijft Hartger, alles draait om relaties (“ieder gevolg is weer een oorzaak van iets anders”). Het is daarom moeilijk om algemene uitspraken te doen nav onderwijsonderzoek. Daarnaast zit er ook een sterke normatieve kant aan onderwijs. Het draait om mensen. Iedere keuze die we maken als docent, als student of als onderzoeker is ook een morele keuze. Als onderzoekers moeten we ons bewust zijn van deze dimensies. Hij bepleit dat we uit moeten gaan van de handelingspraktijk van onderwijs. (Is het onderzoek dat wij uitvoeren in de onderwijslectoraten betekenisvol genoeg voor Zuyd?). Mijn conclusie was ook dat we meer het gesprek aan moeten gaan wat een ieder ‘goed onderwijs’ vindt.

Maar wel met respect voor elkaar alsjeblieft. Ik zie nu zoveel moddergooien tussen onderwijsonderzoekers dat ik er plaatsvervangende schaamte van krijg.

Zo reageerde Monique Marreveld in Didactief Online Onderwijsonderzoek is niet voor luiwammesen erg gepikeerd op Hartger Wasskink’s blog. Hartger vraagt zich open af wat we met het onderwijsonderzoek in de klas kunnen. En hij probeert daarvoor alternatieven aan te dragen. Zoals docenten en studenten mede-onderzoekers te maken (Goed bezig Marcel 🙂 ). Ik vind het goed idee om daar eens naar te kijken. En niet te blijven hangen in ‘kennis is macht’-discussie zoals die onlangs door Eric Meesters, Sarah Bergsen en Paul Kirschner is aangewakkerd door hun blog De holle retoriek van 21st-century skills. Die ik op verschillende blogplatforms tegenkwam. En me mateloos aan ergerde.

De voortdurende nadruk in onderwijsland op generieke vaardigheden brengt de positie van vakkennis in gevaar en heeft een negatieve invloed op de onderwijskwaliteit, betogen Erik Meester, Sarah Bergsen en Paul A. Kirschner. ‘We moeten de beschikking over kennis, bijvoorbeeld via internet, niet verwarren met het bezit van kennis.’

Kennis is belangrijk, daar hebben ze een punt. En volgens mij sluit kennis belangrijk vinden het belang van 21st century skills niet uit. Onderwijs bestaat toch uit meer dan kennisoverdracht? Volgens mij is onderwijs (én onderzoek) meer. Het betekent ook aandacht besteden aan normen en waarden die van belang zijn om te functioneren in de samenleving. Dit zijn volgens mij vaardigheden die we nu scharen onder 21st century skills. En dat die behalve de ict-gerelateerde niet echt ‘des 21e eeuws’ zijn, is een oude discussie.

Het is meer het taalgebruik en dedain waarmee de schrijvers hun mening naar voren brengen. Alsof onderwijsonderzoekers alleen de waarheid in pacht hebben. En de docenten die voor een groep staan niet weten wat wel en wat niet werkt in hun groep. Die het belang van 21st century skills inzien of onderzoekend/ontdekkend leren stimuleren. Omdat het wetenschappelijk niet aangetoond is dat generieke vaardigheden bestaan of dat alleen directe instructie een effectieve methode is? Mijn onderwijsonderzoekervaring is maar beperkt. Ik weet dat onderzoek wetenschappelijk wordt genoemd als het volgens een bepaalde methode is uitgevoerd en controleerbaar is. Dat betekent nog niet dat het juist is …. Onderwijsonderzoek valt niet te generaliseren, toch? We zitten niet in een laboratorium setting. We hebben te maken met mensen.

De gezamenlijke kenniskringen (zie begin van mijn blog) vroegen zich af hoe ze beter kunnen doen om gezien en gevraagd te worden. Mijn belangrijkste conclusie na die dag (en ook na alles wat ik hierboven gelezen heb) is: Verbind al die eilandjes eens. Tussen de onderwijslectoraten onderling, tussen onderzoek en onderwijs (docenten én studenten). Door (ook online!!) zichtbaar te zijn in de organisatie. Door te investeren in relaties. Blijven delen, op verschillende manieren, in verschillende vormen met verschillende mensen; de kracht zit in de herhaling. En neem als onderzoeker verschillende rollen in zodat je meer begrip krijgt voor de ander.

Judith

Alles wat we horen is een mening, geen feit. Alles wat we zien is een perspectief, geen waarheid
Marcus Aurelius (121-180)

Nationaal Plan Open Science

Hallo Marcel,

Vaker heb ik hier geblogd over de waarde van Open Onderzoek ofwel Open Science. Ik was verheugd om te lezen dat er onlangs een Nationaal Plan Open Science is gepresenteerd. Tien partijen (waaronder Vereniging Hogescholen, SURF, KB, NWO) hebben de ambitie uitgesproken de wetenschap nog meer toegankelijk te maken. De geformuleerde doelen zijn:

  • 100% open access publiceren in 2020
  • onderzoeksdata optimaal geschikt maken voor hergebruik
  • Erkenning en waardering
    Open science gaat onderdeel uitmaken van het evaluatie- en waarderingsproces voor onderzoekers, onderzoeksgroepen en onderzoeksvoorstellen. Een onderzoek hiervoor wordt gezamenlijk gestart.
  • Stimulering en ondersteuning
    Inrichten van een ’clearinghouse’ dat alle benodigde informatie over ondersteuning biedt aan onderzoekers op alle terreinen van open science.

Er is inmiddels ook een website openscience.nl. Zie ook onderstaand filmpje.


Mooie ambities!
Ik hoop er nog veel van te horen. Ook binnen Zuyd.

Groet,
Judith

De waarde van open en open als waarde

Ha Marcel,dewaardevanopen

Gisteren ontving ik van Robert Schuwer het onderzoeksrapport van hem en Ben Janssen met de mooie titel:

De waarde van open en open als waarde

Enige tijd geleden ben ik door Robert geïnterviewd (je kunt in bijlage 4 de vragen lezen die mij gesteld zijn) over hoe binnen Zuyd aangekeken wordt tegen het delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen. Hoe Zuyd er tegen aan kijkt weet ik niet, ik heb mijn inzichten en ervaringen binnen Zuyd gedeeld, zie ook ons MOOCZI-blog warop ik de managementsamenvatting heb gedeeld. Alles is uiteraard gepubliceerd onder CC-BY 🙂

De onderzoeksvraag was:
Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Ze hebben 55 interviews (bestuurders, docenten, ondersteuners) afgenomen op 4 universiteiten en 6 hogescholen. Uitgebreid (gebruikmakend van een codeboom) zijn de interviews beschreven en geanalyseerd. Mijn korte samenvatting van de resultaten:

Er wordt veel leermateriaal gedeeld, vooral om de kwaliteit van het campusonderwijs te verbeteren. Docenten bepalen hoe ze willen delen (autonomie wordt zowel door docent als bestuurder cruciaal gevonden), het delen en hergebruiken is daarom erg divers qua openheid. Om structureel te delen en hergebruiken is ondersteuning in tijd, geld en ondersteuning essentieel. Als er al sprake is van ‘open’ beleid dan zijn docenten hiervan onvoldoende van op de hoogte. MOOC’s worden gezien als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling.

Uiteraard zijn er mooie zinvolle aanbevelingen geformuleerd:

  • Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  • Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  • Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  • Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Zal ik nog eens een poging wagen om deze adviezen binnen Zuyd te delen? Er ligt immers een ‘opdracht‘ van de minister dat in 2025 alle HO-docenten hun onderwijsmateriaal, Open Educational Resources (OER), vrij beschikbaar dienen te stellen. De doelstellingen zijn door een taskforce bij OCW omschreven in het programmaplan ‘Open & Verbonden Hoger onderwijs, uitwisseling van digitaal leermateriaal’. Hierin staat dat na afloop van het programma in 2020

  1. Docenten het normaal vinden om:
    • digitaal leermateriaal te delen met collega’s,
    • te reflecteren met collega’s op digitaal leermateriaal, en
    • digitaal leermateriaal van collega’s te hergebruiken in het eigen onderwijs.
  2. Docenten over de juiste faciliteiten beschikken en worden zij door de instelling op maat ondersteund in tijd, ruimte en middelen om te kunnen delen, reflecteren en hergebruiken.
  3. De beschikbare ict-voorzieningen zorgen dat delen, reflecteren en hergebruiken snel, eenvoudig en gebruikersvriendelijk mogelijk is.

Duzzz … 🙂

Judith

Professionaliseren ‘met de deur open’

Hi Marcel,

Op Zuydnet vond ik laatst informatie over het Professionaliseringsplan 2014-2018 van Zuyd. Ik was niet op de hoogte van dit document. Jij? Ik lees hierin dat Zuyd zich gelijktijdig richt op individuele, team- en organisatieontwikkeling. Ik lees hier

Informeel leren vindt ook in onze instelling plaats maar onze kennis hierover moet nog verder toenemen om op een weloverwogen wijze krachtige leersituaties op de werkplek te organiseren en te faciliteren. We zijn er op gericht dat informeel leren, gedurende de looptijd van dit professionaliseringsplan steeds meer onder de aandacht komt en een plaats krijgt in de professionaliseringsplannen van faculteiten en diensten.

en

Kortom, van Zuyd-medewerkers verwachten we dat ze er op gericht zijn te blijven leren, met en van collega’s te leren en daarvoor zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Van onze docenten verwachten we dat ze lesgeven ‘met de deur open’, van elkaar leren door samen lessen voor te bereiden, elkaars lessen bij te wonen en gericht te zijn op samenwerken met de beroepspraktijk.

Mooie dat er bij HR aandacht is voor informeel leren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot nu toe weinig heb meegekregen van deze plannen ondanks het streven van HR om professionalisering zichtbaar te maken.

Deze aandacht voor informeel leren sluit wel mooi aan op de conclusie van het MLI-onderzoek van Myriam Lamerichs: docenten willen vooral samen en van elkaar leren … maar dan moeten ze er wel tijd voor hebben.

Dan is het goed om te weten dat ik in het professionaliseringsplan las dat elke medewerker met een aanstelling van 0,4 fte (bij kleinere omvang naar rato) jaarlijks een basisrecht heeft van ten minste 40 uren om zijn bekwaamheidheid bij te houden. “Het basisrecht is bestemd voor het onderhoud en ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteit (vakbekwaamheid en competenties) en het versterken van de persoonlijke effectiviteit.”

Die 40 uur zou je toch ook zomaar kunnen inzetten om informeel te leren. Ik ga het in ieder geval eens in mijn takenplaatje opvoeren. Ik moet dan wel inzichtelijk maken hoe tijd en middelen hebben bijdragen aan zijn professionalisering. Uiteraard. Dat vind ik vanzelfsprekend.

Hoe je dat kunt doen? In een interessant bijdrage op Komensky Post over The Crowd las ik over hoe informeel leren zichtbaar gemaakt kan worden en hoe de opbrengst gewaardeerd kan worden in een formeel kader. Maarten de Laat van de OU sprak over ‘waardecreatie verhalen’.

In een waardecreatie verhaal worden in feite vijf vragen beantwoord:

  1. Aan welke betekenisvolle activiteit heb je deelgenomen?
  2. Welke concrete opbrengst heeft dat opgeleverd? (dat kan een concreet product als een document zijn, maar het kan ook een idee, een advies, een model, etc. zijn)
  3. Hoe heb je die opbrengst toegepast in jouw eigen praktijk en wat heeft dat mogelijk gemaakt?
  4. Wat is het effect daarvan geweest voor jou persoonlijk of voor jouw organisatie?
  5. Mogelijk heeft deze ervaring jouw begrip van ‘succes’ veranderd. Als dat zo is, hoe?

Zo ben je met waardecreatie verhalen ook meteen bezig met kennis delen. Mooi toch? Ik heb dit idee inmiddels gedeeld met het kernteam van ZOEC. Volgende bijeenkomst eens verder bespreken.

Mijn waardecreatie verhalen zijn terug te lezen in ons blog 🙂 Ik denk dat ik zo al werk en leer: ‘work out loud‘. Wat mij betreft kunnen social media ook een rol spelen in het informeel leerproces, maar dat is een open deur hè?
*grinnik*
Judith

opendeur

CCO via Pixabay

Opening Brightlands Smart Services Campus

Ha Judith,

Afgelopen maandag was de opening van de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen. Een Campus waarbij wij als Faculteit ICT, maar ook de opleidingen in Sittard en CMD te Maastricht betrokken zijn via het BISS (Business Intelligence and Smart Services). Het moet een campus worden waar rondom data, data management, data visualisatie, data intelligence en allerlei slimme oplossingen, adviezen en technologie daaromheen allerlei innovatieve projecten gaan ontstaan. Projecten waarbij bedrijfsleven, onderzoekers en studenten van Zuyd, UM en OU samenwerken.

Computable maakte een impressie:

 

 

Mooi dat er bedrijven, kennisinstellingen en overheden zijn in onze regio die hierin willen investeren!

Met vriendelijke groet,

Marcel Schmitz

%d bloggers liken dit: