Zoekresultaten voor hattie

Van (peer)feedback tot professioneel beoordelen

rubric

CC-BY lupzdut

Mijn allergie om via rubric beoordeeld te worden, is je wel bekend hè Marcel. Het is iets waar ik binnen mijn formeel leertrajct gewoon mee heb te dealen. Ik weet ook dat mijn weerstand niet door al mijn medestudenten wordt gedeeld. Het is mijn ‘dingetje’ 😦 Een rubric is een standaard voor het objectief beoordelen van studenten. Docenten vinden ze handig voor het geven van objectieve beoordelingen en dat ze daardoor beoordelingen van verschillende docenten beter kunnen vergelijken. Studenten vinden het fijn om het als sturing te gebruiken bij wat van heb verwacht wordt. Mij belemmert het alleen maar. Ik kijk er ook bijna niet naar. Daar zit natuurlijk ook het probleem *grinnik*. Rubrics zorgen bij mij voor hokjesdenken. Ik wil eigenaar zijn van mijn eigen leer- en beoordelingsproces. Ik wil leren. Ik wil me ontwikkelen. Ik wil feedback. Die feedback krijg ik oa van ‘peers’, mijn medestudenten. Heel belangrijk. Dat vindt Hattie ook. Feedback is een belangrijk onderdeel binnen mijn opleiding. Hoewel ik het belang van peerfeedback zie, zijn mijn peers ook lerende in hetzelfde proces en vallen wellicht in dezelfde kuilen als ik. Daarom is feedback van docenten, begeleiders voor mij ook heel belangrijk. In de leerarrangementen die ik volg worden dit soort feedbackmomenten ook wel ingepland, maar niet altijd even just-in-time. Ik snap dat dit organisatorisch erg lastig is als je werkt met takenplaatjes en uurbelastingen van docenten. Voor mij als student is dat niet altijd fijn.

Nu wordt niet binnen alle leerarrangementen op dezelfde wijze de feedbackmomenten van docenten ingepland. Ook dat is gewoon een feit. Ik kan dit gewoon accepteren en niet over zeuren 🙂 Maar ja, je kent me hè? Onlangs had ik het met een van je naamgenoten over het verschil tussen het geven en ervaren van feedback van hbo-studenten en wo-studenten. En natuurlijk weet ik ook dat je niet over dé hbo-student of dé wo-student kunt spreken, maar ik herkende er wel wat in. De universitaire docent begeleidt en beoordeelt. Bij de MLI zijn deze veelal gescheiden. Daar is wat voor te zeggen. Een begeleider zou wel mede-beoordelaar moeten zijn. Hij/zij heeft immers zicht op jouw leerproces. Als ik een produkt moet opleveren dan wil ik dat dit een goed produkt wordt waarin ik heb laten zien dat ik geleerd heb. Ja, ik heb moeten leren dat vele ‘rode strepen in een Word-document’ van mijn onderzoeksbergeleider fijn zijn. Dat ze me uitdagen om na te denken, aan te scherpen, te verbeteren. Het blijft altijd even slikken, want je krijgt feedback op iets waar je veel tijd in hebt gestopt, en misschien ook wel trots op bent. Inmiddels heb ik ook geleerd om mijn eerste beoordelingen bij de MLI als een feedbackmoment te zien. En ook 2e beoordelingsmomenten. …

Maar toch … het knaagt.

Rubrics motiveren mij niet om te leren. Gepassioneerde docenten wel. Ik wil ook van hen leren. Ik wil van hen feedback kunnen ontvangen als ik daar behoefte aan heb zodat ik me ontwikkel. En niet alleen maar op het eindproduct tijdens de formele beoordeling. Voor mij zou de beoordeling een formaliteit moeten zijn van het ontwikkeltraject dat ik heb doorlopen. Tenminste dat lijkt me zo. Misschien zie ik het verkeerd hoor. Ik loop wel vaker tegen ‘het probleem’ dat ik als niet-docent een educatieve master volg. Misschien ligt hier ook de oorzaak dat ik niet begrijp waarom docenten met rubrics werken. Gaat het om objectiviteit? Bestaat objectiviteit? Ik weet dat ook dat studenten klagen als ze verschillend worden beoordeeld. Zijn rubrics ook een instrument om dit te voorkomen? Moet je objectiviteit wel nastreven?

Binnen deze masteropleiding leren en innoveren worden we als professionals gevoed en uitgedaagd met onderwijsvernieuwing en innovatie bezig te zijn. We lezen en ervaren de technologische en sociale innovatie op onderwijsorganisatie en didaktiek. We dromen over de toekomst van het onderwijs. We denken na over ons rol daarbinnen. Tsja en dan realiseer je dat binnen het formeel onderwijs het leren van de student nog niet centraal staat. Dat gepersonaliseerd leren nog lang geen feit is. Dat hybride leren niet gefaciliteerd en ondersteund wordt door beschibare technologie. Dat professioneel beoordelen nog geen feit is. Onze Domique, lector professioneel beoordelen heeft in haar lectorale rede gezegd:

Professioneel beoordelen betekent dat de student in de weg naar startbekwame beroepsbeoefenaar in een gebalanceerd en samenhangend programma van beoordelen een groot aantal beoordelingstaken uitvoert. Deze taken zijn ontworpen door bekwame beoordelaars. De beoordelingstaken leveren informatie c.q. bewijs over het kennen en kunnen. Bekwame beoordelaars verzamelen en interpreteren de informatie c.q. het bewijs op een zodanige wijze dat deze interpretatie niet alleen de studenten handvatten biedt die hen motiveren en inspireren beter te worden in de professie, maar ook leiden tot het nemen van betrouwbare, valide en transparante beslissingen over het professioneel vakmanschap, het onderzoekend vermogen en de mate van zelfontwikkeling. Het hele proces voltrekt zich in een leer- en werkomgeving waarin alle betrokkenen professioneel handelen en zich professioneel gedragen, in een leer- en werkomgeving die representatief is voor de professie en in een leer- en werkomgeving die is gericht op kwaliteitsbewustzijn en voortdurende kwaliteitsverbetering.

Wat vind jij er van? Wat zou Dominique van mijn worsteling vinden?

Het kostte mij weer even wat zijn om mijn gedachten hierover te structuren en in een blog te verwoorden. Ik heb weer geleerd, omdat ik dat wilde. En ik deze gedachten kwijt wilde in mijn buitenboordbrein. Vandaag weer uren gewerkt aan mijn herkansing. Peerfeedbackverzoeken zijn ingediend. Feedback van een docent krijg ik pas weer bij de formele beoordeling. Dus zit ik straks weer in spanning of ik het nu wel heb gedaan zoals de docent / de rubric het eist. Terwijl ik volgens mij in mijn blogs over al die onderwerpen heb aangetoond dat ik geleerd heb. En hoe! Of dit produkt nu wel studiepunten oplevert, blijft nog spannend. Over een maand weet ik meer.

Fijn weekend
Judith

Goed bezig! De kracht van complimenteren.

Hi Marcel,

Complimentjes geven is belangrijk. En jij geeft ze gul. Goed van je!

Is het geven van complimentjes wel zo simpel?

Tijdens mijn studie is het elkaar feedback geven erg belangrijk. Volgens mij hoort bij feedback geven ook complimenteren. Volgens het feedback onderzoek van Hattie & Timperley is het prijzen van studenten (lof, beloning, badges) het minst van invloed op hun prestaties. In een eerder blog heb ik hierover al eens mijn twijfels geuit. Want toch vinden we een ‘like’ op Facebook fijn en zijn badges in games ook leuk.

Maar wat is nou een goed en effectief compliment? Op het blog van OAB Dekkers las ik de voordelen van het geven van complimenten vanuit het gedachtegoed van oplossingsgericht werken (Cauffman & van Dijk, 2014):

  • Je toont dat je aandacht hebt voor wat de ander goed doet.
  • Je bouwt aan een coöperatieve werkrelatie.
  • Je verstevigt het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van de ander.
  • Je helpt de ander met de neus in de richting van mogelijke oplossingen te gaan staan (in plaats van de neus in problemen te blijven steken).
  • Je creëert een sfeer van vertrouwen en samenwerking, waardoor meer inzet mag worden verwacht om gewenste veranderingen in gang te zetten.
  • Je biedt de ander kracht om meer te doen wat werkt.

Dit gunnen we een ander (familie, vriend, medewerker, collega, student) toch allemaal?

Om complimenten te geven die effectief zijn moet het compliment naar iets verwijzen dat echt gebeurd is of wat de ander zelf gedaan heeft. Het compliment moet realistisch zijn (niet overdrijven) en het moet bruikbaar zijn voor de ander zodat hij/zij daar stappen vooruit kan zetten in de richting die hij/zij wilt. En zwijg als je het niet echt meent!

In het onderwijs zijn we zo gewend om te zeggen wat fout is ipv goed. Denk maar aan de rode pennen (of rode wijzigingen in een Word-document *brrr*) of aan wat boven toetsen staat ’30 fout, een 7′ ipv ’70 goed,een 7′ punten. Nee, dat is in de gamewereld wel anders 🙂 Chris Kockelkoren heeft hierover al eens geblogd: de mindsets van Dweck. Onlangs heeft zij weer een mooie TEDtalk gehouden over de kracht van geloven dat je kan verbeteren. En de power van YET. Zij roept docenten op te stoppen met het geven van onvoldoendes, of niet voldaan!
Ik merk het in mijn eigen studie ook. Het geven van onvoldoendes werkt zo demotiverend. Ik voel me dan zo dom. Als je als feedback krijgt ‘bijna goed, nog niet helemaal’, zou dat (in ieder geval voor mij) een stuk fijner zijn.

Carol Dweck benoemt twee vormen van complimenteren: procescomplimenten en eigenschapcomplimenten. Bij complimenten over het proces prijs je de ander voor zijn of haar goede inspanning of effectieve strategie (“Je hebt vast hard gewerkt” of: “Je zult wel een goede aanpak gebruikt hebben.”). Bij eigenschapcomplimenten complimenteer je de ander met een eigenschap, een interne, vastliggende kwaliteit (“Je hebt het goed gedaan, je moet wel erg slim zijn”). Dweck heeft onderzocht dat procescomplimenten effectiever zijn en meer een growth mindset bevorderen (men is meer bereid om uitdagingen aan te gaan) dan complimenten over de eigenschap van iemand. Bij complimenten over eigenschappen zijn we sneller geneigd uitdagingen te vermijden, eigenschappen zijn immers onveranderbaar (fixed mindset). Zie ook onderstaande uitleg.

We zijn vaak niet zo gul met het geven met complimenten omdat we het gevoel hebben dat het overdreven is. Je moet inderdaad zwijgen als je het niet echt meent, maar mensen vinden het zeker fijn om te horen als ze iets goed hebben gedaan. Daar niets over te zeggen kan worden uitgelegd als “het zal wel niet goed zijn, ik hoor nooit iets”. Twijfel en onrust zal een leerproces vrijwel zeker negatief beïnvloeden.

Toch zijn niet alle complimenten effectief. In het eerdergenoemde OAB Dekkers blog werd een onderzoek van Kohn aangehaald: complementen kunnen zelfs schadelijk zijn. Complimenteren voor lage prestaties kan de boodschap geven dat er te weinig van je wordt verwacht, terwijl overcomplimenteren als neerbuigend of beledigend kan overkomen. Ik moest wel even instemmend knikken toen ik de term ‘compliment-verlamming’ las, dat herken ik wel 😉 Ik heb het je volgens mij ook wel eens gezegd. Ik heb vaker tijdens mijn studie te horen gekregen dat ik dit toch ‘gemakkelijk’ kan … onbewust levert dat een verwachting die je dan vervolgens niet waar kunt maken, met faalangst als resultaat.

Tja, het lijkt zo gemakkelijk, complimentjes geven. Als ik deze onderzoeken dan weer lees, lijkt het dan toch weer niet zo. Of wordt het moeilijker gemaakt dan dat het is?

Wij zijn goed bezig!
Judith

Onderwijs is mensenwerk

Hi Marcel,
Op Twitter zag ik gistermorgen onderstaand filmpje voorbijkomen op mijn timeline (oa via Pedro en Pierre).

Derek Muller heeft in 2008 zijn proefschrift Designing effective multimedia for physics education geschreven. Sindsdien is hij veel bezig geweest met de vraag of technologie het onderwijs wel zo revolutionair verandert. Het is in de geschiedenis al zo vaak gezegd, maar is dat ook zo?

Dit verhaal sluit aan bij een ander bericht dat ik gistermorgen op mijn Twitter timeline 🙂 zag: Waarom de docent van de toekomst geen robot is (Johannes Visser via De Correspondent). Hebben we wel docenten nodig? Muller zegt van wel omdat leren een sociale activiteit is. En volgens hem hoort de docent geen kennis overdrager te zijn (alleen ziektes kunnen worden overgedragen volgens Peter Teune 🙂 ). Een docent is er om het leerproces te begeleiden, de studenten uit te dagen, te inspireren en vooral zich gehoord en gezien voelen, ‘the caring teacher’.

Nee, het onderwijs verandert niet door technologie, zolang de systemen hetzelfde blijven. De docent brengt technologie wel in zijn klas (uit intrinsieke motivatie, ‘verplicht’ vanuit een veranderende visie op onderwijs, genoodzaakt door de omstandigheden), maar als de lokalen, de roosters, de contacturenverplichting, het meten en weten nog leidend zijn, verandert er niets. In het artikel van De Correspondent wordt ook verwezen naar het inmiddels veel geciteerde boek van Gert Biesta The Beautiful Risk of Education. Onderwijs, zegt Biesta draait om 3 dingen: (1) kwalificatie (het opdoen van kennis en vaardigheden), (2) socialisatie (waarden en normen van een gemeenschap) en (3) subjectwording (persoonlijke vorming tot een zelfstandig, verantwoordelijk en kritisch individu).

Nu worden docenten veelal ingezet om cijfertjes voor management en accreditatiecommissies te genereren, schrijft Visser. We hebben bevlogen docenten nodig. Ook volgens Hattie is het contact tussen docent en student één van de belangrijkste variable voor leereffecten. Nu zijn docenten vaak niet meer dan een trage computer of een slecht functionerende robot. Aan het eind van het artikel bepleit Visser voor meer aandacht in de lerarenopleiding voor de mindset van docenten, zie de mindframes van Hattie.

Er is de laatste tijd beweging in het onderwijs zoals United4Education, het samen leren nav Het Alternatief van Jelmer Evers en René Kneyber die in hun boek afrekenen met de afrekencultuur in het onderwijs en in willen zetten op het ontwikkelen van een kritisch denkvermogen en het leren omgaan met elkaar. Hierover gaan we vast in ons laatste leerarrangement van mijn master nog over hebben.

Judith

Beter afstuderen? Begin bij de bibliotheek! #informatievaardigheden #thelibrarians #MLI #gastblog

Marcel, op de conferentie van het Welten-instituut in het Evoluon, trof ik Corleen Knieriem weer. Ik had nog een gastblogje tegoed 🙂

CorleenKnieriem

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

Belofte maakt schuld. Afgelopen zomer deed ik aan Judith de toezegging om over mijn praktijkgericht onderzoek voor de MLI te bloggen. Inmiddels ben ik officieel afgestudeerd (dat is voor mij iets anders dan uitgestudeerd) en heb ik het MLI diploma zoals dat heet ‘in the pocket’.

Tja, en mijn praktijkgericht onderzoek?

Dat is onlangs gepubliceerd in de HBO-kennisbank; zowel de publieksversie uit de MLI afstudeerbundel als het originele onderzoeksartikel. De weg er naar toe verliep overigens niet zonder hindernissen, dit als troost voor degenen die nog middenin het proces zitten 🙂 . Want natuurlijk, ‘leren doet een beetje pijn’, aldus ook mijn leerteambegeleider. Enfin, als je dan bij je assessment te horen krijgt dat je je zeer aantoonbaar hebt ontwikkeld op lerend en onderzoekend vermogen, dan is die pijn in ieder geval effectief geweest! Een gezonde growth mindset bracht mij uiteindelijk daar waarvan ik eerder had gedacht er misschien wel nooit te zullen komen. Bedankt mw. Dweck!

De eerste hobbel bij mijn onderzoek was de hoofdvraag, die was veel te breed. Ik moest afbakenen, afbakenen, afbakenen. Mijn uiteindelijke hoofdvraag: ‘Hoe kan de HU bibliotheek (HUB) bijdragen aan het curriculum van het Instituut ICT zodat de ICT bachelor studenten de competentie informatievaardigheid beter kunnen ontwikkelen’ zou er trouwens nu vast weer anders uitzien, want je onderzoeksvraag is per definitie niet in beton gegoten volgens mijn docent/co-auteur. Vervolgens heb ik een tijdlang geworsteld met de deelvragen. Wat zijn de critical friends/ experts toch belangrijk geweest voor mij in deze fase! Niet dat ik altijd met de feedback eens was, integendeel. Maar het maakte me scherp op de vraagstelling van mijn onderzoek. Leren van en door feedback, oftewel @Judith: The power of feedback van Hattie natuurlijk!

De fasen van mijn ontwerponderzoek heb ik hieronder gevisualiseerd. De lege vlakjes bij het vooronderzoek illustreren dat ik ook hier heb moeten schrappen in mijn blijkbaar te ambitieuze plannen.

Corleen_onderzoeksfasen

Verder is het bij de uitvoering, de verslaglegging en het interpreteren van de data vooral een kwestie geweest van steeds weer onderbouwen, koppelen aan de literatuur en aanscherpen. Nauwgezet en met grote zorgvuldigheid de stappen die behoren bij het doen van onderzoek volgen. Pffff inderdaad. En ook: ik vond het onderzoek gaandeweg de route stiekem steeds leuker worden, iets wat ik van tevoren niet had gedacht!

Mooi is dat een sommige aanbevelingen een vervolg hebben gekregen, zoals bijvoorbeeld aandacht voor vormen van praktijkgericht onderzoek bij de HU in het professionaliseringstraject van onze teams informatiespecialisten. Mocht iemand hierin overigens nog geïnteresseerd zijn, neem dan gerust contact op.

Terugkijkend heb ik veel geleerd van dit traject. En ik moet toegeven dat mijn tweede onderzoek, een benchmarkonderzoek mij al stukken gemakkelijker afging! Judith, voor zover ik je ken en meemaak gaat het met jouw onderzoek helemaal goedkomen. Ik wens je enorm veel succes. Keep me informed!

Corleen

Dank je wel Corleen, dat geeft deze MLI-student weer moed. 🙂 Ik ga je onderzoeksartikel zeker ook nog lezen.

HBO studenten gaan vaak niet kritisch om met informatiebronnen en hebben moeite met het beoordelen en verwerken van informatie. Dit heeft zijn weerslag op de kwaliteit van hun producten. De eisen vanuit de overheid ten aanzien van het gewenste afstudeerniveau worden echter steeds strenger. Zijn studenten wel voldoende informatievaardig? En hoe staat het met hun onderzoekend vermogen? Hogeschoolbibliotheken strijden al jaren voor een stevige verankering van informatievaardigheid in het curriculum, bijvoorbeeld door in trainingen en workshops aansluiting te zoeken bij verschillende (onderzoek)leerlijnen. Bij het Instituut ICT van de Faculteit Natuur & Techniek (FNT) Hogeschool Utrecht (HU) zien het management en de docenten in toenemende mate het belang in van structurele onderwijsondersteuning door informatiespecialisten van de HU bibliotheek (HUB). In een kwalitatief ontwerponderzoek is nader onderzocht hoe de HUB zou kunnen bijdragen aan het verbeteren van de competentie informatievaardigheid van ICT bachelor studenten. Met behulp van de literatuur zijn de bouwstenen voor een adviesrapport aangeleverd. Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat er vooral in het tweede en derde leerjaar behoefte is aan inbedding van instructies en trainingen in het curriculum. Hierbij is integratie in de nieuwe leerlijn Professional Skills één van de aanbevelingen. Een andere conclusie is dat de instructies en workshops van de HUB nog beter kunnen aansluiten bij de onderzoeksmethodiek en specifieke bronnen die worden gebruikt bij het Instituut ICT. Tenslotte is HUB ondersteuning bij het toetsen van informatievaardigheid een belangrijk issue.
Bron: HBO-Kennisbank

‘Informatievaardigheden’ is dankzij aandacht voor onderzoek in het hbo helemaal ‘hot’! Maar ook door de informatie-overload in onze kennisintensieve samenleving is er weer veel aandacht voor het goed kunnen zoeken en beoordelen. En laat dat nu net de core-business van de informatieprofessional, ofwel de bibliothecaris! Nadat tijdens de opkomst van Google massaal bibliotheken gesloten werden, omdat die bibliothecaris overbodig werd geacht, begint het tij te keren. Na films The Librarian 1-2-3 komt er nu zelfs een tv-serie The Librarians!! Stoer!

Tip via Zuyd-bibliothecaris Philip Willems

Judith
éénmaal bibliothecaris altijd bibliothecaris 🙂

Leren en doceren met technologie #OU_OW

Heyy Marcel,

Je hebt wellicht gisteren mijn tweets met #OU_OW voorbij zien komen 🙂 Ik was bij de 1e conferentie van het Welten-instituut in het Evoluon. Daar waar ik zo’n 40-45 jaar geleden als jong meisje door de wondere wereld van Chriet Titulaer liep, is tegenwoordig een prachtig congrescentrum.

Samenwerking tussen onderwijspraktijk en onderwijsonderzoek rondom het thema leren en doceren met technologie was het doel. Er was een middagprogramma met 2 workshopsrondes waarin onderwijsonderzoek gepresenteerd werd en getoetst werd aan de praktijk. Het ochtendprogramma startte met een toespraak van Anja Oskamp, de rector van de OU. Na het schetsen van de ontstaansgeschiedenis van het Welten-instituut, werd het een promopraatje voor de OU waarin vooral het verschil tussen de Open Universiteit en andere universiteiten werd benadrukt (ja, ze hebben bestaansrecht) en de rector was erg trots op het Keuzegids-label ‘de beste universiteit van Nederland’.

Vervolgens kwam Joseph Kessels ‘on stage’. Zijn keynote “Partnerschap in onderwijsonderzoek” was boeiend en een krachtig pleidooi voor meer samenwerking tussen docenten en onderwijsonderzoekers: samen enthousiast uitdagend onderzoeken. Er wordt veel mooi onderzoek verricht waar we in de praktijk (evidence based) meer van moeten profiteren. Zoals het onderzoek van Freeman (2014) waarin werd aangetoond dat aktief leren de slagingskans met 15% verhoogt. Ook Hattie werd ten tonele gevoerd 🙂 Want volgens zijn metastudie werkt:

  • zelfsturing van de verwachtingen van de student
  • samenwerkend en verdiepend leren
  • probleemgestuurde en meta-cognitieve strategieën
  • veelvuldige terugkoppeling
  • formatieve evaluatie

Ook in het zgn Pearson onderzoek van Siraj & Taggart (2014) naar effectieve leerstrategieën in het basisonderwijs worden samenwerkend en gepersonaliseerd leren, het leggen van verbindingen, evaluatieve feedback en reflectie en leerklimaat (sfeer!) benoemd.
Technologie kan dit ondersteunen. Daarom besprak Joseph Kessels de belangrijke trends en uitdagingen uit het Horizon Report. Waarover ik (voor mij belangrijkste punten 😉 ) de onderstaande tweets verstuurde:

Conclusie is dat docentprofessionalisering erg belangrijk is, als je kijkt naar de trends uit het Horizon Report.
Vervolgens introduceerde Kessels de 3 onderzoekslijnen van het Welten-instituut:

Technology Enhanced Learning Innovations (TELI) waarover Markus Specht meer vertelde. Leren met technologie verandert het SoLoMo – leren: So(ciaal), Lo(kaal), Mo(biel)

Fostering Effective Efficient and Enjoyabel Learning (FEEEL) gaat over het bevorderen van effectief (meer), efficiënt (in minder tijd) en aangenaam leren. Paul Kirschner (via video) lichtte toe dat je bij onderwijsinnovatie één van de 3 aspecten moeten bereiken. Als je ze alle 3 kan bereiken mag je heilig verklaard worden :). Vervolgens kwam hij met zijn stokpaardje: de broodjes aap verhalen. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor: digital natives, homo zappiens, leerstijlen en de learning pyramid. Ik hoor ze toch nog regelmatig, ook op de MLI.

broodjeaap

– Teaching and teacher professionalization. Rob Martens benoemde dat de WRR stelde dat het onderwijs niet innovatief genoeg is, terwijl de samenleving doordrenkt is van technologie, loopt het onderwijs hierbij achter. De docent is cruciaal voor onderwijsinnovatie. Docenten leren niet alleen door cursussen, maar juist veel van elkaar. Rob Martens benoemde Heyy.eu, een (virtuele) omgeving waar leervragen van de professional centraal staat. Heyy stimuleert (toevallige) ontmoetingen voor de ontwikkeling van professionals. Een concept waar ik me in het kader van mijn MLI-onderzoek nog eens wil verdiepen. [Heyy heeft ook te maken met Agora, de persoonlijke leerroute binnen SOML, waar Niekee mee gestart is].

Ik stond bij één van de expertsessies met Arnoud Evers ingepland. Uiteindelijk zijn we 5 studenten en 3 onderzoekers samen gaan zitten voor onze vraagverhelderingsessie.

Deze input moet ik maar eens snel gaan verwerken in mijn 3e poging van het onderzoeksvoorstel.

Ik heb ook nog een workshopsessie van Susan McKenney gevolgd. Zij heeft een raamwerk gemaakt voor het ontwerpen van een ICT-rijke leermiddelen en activiteiten. Deze input kan ik weer goed gebruiken bij het begeleiden van de docenten ergotherapie tijdens hun curriculumherzieningsproces. Op mijn blog Joule4Jou staat hierover meer informatie.

Al met al wat het een interessante dag (m.u.v. de afsluitende discussie. De ‘learned lessons’ tijdens deze ‘opbrengsten van de dag’-sessie was leuk geprobeerd, maar leverde mij weinig op. Zo iets werkt niet echt in zo’n auditorium, vind ik) met leuke ontmoetingen (weer wat tweeps IRL ontmoet), goed verzorgde catering, prachtige locatie. Ellen Rusman vroeg mij of ik een volgende keer weer zou komen. Tsja ….hmmm….weet ik nog niet. Over leren en doceren met technologie heb ik niet veel nieuws gehoord. De ontmoeting tussen studenten (voornamelijk OU-onderwijswetenschappen) en de onderzoekers van het Welten-instituut was mooie aanzet om theorie en praktijk bij elkaar te brengen. Vanuit mijn studentperspectief was dit waardevol. Wellicht dat als de conferentie de volgende keer ook het perspectief vanuit de praktijk kan worden opgezet, waar onderzoekers dan weer van kunnen leren. Dan ben je volgens mij echt samen aan het leren en aan het verbinden :).

Zie ook de portal van de OU met het overzicht van alle workshops en bijbehorende achtergrondinformatie van betreffende onderzoek. Het onderdeel ‘opnames & presentaties’ is nog niet ingevuld, maar dat zal vast binnenkort gebeuren. Wilfred Rubens heeft uiteraard inmiddels ook al een blogpost hieraan gewijd.

Judith

%d bloggers liken dit: