Zoekresultaten voor voor elkaar

Twee jaar, voor elkaar!

Ha Judith,

Bedankt dat je er was, afgelopen woensdag tijdens de afsluiting van het Voor Elkaar project. Ongeveer 2,5 jaar geleden ben ik voor het eerst in aanraking gekomen met dit project en nu hebben we een voorlopige afronding.

Ik had de eer afgelopen woensdag om samen met Barbara Piskur het project Voor Elkaar af te sluiten. Een project waar ik meerdere malen over geblogd heb en waar ik trots op ben. Trots op het feit dat het ons gelukt is om in de afgelopen twee jaar met ouders en studenten een aantal prototypes neer te zetten van tools die het delen van ervaringskennis tussen ouders makkelijker gaat maken.

Trots ben ik ook op het feit dat het ons gelukt is om dit te doen met verschillende studenten: 1e jaars t/m 4e jaars, zorgstudenten, pedagogiek studenten, ICT studenten, studenten die als werkstudent werkzaam waren, studenten die met een minor bezig waren en afstudeerders. En om bij iedere stap ouders te betrekken. Of dat nu ging over de interviews in het begin, over de focusgroepen tijdens de ontwikkeling of in brainstormsessies gedurende het traject.

Het idee om een dataecosysteem te bouwen waarin ouders binnen hun vertrouwde omgeving ervaringskennis kunnen blijven delen, maar waarbij de deelbare elementen voor een groter geheel beschikbaar worden is heel krachtig en met dit project hebben we laten zien dat het technisch mogelijk is om dit te realiseren.

Voor meer informatie verwijs ik met gepaste trots naar de projectsite: www.schoudersvoorelkaar.nl

Leuk dat je dit mooie moment met ons hebt gedeeld en dat je foto’s en tweets hebt gemaakt.

Groet Marcel

Schouders – waar ouders voor elkaar kennis ‘combinen’

Ha Judith,

Ik zou je nog bijpraten over twee nieuwe zorg projecten waar ik bij betrokken ben (sch)ouders en http://www.wijzer. Het filmpje gaat over schouders maar je ziet http://www.wijzer heeft daar een rol in, maar een los project.

Groet Marcel

Wat informatie en onderzoekend vermogen met elkaar te maken hebben… #gastblog #MLI

Heej Marcel,

Mag ik je even voorstellen aan Corleen Knieriem? Corleen is adviseur informatievoorziening bij de  bibliotheek Hogeschool Utrecht. Ik heb Corleen 2 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Toen vertelde ze me dat ze de Master Leren en Innoveren volgde bij de Hogeschool Utrecht 🙂 Afgelopen jaar ontmoette ik haar weer bij EYE en heb haar aangeboden om over haar MLI-onderzoek te bloggen op ons blog.

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

En dan ben je gastblogger…als kersverse geslaagde MLI-er. Werkzaam als informatieprofessional in het hbo met een passie voor onderwijs, mag ik mijzelf nu een Master in Leren en Innoveren noemen. Bijna twee jaar lang heb ik als student bij de Hogeschool Utrecht in mijn leerteam gestoeid met ontwerpmodellen, leertheorieën, verandermanagement en last but not least het doen van praktijkgericht onderzoek.

Vanuit de rollen van excellente docent, reflective practitioner en ondernemende ontwikkelaar toonde ik de ontwikkeling van mijn masterkwaliteiten aan. Met de voeten in de beroepspraktijk zoals het een echte hbo-masteropleiding betaamt. En wat heb ik er veel van geleerd. En wat heeft het mij veel gebracht! En ook: wat heeft het mij veel tijd gekost. En wat was het leuk! Eén van mijn goede voornemens na de MLI is dat ik de komende tijd meer wil schrijven. Bijblijven op het gebied van leren en innoveren gekoppeld aan mijn eigen vakgebied door af en toe(?) een weblog of een artikel in een tijdschrift te publiceren. Want ik wil natuurlijk niet dat het blijft bij die ene recensie over het boek Finnish Lessons van Pasi Sahlberg. Weliswaar verscheen deze in het 2013 najaarsnummer van het gerenommeerde Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, maar toch. Ik laat het daar niet bij, vandaar dus dit gastblog.

Corleen en onderwijsmodellen

Mijn thema tijdens de opleiding was informatievaardigheid. De informatieprofessionals onder ons zullen meteen begrijpen wat dat inhoudt. De kwaliteit van afstudeerproducten moet omhoog. Informatievaardigheid verdient een plek in het curriculum. Studenten moeten hun onderzoeksvaardigheden verbeteren door kritisch en systematisch om te leren gaan met informatie. Uitroepteken! Voor onderwijsmensen ligt dit volgens mij anders. De praktijk leert dat docenten en in ieder geval de gemiddelde student meestal niet goed weten wat dat is, informatievaardigheid. Eigenlijk is informatievaardigheid niet meer dan een rasechte bibliotheekterm, als je het mij vraagt. Of anders is het een minder goede vertaling van de term ‘information literacy’. Vanaf deze plek doe ik dus maar meteen een oproep richting bibliothecarissen en informatiespecialisten in het hoger onderwijs: stop met het gebruiken van de termen informatievaardigheid of informatievaardigheden. Voortaan noemen we het gewoon onderzoeksvaardigheden, dat is echt een veel betere beschrijving van een vlag die de lading dekt. Bovendien sluit je zo naadloos aan bij het onderwijs, wat volgens mij alle hbo-bibliotheken hoog in het vaandel hebben staan. En er is natuurlijk ook al onderzoek gedaan waarin deze stelling wordt bekrachtigd, onder andere door Polkinghorn &Wilton. Maarten van Veen, co-auteur van het boek Deskresearch zal wellicht de term deskresearch prefereren, maar hij zal het verder als docent ongetwijfeld met mij eens zijn. We doen onszelf als informatieprofessionals (en het onderwijs natuurlijk) gewoon te kort door over informatievaardigheid te blijven spreken. Want wat vandaag de dag echt telt in het hbo is het verbeteren van het onderzoekend vermogen bij bachelor studenten. En als je bronnen niet kunt vinden of correct kunt vermelden, laat staan ze kritisch kunt beoordelen of verwerken dan valt er toch helemaal niets te onderzoeken?

Dank je wel Corleen voor je bijdrage op ons blog. Ik moet helaas bekennen dat ik nog steeds de term informatievaardigheden gebruik (zie ook tag bij deze blogpost 😉 ). En die term gebruik ik ook in mijn onderzoeksvoorstel. Maar ja, ik ben dan ook een rasechte bibliothecaris *grijns*. Via het blog van Anneke Dirkx begreep ik dat de ACRL-normen op de schop gaan. In dit ‘Framework for Information Literacy for Higher Education’ wordt ínformatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat. Precies wat jij ook betoogt.
Ik moet me het komende jaar verdiepen in mijn eigen onderzoeksvaardigheden. Mijn onderzoek (voorstel nog niet goedgekeurd) gaat over digitale competenties van docenten bij het integreren van 21st century skills en toepassen van sociale media in het ontwerp van een nieuw curriculum. Nou ben ik toch ook wel nieuwsgierig naar jouw masteronderzoek. Ik begreep dat deze heel goed beoordeeld is. Volgt er nog een gastblogje? 😉

Groet,
Judith

 

Waarom learning analytics voor learning design

Ha Judith,

Zoals je weet gaat mijn PhD onderzoek over hoe we learning analytics kunnen inzetten voor learning design. In het bijzonder wil ik kijken of er gedurende een cursus goede informatie terug te geven is en wat er voor nodig is om studenten en docenten hun gedrag te laten veranderen (indien nodig) met betrekking tot het learning design.

Waarom eigenlijk dit onderwerp?

Binnen Zuyd hebben we verschillende opleidingen in allerlei vormen. Al jaren bouwen we aan mooie curricula, modules, onderdelen van onderwijs en kennis middels onderzoek. Al jaren proberen we om ICT te gebruiken om het onderwijs beter te maken. Mooie voorbeelden zijn bij verschillende collega’s te vinden en positieve verhalen van studenten maar ook docenten zijn er ook. Maar echt gemeten effecten? Ik kan je binnen Zuyd slechts een handvol voorbeelden noemen. Wellicht kan ik juist daar iets in betekenen.

Kortom kunnen we met analyse tools de leeractiviteiten die we gepland hebben evalueren en op basis van de manier van presenteren de studenten en docenten zichzelf de juiste plek laten wijzen, maar ook de opgedane kennis delen.

En als we het hebben over kennis delen dan kom ik bij het door jou eerder deze week aangesneden onderwerp: community engagement. Want ook binnen projecten als Voor Elkaar wordt er kennis gedeeld, wordt er van elkaar geleerd en worden ‘leeractiviteiten’ ingezet waarvan het goed is om die te monitoren. En waarvan het goed is dat we de ‘gebruikers’  helpen om de juiste ‘leerroutes en methodieken’ te kiezen.

Termen als self regulated learning en persoonlijke leeromgeving zijn pas mogelijk als we in staat zijn om inzichtelijk te maken welke effecten het uitvoeren van de door de docenten geplande leeractiviteiten heeft gehad. Communities van docenten kunnen dan verschillende type leeractiviteiten gaan ontwikkelen, zodat de studenten de op hun vraag gebaseerde of de op hun stijl gebaseerde activiteit kunnen kiezen.

En stiekem, heel stiekem is dit een onderwerp waar ik al vanaf 2003, toen ik bij Zuyd kwam mee bezig ben geweest. Bewust en onbewust.

Groet Marcel

Ervaringskennisbank spel en CF awareness spel

Ha Judith,

Betere namen heb ik nog niet en het is ook eigenlijk niet aan mij om de namen van de spellen te bedenken, maar vandaag ben ik bezig geweest met twee start/brainstorm sessies bij het maken van spellen die uiteindelijk moeten leiden tot een digitale variant.

Allereerst ben ik binnen het project Voor Elkaar bezig met het bedenken en laten bouwen van een online ervaringskenniscentrum. Met een afstudeerder kijk ik welke gamification methodieken er zijn om binnen die omgeving ouders te stimuleren om een bijdrage te leveren, oftewel hun ervaringskennis te delen. Vanochtend hadden we onze eerste (van drie) sessie waarin dat we na focusgroepgesprekken en een literatuurstudie een ontwerp gaan maken van het spel. Of beter gezegd we gaan een (paper) prototype maken van het spel. Het gaat zich over een onderzoek naar gamification, kortom hoe kan ik spelelementen gaan gebruiken in het systeem of in het proces van het delen van ervaringskennis. Maar om met ouders hierover te praten is zo’n paper prototype belangrijk. Tevens ook voor het ontwerpproces an sich. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we een serious game aan het maken zijn, die door ouders op het moment dat ze bij elkaar komen bij bijvoorbeeld congressen, te gebruiken is. En waarmee dus offline mensen geholpen worden om kennis en ervaringen te delen.

Niels gaat nu een eerste versie knippen, plakken, knutselen op basis van de opgestelde requirements geïnspireerd op Rummikub, kwartet en de 1000 blank cards game met een centrale kennisdata-bank in het midden.

Een eerste schets van mezelf. Ik ben erg benieuwd naar de eerste versie van Niels. Daarover later meer. Maar dat was het niet voor de maandag.

’s Middags had ik een overleg met collega Rianne van Ergotherapie, Marieke en Christianne twee ergotherapiestudenten en Irene Mols ervaringsdeskundige op het gebied van Cystic Fibrosis (CF). Ook dit was een eerste stap op weg naar een spel. De studenten hadden interviews gehouden met patiënten en familie om te komen tot een spel/digitale ondersteuning voor het spel. Voor de sessie was het doel nog niet helemaal duidelijk: awareness, self management, geld ophalen voor de stichtng, social support, allemaal besproken opties. Uiteindelijk zijn we er in onze brainstorm op uitgekomen dat het een spel moet zijn voor een kind in de leeftijd van de basisschool waarbij het kind geholpen wordt om vanuit de gedachte van wat wel kan, kleine haalbare doelen te stellen en waarbij de omgeving (ouders, school, vriendjes, familie, clubs, maar ook therapeuten, zorgverzekeraars en wellicht zelfs ‘sponsorende bedrijven’) geïnformeerd wordt over de stappen die het kind neemt (ook met betrekking tot CF) en waarbij het kind volgens de methodiek van … (naam vergeten, maar daar gaan de dames over) met behulp van plaatjes en foto’s, geholpen kan worden aan doelstelling, stappen planning, maar zeker ook “wat kan mij daarbij helpen” en waarbij die hulptroepen geholpen kunnen worden door inzicht te geven in de situatie, in de wensen en wellicht in mogelijke acties die zij kunnen uitvoeren om het kind te helpen zonder de regie af te pakken.

Vanuit een spelgedachte laten we ons inspireren door theSims, FLUXX, Kamergotchi the American Horsepower Challenge en natuurlijk SuperBetter. De dames zijn aan de beurt en ook dit is maar een eerste schets van mijn idee van de view voor het kind.

De dames gaan ook een paper prototype maken, zodat we het kunnen spelen om er van te leren. Ik ben erg benieuwd en zal je op de hoogte houden!

Groet Marcel

Technology Enhanced Scrumming

Ha Judith,

Mooi dat je via Petra weer opnieuw over SCRUM begint. In een van onze eerdere blogs hebben we het al gehad over Agile en ik krijg er steeds meer ervaring mee. Bijzonder is om te zien dat onze studenten SCRUM ook gebruiken als een planningstool op het moment dat ze alleen werken. Zo heb ik momenteel een afstudeerder, Arnold, die bezig is met 2beQuestioned een tool omgebruikers vragen te stellen in een hoeveelheid en op een frequentie die zij prettig vinden. Een tool die een beetje tussen de Zweinstein game en Themepark Feedback in zit. Het werken met korte ‘sprints’ en met start en finish momenten werkt voor zowel Arnold als zijn begeleider (ikzelf) erg prettig. Misschien omdat zijn begeleider ook ietwat chaotisch is? In ieder geval een voorbeeld waarbij dat mensen alleen SCRUMMEN.

Arnold heeft me geïntroduceerd in de wereld van Trello. Hij gebruikt deze projecttool om te SCRUMMEN. De mensen van Trello leggen uit hoe het gebruikt kan worden:

 

Nu werken collega’s Miguel van der Laar en Rianne Boumans ook met Scrum, maar dan met een hele klas aan 1 project. Ze doen dit niet met een digitale tool maar met ‘verschillende kleuren post-its ‘ op een van de glazen wanden van onze vergaderruimtes. Denk aan 25-30 personen tegelijk die aan een project werken. Als opdrachtgever/klant ga ik dat komend blok meemaken in een opdracht die we samen met een netwerk ergotherapeuten oppakken. De studenten moeten een monitor en samenwerktool maken voor de ergotherapeuten die hun helpt in hun dagelijkse werk, de registratie en de kennisuitwisseling hierover. Voor mij de eerste keer dat ik in de vorm, met zijn 30en tegelijk, echt ga scrummen. In het project Voor Elkaar werk ik ook met een 20-tal studenten, maar daar wordt niet gescrumd. Daar probeer ik wel Basecamp te gebruiken als omgeving om gezamenlijk in te communiceren, maar dat lukt nog niet erg omdat de projectleiding (lees: ik) nog niet genoeg de mogelijkheden van de tool gebruikt om de communicatie te sturen. Ik zal eens vragen aan Miguel en Rianne of zij ook een digitale tool gebruiken die de SCRUM ondersteund.

Groet Marcel

De kunst van het verleiden

Ha Marcel,

Soms krijg je kadootjes in je schoot geworpen. Dat gebeurde voor de kerstvakantie in de ontmoeting met Joseph Kessels. Zoals je weet zit ik in het kernteam van ZOEC. Dit initiatief van de onderwijslectoren van Zuyd beoogt meer samenhang tussen de diverse onderzoeksgebieden van de lectoraten te realiseren. De kennis en ervaring die hier beschikbaar is meer te verbinden met de kennis en ervaring binnen de diverse opleidingen ten behoeve van de onderwijsvernieuwing (-verbetering, -verandering) programma’s die Zuydbreed en in de faculteiten opgestart zijn. We kunnen zoveel van elkaar leren.

De afgelopen periode hebben we ZOEC gepresenteerd tijdens de managementdag en de gezamenlijke bijeenkomst van de kenniskringen van de onderwijslectoraten. Door deze gesprekken merk je dat iedereen vanuit eigen context andere beelden heeft waar ZOEC voor staat / zou moeten staan. Het blijft ook voor ons zoeken. Dat doen we sinds september in de maandelijkse ZOEC-sessies waar we met collega’s binnen en buiten Zuyd verkennen waarom, wat en hoe ZOEC. En afgelopen week was Joseph Kessels uitgenodigd vanwege zijn kennis en ervaring met zijn learning company Kessels-Smit.

Joseph Kessels ‘ken’ ik via zijn presentatie en publicaties over gedeeld leiderschap. Ik heb door te schrijven op ons blog en voor mijn masterstudie veel van hem geleerd. Door nu samen met hem aan een tafel te zitten en te luisteren naar zijn waardevolle inzichten was echt heel bijzonder. Een kadootje.

ZOEC beoogt een lerende community te zijn. Hoe krijg je mensen betrokken waarmee je geen gezagsrelatie hebt, vroegen we Joseph Kessels. Hoe kan onderlinge professionalisering, een andere manier van leren en werken concurreren met het ‘echte’ werk, de hectiek van het onderwijs, de tijdsdruk? Hoe kunnen we kennis laten circuleren?

Oprechte belangstelling voor elkaars werk, dat verbindt, zei Joseph. Nieuwsgierig zijn naar wat de ander bijzonder maakt. Uitgaan van het principe: wat moet ik doen om het voor jou aantrekkelijk te maken? Om door jou aantrekkelijk gevonden te worden? De ander verleiden met een aanbod die de ander verder helpt. Het stellen van sterke vragen: Hoe zou je het wel graag willen zien? Wat zijn jouw drijfveren? Wat vind je de moeite waard? Jouw enthousiasme overbrengen. Intellectueel adviseurschap vanuit de passie voor het vak. Een community wordt sterker als er meer verbindingen zijn. Zoek partners waarmee je verwantschap voelt, interesses deelt. Wederkerigheid is hierbij van belang. En vertrouwen uiteraard.

Het is natuurlijk zo voor de hand liggend, dat we het niet zagen. Belangstelling voor elkaars werk is de verbindende factor. In welke situatie dan ook, altijd komt ie weer terug de ‘relationele verbondenheid’ (Ryan & Deci).

Joseph Kessels deelde ook een werkwijze. Door elkaar te interviewen, de ander over jouw drijfveren te laten schrijven (voor bijvoorbeeld de ‘wie-is-wie’ op de gezamenlijke website i.o.). Door te vragen naar het beeld wat het oproept bij een ander ontstaat ook een gezamenlijk beeld. Een ander voorbeeld is om bij een afronding van een project twee collega’s vragen om de evaluatie bij de opdrachtgever uit te voeren. dat geeft vertrouwen, verbinding en objectiviteit.

Ga op zoek naar voorbeelden binnen Zuyd, en deel dat, adviseerde Joseph Kessels.
Ik kan niet meer doen dan dat onderschrijven. Door dit samen ook binnen ZOEC op te pakken, krijgen mijn initiatieven op dit gebied ook wat meer voedingsbodem. Hoop ik.

Als we het op de manier aanpakken waarop Joseph Kessels adviseert dan komt er ook een eind aan neeknikken en meestribbelen. Onderstaande video van Remco Coppoolse laat ook zien dat top down veranderingen moeizaam gaan. Door te luisteren, oprechte belangstelling te tonen, op te halen bij docenten, verbindingen te creëren verlopen onderwijsvernieuwingen soepeler.

Ik vond het best wel lastig om een blog te schrijven over deze inspirerende middag. De sfeer, de rustige uitstraling van Joseph, zijn warme stemgeluid, zijn oprechte interesse in ons en in het initiatief, is niet over te brengen.

Ik weet wel dat ik het verleidingspad op moet 🙂

Judith

Modern Workplace Learning Challenge. Mijn top 10 Tools for Learning.

Ha Marcel,

Een paar weken geleden heb ik me ingeschreven bij de MWL Challenge van Jane Hart (@C4LPT).

Jane Hart publiceert voornamelijk over werkplekleren en over een andere benadering van interne trainingsopleidingen. In het kader van mijn andere rol binnen Zuyd Professional om het online samenwerken en kennisdelen te stimuleren, heb ik aan Linda gevraagd of ik deze challenge mocht aangaan. Jane Hart gebruikt Yammer voor samenleren en communicatie in deze challenge. Daar wilde ik ook van leren.

Eén van de eerste opdrachten was om haar Learning Tools Survey in te vullen voor haar top 100 tools for learning. Inmiddels heb ik al wat achterstaand opgelopen, dus was ik net te laat met mijn lijstje in te vullen. Toch wil ik mijn 1e taak netjes afronden, daarom hieronder mijn top 10 van software/online tools dat ik gebruik om persoonlijk te leren en andere te stimuleren

1575-business1. WordPress
Ik gebruik WordPress voor veel blogs: dit 2beJAMmed duoblog, ict in onderwijs en onderzoek, dingen@zuyd, MOOCZI, community van communities. Ik vind bloggen een geweldige manier om mijn gedachten te ordenen, om informatie en mijn kennis te delen, om vragen te stellen en te inspireren. Deze tool ter ondersteuning van mijn buitenboordbrein is veruit mijn favoriet. (Soms maak ik wel eens een uitstapje naar Blogger 😉 )

2. Twitter
Je had misschien gedacht dat Twitter mijn favoriet zou zijn. Ik merk dat ik een soort haat-liefde verhouding met Twitter begin te krijgen. Ik leer nog steeds heel veel via Twitter (mijn persoonlijke deskundigheidsbevorderingscursus). De sfeer van onverdraaglijkheid en weinig respect voor elkaars mening voert steeds meer de boventoon. Dit heeft voor mij het gevoel van een gezellig bruin café dat Twitter jaren voor mij was, verdreven. Ik hou het nu vooral bij het scannen van mijn Twitterlijstjes en laat de onderlinge discussies voor wat ze zijn. Toch vind ik het jammer omdat serendipity voor mij altijd een krachtige leerervaring is.

3. Mail (Outlook/Gmail)
Leervragen krijg ik toch vooral via mail. Veel kennis deel ik daarom toch nog via mail, ook in de vorm van de mail-Nieuwsflits. Hoewel ik vast geloof in social learning, in de open manier van samenwerken waardoor ook anderen deelgenoot worden van jouw vragen of ervaringen, is dit voor veel collega’s een nog grote stap.

4. Feedly
Zonder RSS en mijn eigen krantje Feedly kan ik niet. Ik ben inmiddels op ruim 400 blogs geabonneerd. Die volg ik niet allemaal even intensief, maar zo’n 50 zeker wel. Ik leer zoveel weer van inzichten van collega edubloggers en bibliobloggers. Dit heeft voor mij zeker vakpublicaties vervangen.

5. Pocket
De blogberichten/tweets/websites waarmee ik nog iets wil doen stuur ik naar Pocket, om op een later tijdstip te lezen en te bepalen of ik er over blog, iemand persoonlijk attendeer of ze via Scoop.it deel.

6. TED
Omdat ik elke week in de Nieuwsflits een TEDtalk deel, heb ik er inmiddels al heel wat gezien. Ik leer er elke keer weer van!

7. Scoop.It
Deze curratietool gebruik ik om berichten te delen waarover ik niet uitgebreid blog. Ik maak gebruik van de gratis versie en daarom maar de mogelijkheid om 3 topics aan te maken: (1) ictozuyd, (2) leren en innoveren, (3) zuyd2.0

8. LinkedIn
Je merkt dat social media tools steeds meer op elkaar gaan lijken. LinkedIn heeft ook een timeline zoals Facebook en biedt mogelijkheden aan om te bloggen. Natuurlijk kijk ik regelmatig op LinkedIn en volg ik verschillende groepen. Ik reageer ook wel eens. Mijn blogs worden automatisch in LinkedIn gepost. Ik vind het toch belangrijk om meer open te bloggen en te twitteren dan alleen binnen mijn kring van LinkedIn-contacten.

9. Yammer
Als communitymanager voor Zuyd Professional ben ik met een nieuwe poging bezig om Yammer te introduceren en als online samenwerkomgeving te stimuleren. Het is een proces van vallen en opstaan. Eén van de struikelblokken is dat Yammer niet geïntegreerd is in onze online werkomgeving. Wederom ben ik bezig met verzoeken te sturen richting collega’s van afdeling ICT en Marketing&Communicatie. Het is een stroperig proces.

10. Office365
Sinds het voorjaar hebben we Office 365, hoewel zeer beperkt uitgerold in onze organisatie biedt het wel mogelijkheden om net zoals bij Google Docs samen te werken in documenten, deze te delen. Het is nu een tool (en ook de standaard officepakketten) waarmee ik samenwerk en samen leer/creëer.

Hoewel deze MWL Challenge geen cursus met deadlines is, wil ik toch een beetje bij blijven. Nu maar eens kijken wat de volgende taken zijn.
Groet,
Judith

Vakantietijd. Werktijd. Lummeltijd.

Hi Marcel,

Deze week ben ik na 5 weken vakantie weer rustig aan begonnen. Halve dagen thuiswerken is een heerlijke manier om even weer in het ritme te komen van wekker zetten en op tijd op staan. Tussendoor wat wasjes, boodschappen, koffie- en lunchafspraakjes, Olympische Spelen kijken, afkicken van mijn Netflixverslaving (Gilmore Girls 🙂 ).

Mijn mail is verwerkt. Ik heb weer een beetje op een rijtje waar ik voor de vakantie mee bezig was. En ik ben nu eindelijk echt begonnen met het actualiseren en vernieuwen van Dingen@Zuyd. Eén van de conclusies tijdens de reflectiemomenten in deze vakantie was dat er echt veel te veel gepraat wordt en weinig gedaan. Veel docenten zijn voor reguliere studenten en Zuyd Professional deelnemers onderwijs aan het (her)ontwerpen. Er is zoveel behoefte aan inspiratie rondom het leren en lesgeven met ict. Naast dat we deze docenten f2f willen begeleiden, is een ontdek-, leer- en kennisdeelomgeving ook wenselijk. Ik hoop dat dit echt gaat uitgroeien tot een learning community.

Deze week heb ik ook mijn RSS-krantje Feedly ‘bijgelezen’. Van de meeste weblogs heb ik de koppen gesneld. Het bericht van Jouke Kruijer op Managementsite trok mijn aandacht: Zelforganisatie: maak ruimte voor samenspel. Vetrouw in de zin van onzin. Leer weer lachen, lummelen en prutsen.  Kruijer beschrijft dat hij in veel organisaties komt waarin teams niet (meer) kunnen samenwerken, waar het “leven uit is ge(re)organiseerd” . Zelforganisatie wordt vaker als oplossing gesuggereerd. Verdwijnen dan problemen? Nee, schrijft Kruijer:

Zelforganisatie werkt niet door dingen anders te organiseren, maar door terug te gaan naar de bedoeling. Wat willen we doen? Waar heb ik zin in? En het antwoord op die vragen ligt vooral niet op het niveau van denken. Maar op het niveau van ‘eigenlijk wel weten’ en ‘stiekem al lang voelen.’

Speelruimte (autonomie!), ruimte voor samenspel is een belangrijke stap om tot zelforganisatie te komen. Lachen, lummelen en prutsen. Wandelingen maken, samen ideeën bedenken, gewoon eens uitwerken. Wat maakt het uit als het mis gaat? Er is ruimte nodig om te kunnen luisteren naar die kleine stemmetjes, bij jezelf en anderen, die je vertellen wat je moet doen. Zo ontwikkel je weer onderling vertrouwen.

Ik herken dit uit de ZuydPleintijd. Misschien dat ik die goede oude tijd verheerlijk, maar toen was er lummeltijd. Er was ook aandacht voor elkaar. Tijdens die wandelingen zijn de beste ideeën tot groei gekomen. We hebben veel geëxperimenteerd. Er zijn ook veel dingen mislukt. Die ervaring neem ik nog steeds mee. En voor mijn gevoel was ik toen productiever dan nu met die vele vele overlegmomenten en overal mijn werk moeten verantwoorden in allerlei excelbestandjes…

Het vorig studiejaar is hectisch afgesloten. Hoe het komend jaar zich gaat ontwikkelen, wacht ik maar rustig af. Ik laat me niet gek maken, dat is in ieder geval mijn voornemen *grinnik*. Dat het wederom een spannend jaar wordt, staat vast. Genoeg uitdagingen, ook. En als het aan mij ligt gaan we ook wat meer lummelen. Of broeden zoals ik daarover in 2010 blogde.

“Broeden is samen knoeien, assembleren, knutselen, cocreëren, uitvinden. Broeden is zoeken naar oplossingen voor complexe problemen. In broedplaatsen ligt de nadruk op samen, het samenwerkingsproces. Broeden is erop gericht gemeenschappelijke doelen te realiseren, zelfs als ze nog vaag zijn.”

IMG_0504

De eerste stappen zal ik wel zelf moeten zetten …
Wandel je mee? Wie gaat mee samen op weg?

Judith

#digicoach #mysteryguest

mysteryguestHaha 🙂 🙂 🙂

ik was woensdagavond de mystery guest tijdens de afsluitende thema-avond van Minor Digicoach!

Ja Marcel, jij wist dit natuurlijk al, maar de studenten niet. Zij moeten nu ook mij online zien te vinden. Ik ben benieuwd wie de eerste 3 zijn die onder dit blog reageren. Zij krijgen een bonuspuntje. Ik wil natuurlijk wel in hun reactie lezen welke clue ze op het goede spoor heeft gezet.

Superleuk om 3 jaar later weer eens als mystery guest het congres, georganiseerd door een groep Pabostudenten die de minor gevolgd hebben, te bezoeken. Ankie van de Broek, de gamemaster van het eerste uur (nu ondersteund door gamemasters Chris Kockelkoren en Marcel Graus) had mij het draaiboek van deze alumnibijeenkomst gestuurd.

Het congres was opzet als een reis. De reis ging naar de 21e eeuw. Ik vroeg me af of ik niet al in deze eeuw zat? 😉 Het concept was door doordacht en in detail uitgevoerd. De reizigers werden verwelkomd bij de incheckbalie, we ontvingen een boardingpass (via Eventbrite hadden we tickets ‘gekocht’, goed geregeld!). In de ontvangsthal werden we als echte VIP’s in de watten gelegd met soep en broodjes. De stewards waren vriendelijk en gastvrij. Vervolgens werden we in de vertrekhal door een creatieve gastspreker voorbereid op onze reis.

De crew begeleidde de reizigers naar hun zitplaatsen in de workshops. De tussenlanding in de technologiemarkt was ook goed (en lekker) geregeld. De uiteindelijk landing was smooth.

+1 voor de organisatie

De workshops kan ik niet allemaal beoordelen. Ik heb Class Dojo en programmeren/MakeyMakey gevolgd en een kijkje genomen in de zelfgebouwde escape room. De inhouden waren duidelijk, enthousiast en met kennis van zaken gebracht. Zover ik zag allemaal direct toepasbaar. Ik moet zeggen dat de didactische meerwaarde van de tools niet even duidelijk voor het voetlicht werd gebracht. Enige kritische beschouwing rondom privacy van leerlingen bij gratis tools (gratis bestaat niet) vind ik wel tot de taak van een digicoach horen. In de technologiemarkt zag ik wel dat er aandacht was voor digitaal pesten en mediawijsheid, mediawijsheid voor scholen zou ik wel toevoegen als kritische reflectie bij gebruik van (gratis) digitaal onderwijsmateriaal.

De technolgiemarkt was afwisselend en leuk. Er was ruimte voor ontmoeting en gesprek. Belangrijk omdat dit congres een alumni activiteit was. Voor velen een eerste ontmoeting met een 3D-printer, de robot Naomi van jullie faculteit ICT. De producten van de adviesburo’s waren leuk en er zaten aardige zelfgemaakte spellen tussen. In het draaiboek zag ik nog VR-brillen, die heb ik gemist. Maar de andere aanwezigen vast niet, zij hadden geen inzage in het draaiboek.

Wat communicatie ben ik altijd was extra kritisch 😉 Ik had op LinkedIn gezien dat er een account Minor Digicoach was gemaakt. Ik vond dat vreemd. En waarom als persoon en niet als groep? En waarom geen gepersonaliseerde LinkedIn-URL? Waarom werving via LinkedIn en niet via Facebook of Twitter? Later begreep ik pas dat ze op deze manier alumni wilde binden. Dan snap ik de keuze voor LinkedIn. Dit had dan wellicht beter toegelicht kunnen worden in de omschrijving. Bij ontvangst bij Digicoach Airlines werd wel gevraagd of we een LinkedIn account hadden. Het werd mij niet helemaal duidelijk wat het achterliggende doel was. Als tip zou ik meegeven dat in de uitnodiging wat beter toe te lichten. Waren naast alumni ook medestudenten uitgenodigd? Eerste- of 2e jaars? Of hoorden zij niet tot de doelgroep?
Wat digitale communicatie hadden ze een voorbeeld kunnen nemen aan hun zustermaatschappij KLM 😉

Wat is dit toch een leuke minor. Trots dat (vooral) jij en ik bij de opzet hierbij betrokken waren. Het is een super concept. Je ziet hoe studenten door inzetten van game-elementen gestimuleerd worden. Aandacht en betrokkenheid voor elkaar was duidelijk voelbaar. Met recht dat Ankie en Marcel zo trots als pauwen na de landing op het platform stonden om hun crew te bedanken.

De informele borrel (bestaan er ook formele borrel? 😉 ) heb ik gelaten voor wat het was. Ik was moe van deze lange en bijzondere reis.
Het is zoals de gastspreker van deze avond zei: “onderwijs is niet het vullen van een emmer maar het ontsteken van een vuur”. Dat vuurtje voor leertechnologie, 21st century skills en digitale didactiek is bij deze groep wel aangewakkerd door de gamemasters! Top!

Groet,
Judith

O ja ik mocht nog extra punten toekennen. Dat vind ik lastig want ik vond er niemand uitschieten, het was een echte groep. Maar dan wil toch elke dame een extra puntje geven. Ja, ik weet het dat is positieve discriminatie. Deze minor wordt voornamelijk door mannen gevolgd (in dit geval alle 3e jaars pabomannen). Ik wil op deze manier de vrouwen die deze minor volgden stimuleren het leren en lesgeven met ict te blijven ontwikkelen.

Meer weten over de ontwerpprincipes achter deze minor, lees In just 6 throws of the dice: Digicoach the Game

%d bloggers liken dit: