Friskijkers & Dwarsdenkers

Hoi Marcel,

Woensdag 1 oktober waren er 2 landelijke onderwijsbijeenkomsten, elk met een eigen insteek maar beiden met het doel om het onderwijs te verbeteren. Samen leren in De Balie Amsterdam was meer een politiek georienteerde bijeenkomst. Uitgangspunt was het advies: ‘Samen leren: aanbevelingen uit het onderwijs’, samengesteld door een initiatiefgroep van negen docenten en schoolleiders, gebaseerd op het Nationaal Onderwijsakkoord, de Lerarenagenda en de sectoraanpakken voor het primair en voortgezet onderwijs. Zie ook het blog van Jelmer Evers, één van de initiatiefnemers. En hoewel ik vind dat aandacht voor onderwijsvernieuwing zeker ook via de politieke weg moet worden aangepakt, ligt mijn hart meer bij de andere bijeenkomst was in Beeld en Geluid. Daar kwamen vele onderwijspioniers bijeen onder de naam United4 Education. Jij vroeg me waarom wij daar niet bij waren. Natuurlijk is het altijd super om bij zo’n inspirerende bijeenkomst aanwezig te zijn. Tja … keuzes …. tijd …. de afstand van het Zuyden naar de Randstad ….

Jan Rotmans (je weet wel die we tijdens TEDxMaastricht hebben gehoord) is één van de initiatiefnemes van deze beweging. Op zijn blog heeft hij het over dat onderwijs friskijkers en dwarsdenkers nodig heeft. Dit filmpje van hem heb ik al een keer gedeeld op ons blog, maar de moeite waard om nog eens te doen.

United4education wil op basis van wetenschappelijke inzichten en bewezen praktijken de noodzakelijke transitie in het onderwijs bewerkstelligen met de transitiewetenschap als leidraad. Het doel is om dit in duizend dagen te bereiken. Voor mij is deze beweging een inspiratiebron voor Zuyd. Dit initiatief deed me al twitteren

Het verbinden en bundelen van onderwijsvernieuwingsinitiatieven probeer ik als I-adviseur ook te bewerkstelligen. En inderdaad niet door plannen van aanpak of projecten maar door zichtbaar te maken van de onderwijsvernieuwsexperimenten die er al zijn bij Zuyd, via gastbloggers of 2beJAMmed, door de nieuwsflits.

Waar samenleving en economie steeds hogere eisen stellen aan het onderwijs, lijkt het onderwijs zelf op een dood spoor te zitten van schaalvergroting, bureaucratisering, toetsingsdwang en regulering. Ook de verder toenemende competitie en marktgerichtheid leidt slechts tot verstarring. Het schoolsysteem lijkt belangrijker te zijn dan de mensen die er in werken: leraar en leerlingen zouden centraal moeten staan.
Bron: Eindhovens Dagblad, 1 oktober 2014

Ik merk ook bij die friskijkers en dwarsdenkers, koplopers en kantelaars binnen Zuyd dat men het een beetje moe begint te worden. Omdat uiteindelijk toch de accreditatiepolitie, cijfersfetisjisten, lijstjeskickers het voor het zeggen hebben. Ja, ik kan van een afstandje gemakkelijk praten. Ik zit niet midden in dat onderwijs, waar de druk door dit soort maatregelen enorm hoog wordt ervaren en verbeteringen belemmeren. Misschien is de tijd wel gekomen om hier niet meer aan mee te werken? Dit soort recalcitrant gedrag wordt misschien niet gewaardeerd, maar ik hoorde gisteren deze spreuk:

je hebt dwarsliggers nodig om de trein goed te laten sporen

Mijn rol. Ook die van jou? Van wie nog meer? Alleen praten en bloggen over een verbetercultuur helpt niet meer. Gewoon doen!
Ik weet dat er echt al veel gebeurt binnen Zuyd aan onderwijsvernieuwing, maar voor velen is dit nog onzichtbaar. Net zoals United4Education zou ik een beweging binnen Zuyd willen zien waar student en docent weer centraal komen te staan en dat we in gezamenlijk het koersen op ‘goed’ onderwijs is onze sterk veranderende samenleving (zie rapporten: De lerende economie van de WRR, Onderwijsraad).

Friskijkers, dwardenkers, koplopers, kantelaars van Zuyd: laat jullie horen!

Fijne zondag!
Judith

Bijleren en afleren #SLB4 #MLI

Ha Michiel, Hi Eric en hallo Marcel,

Op mijn verzoek om feedback kreeg ik van 3 naaste collega’s een reactie. Zij beoordeelden het formulier als een ‘draak’. De omvang schrok af, de gebruikte terminologie werd als ingewikkeld ervaren. Misschien krijg ik de volgende keer wel weer een ander feedbackformulier *grinnik*. Ik kreeg ook van een docent en een studiegenoot feedback. Super lief. Bedankt alle 5! Omdat mensen invulmoe zijn, ben ik niet meer actief op zoek gegaan naarnog meer mfeedback. Die van jou, Marcel ontvang ik regelmatig via de whapp. Muchas gracias mi amigo :)

De feedback betrof dus de 4 MLI-rollen: excellente leraar, ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner en begeleider en gesprekspartner van docenten op het niveau van ‘roluitbouw’, ‘rolconsolidatie’ en ‘rolmeesterschap’.

Zoals verwacht konden ze de rol ‘excellente leraar’ niet beoordelen, omdat ik de rol als leraar niet vervul. Zelf heb ik me beoordeeld als ‘docent van de docent’. De docenten van de faculteit Gezondheidszorg die mijn workshops hebben gevolgd, hebben deze beoordeeld tussen 7 en 8. Een aandachtspunt is wel om nog meer het aanbod te differentiëren. Zeker op het gebied van digitale competenties van docenten is het niveau zeer uiteenlopend.

In mijn rol als ‘ondernemende ontwikkelaar’ wordt gerefereerd aan MOOCZI Wiskunde dat ik voor LA2 heb ontworpen. Hoewel nog niet geïmplementeerd (eerste kleine stapjes zijn gezet) ben ik wel trots op dit ontwerp. Ik krijg binnen Zuyd ook steeds vaker vragen of deze opzet ook niet voor differentiatievakken als Nederlands en Engels ontwikkeld kan worden. Natuurlijk! En bij voorkeur in gezamenlijkheid met andere opleidingen/faculteiten. Nu nog op zoek naar de juiste omstandigheden om dit echt te ontwikkelen. Deze rol had ik denk ik niet zo snel opgepikt als ik hier niet door de studie voor was uitgedaagd.

Mijn collega’s refereren natuurlijk ;) naar dit 2beJAmmed blog ihkv mijn rolontwikkeling ‘reflective practioner’. Mijn ultieme vorm van reflectioneren waarin ik mezelf continu vragen stel en ook de wereld om mij heen onderzoek. Alleen binnen de MLI wordt deze rol toegedicht aan het onderzoeken. Dat is een nog te ontwikkelen competentie :) . Door dit blog en als I-adviseur heb ik een breed blik op de onderwijswereld, als onderzoeker moet ik me richten op die vierkante centimeter. Lastig proces voor mij. Ik zie geen problemen maar kansen.

De laatste rol ‘begeleider en gesprekspartner van docenten’ is bij uitstek mijn rol als I-adviseur. Betrokken bij onderwijsvernieuwingsprojecten binnen Zuyd, gevraagd om mee te denken met docenten om hun onderwijs didactisch met ict te ondersteunen (zowel binnen als buiten Zuyd :) ). Ik krijg steeds meer geduld (vind ik dan) met mensen die niet zo veranderingsgezind zijn, maar nog niet genoeg. Dat hoop ik in LA3 tijdens de gesprekvaardigheden dan te leren.

rollen

cc-by-nc-sa Marius Watz

Als ik terug kijk naar de start van mijn studie toen ik mijn leeragenda heb opgesteld op basis van de SWOT-analyses van collega’s zie ik dat ik mijn leerdoel: meer verwerven van theoretische kennis over leertheorieën heb bereikt (dat kan en wordt nog steeds uitgebouwd hoor). Dat ik mijn enthousiasme en lerende kwaliteiten die ik al had, gebruik. Dat ik nog steeds communicatief vaardig ben, een kennisdeler en een verbinder pur sang ben. Dat mijn minder sterke punten ‘het doen van onderzoek’ nog steeds de zwakke schakel is. En dat de bedreiging die ik toen geformuleerd had ‘Ik zie weinig bedreigingen, wellicht is dat mijn bedreiging?’ inderdaad mijn valkuil is.

Wat betekent dat? Dat ik weinig geleerd heb? Nee zeker niet. Het is wel opvallend dat ik mijn rol als I-adviseur eigenlijk gewoon doorzet als student. Ik geef de opleiding constant feedback in mijn blogs, ik participeer in focusgroepen. Daar ligt blijkbaar mijn kracht.

Het is wel goed voor je ego, het soort feedback dat ik nu ontvangen heb. Die lag na 2 onvoldoende beoordelingen voor mijn onderzoeksvoorstel toch wel aan diggelen. De scherven zijn weer opgeraapt en ik ga weer verder. Waar ik elke keer weer verbaasd over ben dat mensen mij anders zien dan ik mijzelf (“jij, een onvoldoende?”). Iemand zei laatst tegen me: “misschien straal je iets anders uit dan hoe je bent”. Ik zeg altijd dat ik open en transparant communiceer, maar misschien laat ik dat toch faalangstig meisje in me niet aan iedereen zien. Ja fouten mag, maar leuk vind ik het niet. Die perfectionist in me, steekt toch regelmatig de kop op.

Eigenlijk vind ik wel (ja voorzichtig geformuleerd) dat ik de meeste MLI-rollen als meester vervul. Ik hou er gewoon niet van om mezelf als meester, goeroe of expert te benoemen. We zijn allemaal lerende in dit leven. Ik ben ook opgegroeid met het adagium ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’.  Daar werd niet mee bedoeld: wees maar middelmatig, maar: wees jezelf en doe je niet beter voor dat je eigenlijk bent. En hoewel ik toch wel opkijk tegen mensen die hoger op de maatschappelijke lader staan of zich met een vlotte babbel profileren, blijf ik mensen ook op deze manier benaderen. Misschien dat het daardoor mij ook wel aan strategisch / tactisch / politiek inzicht ontbreekt. Wellicht dat ik wat meer zou kunnen bereiken als ik dat meer had. Ach, eigenlijk wil ik ook geen ‘slimme’ politieke spelletjes leren.

Conclusie tot nu toe: Ik vind het leuk om dingen bij te leren, heb ook veel geleerd, maar dat het heel lastig is om iets af te leren (zo niet onmogelijk).

Zoals je gezien hebt, is dit blog ook gericht aan Eric. Eric Wishaupt is een mede-student en een carpoolmaatje. Elke maandag ‘reflecteren & feedbacken’ wij wat af in ons reflectiebusje naar Eindhoven en terug. Wij hebben tegelijkertijd ons slb-gesprek met Michiel gevoerd. Leuk om dit op deze manier samen te doen, ook daar leer ik weer van. Ik kon een beetje de gesprekstechnieken van Michiel afkijken :) Iets waar we met LA3 aan de gang gaan. Spannend, uitdagend maar ook heel leuk!
Wat ik van het SLB-gesprek en van de andere gesprekken van die dag heb meegenomen? Dat ik die weerstand los moet laten. Niet zo eigenwijs moet zijn. Meer moet focussen en kaderen. En dat ik zeker niet middelmatig ben :) .

Dank Michiel. Dank Eric.
Groet, Judith

Droom van iedere student: leren terwijl je slaapt! Dat klinkt toch als muziek in je oren?

Weet je Marcel … vroeger :) toen ik nog scholier/jonge student was, leerde ik meestal tot ‘s avonds laat tot het moment dat ik niets meer opnam. Vaak legde ik dan het boek onder mijn kussen in de hoop dat de tekst tijdens mijn slaap in mijn brein zou inprenten. Het hielp niet :(

Maar wat wel helpt, is muziek luisteren tijdens het leren :)

Uit onderzoek bleek al dat mensen beter leren tijdens de REM-slaap.  Nu is uit vervolgonderzoek van Northwestern University gebleken dat als je leren combineert met een bepaald geluid of geur en deze tijdens de diepe slaap afspeelt, je de volgende ochtend de leerstof beter herinnert. Althans bij 30% van de proefpersonen.

In dit filmpje wordt het uitgelegd hoe het werkt

Op de site Scientias is meer wetenschappelijke achtergrond te lezen. Zie:

Nu is er een Amerikaanse bedrijf SheepdogSciences dat begin 2015 een product op de markt brengt dat memC heet. Het bestaat uit een applicatie voor de iPhone en een Bluetooth-slaapsensor die je om je pols draagt.

Kopen?! Voor iemand zoals jij die met gadgets/apps voor activiteitenmetingen bezig is, leek me dit een leuk nieuwtje. Of had je er al van gehoord? Ik vind het wel een fascinerende ontwikkeling. Niet iedereen gelooft in dit soort toepassingen, zoals deze slaapcoach ;) .
Maar welke student luistert nu niet naar muziek tijdens het studeren? En als dan door ‘s nachts dit deuntje nogmaals af te spelen mijn leeropbrengsten hoger worden, nou dan zou ik het wel weten! Toekomstmuziek voor het onderwijs!?

Judith

Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition

Hi Marcel,

We kennen de Horizon rapporten wel hè? Daar is sinds vandaag een Europese editie van! Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition.

Net zoals in de Amerikaanse editie hebben ze de Creative Classroom Resarch Model van de European Commission Institute for Prospective Technological Studies (IPTS) gebruikt om de belangrijkste implicaties voor beleid, leiderschap en het onderwijs te identificeren.

HR_CCR

De trends, uitdagingen en ontwikkelingen voor de Europese scholen worden in onderstaande afbeelding samengevat

HR_trends

Er bestaan ook wel verschillen tussen de verschillende Horizon rapporten. Hieronder 3 afbeeldingen uit het Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition waarin de Amerikaanse K-12, Higher Ed en de Europese versie worden vergeleken. Interessant dat in de Europese editie toch meer aandacht is voor de rol / digitale competenties van de leerkracht, en Open Online Onderwijs.

HR_12

HR_34HR_56

Uiteraard is er ook een filmpje van het rapport

Via het blog Leervlak van Jeroen Bottema (hij is van het Lectoraat eLearing van InHolland en was lid van het expert panel dat betrokken was bij de samenstelling van dit rapport) las ik dat er gewerkt wordt aan een vertaling van dit rapport voor elk lidstaat van de Europese unie waarbij ook voorbeelden van het betreffende land wordt gebruikt. Dit is natuurlijk allemaal interessant maar ik ben nog meer nieuwsgiering naar de Europese Higher Education editie, en daar is men ook mee bezig!

Groet,
Judith

Lerend vernieuwend onderzoeken #MLI

Hallo Marcel,

Vorige week ben ik voor mijn studie begonnen met het 3e leerarrangement: LA3: initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen. Een leuke module lijkt me zo :) en het ligt in de lijn met waar ik als I-adviseur mee bezig ben. Afgelopen weekend heb ik mijn eerste studie-opdrachten uitgevoerd en heb ik hiervoor mijn JOULE4JOU blog weer geactiveerd.

openinnovation2

free to use in blog posts

Op de literatuurlijst stond de oratie van Jaap Boonstra ‘Lopen over water’. Over de dynamiek van organiseren, vernieuwen en leren heb ik op JOULE4JOU geblogd.
Boonstra eindigt zijn oratie met zijn visie op onderzoek in onze dynamische werkelijkheid. Hij onderscheidt het traditioneel academisch onderzoek dat volgens hem de relaties tussen onderzoeker en het empirisch object ontkent. Boonstra is geen voorstander van deze afstandelijke en beschouwende manier van onderzoeken. Ook het het toegepast onderzoek vindt hij ongeschikt om onderzoek te doen naar dynamische sociale systemen. Zijn voorkeur gaat naar reflectief handelingsonderzoek dat gericht is op actie, reflectie en kennis genereren. De relatie tussen onderzoekers en onderzochten is hierbij gebaseerd op gelijkwaardigheid, gezamenlijke betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Een beetje te vergelijken met actieonderzoek.

Het zette mij weer tot denken met betrekking tot mijn eigen onderzoek. Deze manier van onderzoek past mij beter, maar ik heb al eerder geschreven dat ik mijn rol van onderzoeker dan zo minitieus moet beschrijven, dat me dat in dit type onderzoek tegenstaat. Dus blijft mijn praktijkgericht onderzoek beschrijvend van aard. Net als vele andere hbo-onderzoeken, zo vernam ik via Daan Andriessen. Ik was niet bij zijn presentatie bij Zuyd maar heb inmiddels wel zijn Openbare les gelezen. Actieonderzoek, schrijft Andriessen, heeft een sterke oriëntatie op het verbeteren van de praktijk (die ‘real innovational spirit warrior‘ weet je nog?). Een vragenlijst gecombineerd met statistische analyse is sterker gericht op kennisontwikkeling (wat dit ‘nieuwsgierig aagje‘ nu doet). Deze onderzoeksmethoden verschillen dus in het willen weten en willen verbeteren ;) . Andriessen onderscheidt 2 rollen in praktijkgericht onderzoek: de onderzoeker die onderzoekt en analyseert enerzijds maar anderzijds is de onderzoeker ook vaaak degene die in een specifieke situatie adviseert en intervenieert. Lastig, erkent ook Andriessen omdat je in die ene rol objectief en onafhankelijk moet blijven.

Ook Andriessen refereert net als Boonstra naar de Reflective Practioner van Schön. Methodische grondigheid is namelijk niet altijd goed verenigbaar met praktische relevantie. Volgens Andriessen kan blijken dat:

  • data niet beschikbaar of de respondenten niet benaderbaar zijn
  • omstandigheden niet controleerbaar zijn;
  • dataverzamelings- of analysemethoden duur zijn;
  • er altijd te weinig tijd is, want de opdrachtgever wil het snel weten;
  • de gegevens die wetenschappelijke methoden opleveren niet bruikbaar blijken te zijn in de praktijk;
  • het onderzoek zelf de praktijk blijkt te veranderen

Er bestaat een grote diversiteit aan opvattingen over de juiste eisen aan methodologisch grondigheid in praktijkgerichte onderzoek. Deze hangen onder andere samen met de blik op de wereld van de onderzoeker. Er is niet slechts één manier om goed praktijkgericht onderzoek te doen, er zijn er vele. Genoeg werk voor lector Daan Andriessen, want hij heeft in zijn Openbare Les een grote diversiteit aan praktijkgericht onderzoek geschetst.

Als minimumniveau van onderzoekend vermogen voor de master-student noemt Andriessen trouwens:

De student laat zien dat hij kan reflecteren op de relevantie van zijn onderzoek voor andere situaties dan die zijn onderzocht. Het zal niet altijd mogelijk zijn om een concrete bijdrage te leveren aan de beroepspraktijk die in meerdere gevallen toepasbaar is, maar een reflectie daarop is wel altijd mogelijk. Tevens dient de grondigheid diepgaander te zijn dan bij onderzoek op bachelorniveau.

Over een paar weken heb ik weer een focusgroep om mee te denken over een verbeterplan van de onderzoekslijn van de MLI. Nu nog het verbeterplan van mijn eigen onderzoek ;)
J.

Twitter in het onderwijs [gastblog @docentsw]

Goedemorgen Marcel,

Vorige week reageerde collega Ayk de Bie op mijn tweet over Twitter in het onderwijs

met mail over een kleine twitterpilot tijdens vorig studiejaar. Nu ging het bericht op Frankwatching over Twitter als marketing- en communicatietool maar dat maakt verder niet uit ;) Behalve dan dat Zuyd niet in de top 10 lijstjes voorkomt :S.

Ayk heeft geprobeerd Twitter een lerende plek te geven binnen de onderwijsgroep van studenten. Hij was (terecht) erg enthousiast over de resultaten. Samen met mijn collega I-adviseur Frans Roovers heeft Ayk vanuit de leerlijn mediawijsheid studenten meegenomen in de mogelijkheden van dit digitale medium. Bekijk voor meer informatie de weblecture van Ayk.

Na afloop heeft Ayk met studenten geëvalueerd hoe zij dit het afgelopen blok hebben ervaren. In dit gastblog geeft hij inzicht in de wijze waarop hij Twitter als leermiddel met een onderwijsgroep heeft ingezet.

OUR 2bejammed GUEST: Ayk de Bie

Opzet

  1. Studenten maken een twitteraccount aan dat zij gebruiken op persoonlijke titel, maar dat gericht is op hun professie.
  2. Zij gaan op zoek naar ‘tweeps’ die relevant zijn voor de lopende inhoud van de beroepsauthentieke casus en relevant zijn voor hun opleiding. Deze ‘tweeps’ voegen zij toe aan hun lijst met volgers.
    Dit kan door te kijken naar de volgerslijst van rolmodellen (@docentsw @FransSocialWork) of via de volgerslijsten van relevante ‘professionals’ die zij reeds gevonden hebben. Het kan ook door te zoeken naar personen via twitter via, voor de casus, relevante zoektermen.
  3. Ieder OT, met name in de onderzoekende fase van het project, staat er een zogenaamde ‘twitterronde’ op het programma.
    Studenten bekijken via hun twitteraccount (of doen dit als voorbereiding op het OT) de verschillende tweets in hun tijdlijn en zoeken naar relevante informatie die van belang kan zijn voor de casus en/of opleiding. Studenten gebruiken de zoekfunctie van twitter, en zoeken via, voor de casus, relevante zoektermen (met behulp van tutor)naar interessante tweets, die mogelijk voor de casus bruikbare informatie bevatten. (Tweets bevatten vaak een link naar interessante websites, nieuwsartikelen, onderzoek enz….)
  4. Studenten bespreken met elkaar en met de tutor, welke informatie dat zij vinden, welke link dat er ligt met de casus en op welke wijze ze deze informatie binnen de casus kunnen gebruiken.

Winst binnen het leerproces van de student voor mij als docent

  • Ik bespreek relevante en actuele informatie (praktisch en absoluut beroepsrelevant) met studenten, die zij zelf vinden. Daar waar het eerder moeite koste om hen kennis te laten nemen van deze inhouden. Eerst was ik hierin als docent de initiator, nu komen studenten zelf met deze inhouden. (veel winst vanuit politiek en economisch domein).
  • Ze krijgen mee en lezen hoe politieke beslissingen en economische invloeden het sociaalagogisch domein beïnvloedt, hun latere werkdomein.
  • Vinden sneller betrouwbare bronnen dan bijvoorbeeld alleen via Google.
  • Je brengt als ware de buitenwereld binnen de vier schoolmuren en maakt deze samen met studenten relevant voor hun toekomstige beroep. (Dat is voor mij de grootste winst.)
  • Interessant neveneffect: Het werkte aanstekelijk, studenten die eerder in de weerstand zaten betreffende het gebruik van Twitter, werden enthousiast en besloten ook een twitteraccount aan te maken. En studenten werden ook alerter op nieuwsitems die via andere wegen vonden.

Winst voor en vanuit studenten

  • We vinden actuele en bruikbare informatie.
  • We vinden informatie die van belang is voor de casus.
  • Het geeft een nieuwe impuls waar je over na kunt denken.
  • Social Media is niet nieuw voor ons en spreekt aan.
  • Het maakt de casus op papier realistischer / levendiger / actueler.
?????????????

free download GraphicStock

Een mooi experiment Ayk, dat zeker een vervolg verdient!
Wat betreft dat zoeken binnen Twitter. Je hebt in je college vooral de bekende operatoren benoemd. In dit blog van Rick de Haan biedt hij een overzicht van Bekende en minder bekende Twitter-operatoren.  Niet dat ik ze allemaal ken en gebruik ;) maar dan heb ik het linkje ook opgeslagen in dit buitenboordbrein van mij.

Tip: ik zou dit blog copy-pasten (mag! met bronvermelding! :) ) in je eigen Aykster’s blog. Altijd handig voor je integratie-fase MLI: bewijsmateriaal verzamelen!!
Groeten,
Judith

21st century skills. Wat’s new?

Hoi Marcel,

Vorige week had ik twee gesprekken waarin ik de term ’21 st century skills’ liet vallen en mijn gesprekspartners hadden nog nooit van deze term gehoord. Zij waren na een korte toelichting wel geïnteresseerd, daarom deze blogpost. De tekst over 21st century skills zal waarschijnlijk in mijn onderzoeksvoorstel versie 3 sneuvelen, dan hier maar gebruiken ;). Wel zonder de APA-verwijzingen, leest zo lastig.

Met 21st century skills worden vaardigheden bedoeld als ict-geletterdheid, informatievaardigheden, samenwerken, creativiteit, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. In de discussienota van Voogt & Roblin wordt geconstateerd dat er geringe aandacht is voor de positionering van 21st century skills binnen het curriculum en dat de implementatie hiervan “misschien wel de één van de meest complexe en controversiële kwesties is”.

Verschillende internationale organisaties, zoals Europese Unie en Unesco ontplooien initiatieven op het gebied van 21st century skills. Het gaat hierbij niet om nieuwe vaardigheden speciaal voor de 21e eeuw, maar vaardigheden die door mobiele (internet)technologie aan belang gewonnen hebben. Uit een inventarisatie van Voogt & Robin naar zes van deze initiatieven worden de vaardigheden: samenwerking, communicatie, ict-geletterheid, sociale en/of culturele vaardigheden (inclusief burgerschap) als een gemeenschappelijke set van 21st century skills benoemd. De vaardigheden: creativiteit, kritisch denken en het vermogen om problemen op te lossen worden ook in bijna alle modellen genoemd. In het conceptueel kader van Stichting Leerplanontwikkeling Nederland (SLO) wordt hieraan nog de vaardigheid zelfregulering toegevoegd. De diverse initiatieven gaan er vanuit dat ict-geletterdheid tot de kern van 21st century skills behoort. Verschillende begrippen voor de term ict-geletterdheid worden gehanteerd zoals ict-vaardigheid, digitale geletterdheid, digitale vaardigheid, media skills, information literacy, digitale competenties. Het gaat hierbij allemaal om vaardigheden die nodig zijn om toegang te krijgen tot informatie en deel te kunnen nemen aan de kennissamenleving. Hiermee wordt naast instrumentele vaardigheden (het kunnen omgaan met ict en ict-toepassingen), informatievaardigheden (het kunnen zoeken, selecteren, gebruiken en verwerken van informatie) en mediawijsheid (bewust, kritisch en actief om kunnen gaan met media) bedoeld. Digitale competenties zijn “benodigde competenties van een niet-ICT’er om, in verschillende situaties, kritisch en verantwoord het potentieel van ICT tactisch en strategisch te gebruiken voor efficiëntere en effectievere producten, diensten en processen” (citaat uit proefschrift Frans Jacobs).

Hieronder een presentatie van Joke Voogt over de analyse naar de acht raamwerken (discussienota Voogt & Roblin)

Afgelopen weken heb ik ook nog met een half oog naar de OU masterclass Evalueren van vaardigheden voor de 21ste eeuw gekeken. In onderstaande video licht Ellen Rusman dit thema toe. Hier de link naar de powerpoint die in deze presentatie wordt gebruikt (handig voor de links in de tekst).

Maar zijn deze vaardigheden wel zo 21e eeuws? Rob Martens onderzocht dit voor het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie.  In het artikel Oeroude moderne vaardigheden worden diverse rapporten (Een eigentijds curriculum van de Onderwijsraad, De school van 2020, Naar een lerende economie van WRR) geciteerd waarin het belang van 21st century skills wordt onderkend. Zijn samenvatting van 21st century skills: “Goed en innovatief kunnen denken, daarbij gebruikmakend van de ongekende mogelijkheden die ict biedt”. De kern van 21st century skills: verstandig leren nadenken, creatief en leergierig zijn met veel probleemoplossend vermogen is niet zo 21e eeuws, zegt Martens. Dat is onderwijs, al eeuwen lang. Rapporten over onderwijsvernieuwing door het gebruik van ict blijven elkaar tegen spreken (veelgehoorde kritiek: we leiden op tot mensen die niets meer weten en alleen maar kunnen googlen?). Rob Martens bepleit meer wetenschappelijk onderwijsonderzoek dat uitgaat van de vragen van docenten.
Laat ik daar in mijn onderzoek misschien een heel klein kiezelsteentje aan bij dragen :)

Meer lezen over 21st century skills? Zie e-book 21st century skills; learning for life in our times van Bernie Trilling & Charles Fadel
Meer weten over 21st century skills in de praktijk? Zie website van Kennisnet
Meer leren over 21st century skills? 30 oktober start een MOOC over dit thema, zie www.moocmee.nl

Aan de slag met 21ste eeuwse dingen? Zie Dingen@zuyd.nl!

Groet,
Judith

Related blogs

Sociaal schrijven

Hi Marcel,

Heb jij wel eens van de term ‘sociaal schrijven’ gehoord? Ik niet.
In de kwartaalbijlage The Optimist (voorheen Ode) van NRC 27 september 2014 kwam de term ‘sociaal schrijven’ voor in een kort interview met Clive Thompson. Hij heeft het boek: We worden steeds slimmer: hoe apps, gadgets en social media ons intelligenter maken geschreven.

Slimmer definieert Thompson als:

hoe leer je dingen, hoe denk je daarover na en kom je tot nieuwe conclusies, wat voor actie onderneem je vervolgens? En daarin kan het internet veel betekenen. Er zijn nu nieuwe manieren om van anderen te leren, omdat we meer in sociaal contact met ze staan. Wanneer we gedachten vormen, hebben we de mogelijkheid er onmiddelijk over te schrijven en ze te delen, of er een video over te maken. Dan kunnen anderen ons meteen feedback geven op die gedachten. Dus dat is hoe het leven online ons slimmer maakt.

Met betrekking tot sociaal schrijven, zei hij:

Een van de manieren waarin ons onlinedenken zich onderscheidt, is dat het heel sociaal is. Elke tweet, elke boodschap die we op Facebook plaatsen, is bestemd voor een publiek. We proberen daarom ons denken te verscherpen om indruk te maken op andere mensen. En dat werkt echt. Wanneer je leerlingen vraagt een essay te schrijven komen ze met een behoorlijk essay, meer niet. Maar wanneer je dat online zet en zegt: ‘Dit wordt wereldwijd gelezen door je leeftijdgenoten’, schrijven ze ineens een scriptie die langer is, met grammaticaal betere zinnen. Ze proberen indruk te maken. Een van de grote verschillen met vroeger, is dat we sociaal schrijven. We proberen meer uit onzelf te halen, en leren van anderen.

Voor mij werkt dat wel zo ja. Zeker met ons blog.
En zoals Thompson in zijn voorbeeld zegt dat kwaliteit van studentproducten omhoog gaat als het online wordt geplaatst, geldt dit voor docenten ook. Op het moment dat onderwijsmateriaal open en online beschikbaar komt gaat de kwaliteit van het materiaal omhoog. Dit is al vaker geconcludeerd (ook in ons MOOCZI-blog). Dat komt aan de ene kant omdat ook docenten indruk proberen te maken ;) maar ook door de feedback die anderen (het werkveld) kunnen geven waardoor we samen slimmer worden.

OpenSourceWay

opensource.com

Redenen om te investeren in open en online onderwijs zijn reputatie en educatie:
– De kwaliteit van onderwijsmateriaal en de kwaliteit van docenten wordt zichtbaar.
– Doordat het onderwijsmateriaal in (internationale) dialoog kan worden (door)ontwikkeld kan de kwaliteit ervan verbeteren.
Bron

zondaggroet,
Judith

Tussenmeting van mijn rollen en houding #SLB4 #mli

Ha Marcel,

Ja het is weer zo ver. In het begin van mijn studie heb je een SWOT-analyse over mij ingevuld en nu vraag ik je om een tussenevaluatie. Opdracht van school hè ;)

Voor deze meting heb ik weer een nieuw / ander formulier ontvangen. De rollen waarop jij, ik, mijn mli-docenten mij op beoordelen zijn wel hetzelfde gebleven. Namelijk die van: excellente docent, ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner en begeleider en gesprekspartner van docenten. De mate van complexiteit wordt beoordeeld van een kleine wijziging naar een substantiële tot fundamentele wijziging. Tja wat versta je onder een wijziging? Levert hetgeen waar ik mee bezig ben ten aanzien van auteursrechten, plagiaat, open en online onderwijs, sociale media een fundamentele wijziging op voor het onderwijs voor heel de instelling? Heel Zuyd? Ja ik werk wel samen met externe partners en expert. Wat ik lastig vind aan dit format is dat ‘gemeten’ wordt op mijn beoogde impact op enkele naaste collega’s naar grotere groep collega’s tot het hele team. Wat is voor mij het verschil tussen naaste collega’s (zijn er 3) tot het hele team (zijn er ook 3 ;)). Daarom heb ik besloten dat alle bloglezers ook tot mijn team behoren :)

??????????????????????

free download Graphic Stock

En wil ik jullie allemaal vragen om feedback op mijn rolontwikkeling. Zit ik in deze rollen nog in de ‘roluitbouw’?, of al in de ‘rolconsolidatie’?,  of misschien in ‘rolmeesterschap’? Dat laatste vind ik wel lastig om dat van mezelf te vinden. Het impliceert bijna dan je het dan ‘bereikt hebt’, terwijl ik vind dat ik altijd nog veel te leren heb.

6 oktober heb ik mijn volgende gesprek met Michiel, mijn SLB-er.
Via dit linkje kunnen jullie het formulier downloaden (docx) en als jullie het willen invullen dan graag uiterlijk 3 oktober mailen naar judith.vanhooijdonk@zuyd.nl dan kan ik het als input meenemen naar mijn SLB-gesprek.

Ben benieuwd ….. :)

Groeten,
Judith

In het 2e leerjaar begin ik aan de zogenaamde integratiefase. Op het eind van dit studiejaar moet ik in een beeldverslag laten zien welke rollen ik op welk niveau beheers en welk zichtbaar gedraag ik hierbij aan neem. De tip was zoveel mogelijk te verzamelen over je rolontwikkeling. Gelukkig heb ik mijn blog :) Mijn andere blogposts over SLB – MLI

SLB 3 – Bezieling
S
LB3 – “Nu nog onnavolgbaar” ;)
S
LB2 – Eerste studiepunten binnen LA1
S
LB2 – Storyline
S
LB1 – Mijn 1e SLB-gesprek
S
LB1 – Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek

Op naar een autonomie-ondersteunende leeromgeving #mli

Hoi Marcel,

Dit weekend viel het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie, het kwartaalblad van de Open Universteit, in mijn brievenbus. Hierin las ik een bijdrage van Anouke Bakx, de academic director van mijn masteropleiding Leren en Innoveren. Samen met Fontys docent Van Lieshout houdt zij een pleidooi dat docenten meer gebruik moeten maken van autonome motivatie ter voorkoming van de hoge uitval van eerste jaars hbo-studenten. Vijftig procent van hen geeft namelijk aan dat gebrek aan motivatie reden is om te stoppen of van studie te veranderen.

Als MLI-student weet ik inmiddels alles af van motivatie ;) . In elke paper of onderzoeksvoorstel van mijn medestudenten en mij komt de ZelfDeterminatie Theorie van Ryan & Deci wel aan de orde. De drie pijlers voor de basisbehoefte van intrinsieke motivatie volgens deze motivatietheorie zijn: het gevoel van competentie, autonomie en sociale verbondenheid. Hoe meer intrinsiek gemotiveerd hoe hoger de leeropbrengsten. In dit artikel wordt nog de onderverdeling gecontroleerde en autonome motivatie besproken. Gecontroleerde motivatie vindt plaats in een omgeving met straffen, belonen en ‘moeten’. “Autonome motivatie brengt extrinsieke en intrinsiek met elkaar in verband. Externe factoren die samenhangen met extrinsiek motivatie kunnen namelijk intrinsieke motivatie faciliteren.” Dit ontwikkelt zich het beste in een autonomie-ondersteunende omgeving.

Hiermee wordt een leeromgeving bedoeld waarbinnen studenten ruimte hebben om hun eigen keuzes te maken en waarbinnen docenten openstaan voor vragen, opvattingen en gevoelens van studenten.

[Dat willen we wel hè?]

autonomeleeromgeving

Volgens de literatuur blijkt dat studenten in een autonomie-ondersteunende leeromgeving floreren. Dit blijken docenten niet zo gemakkelijk te kunnen bieden vanwege de groeiende sturing op kengetallen, waardoor docenten weer hun autonomie verliezen….

Het lijkt voor sommige docenten veiliger om precies voor te schrijven wat er moet gebeuren, zodat ze het idee hebben studenten klaar te stomen voor de toets, de te bewijzen competenties of andere afrekeninstrumenten.

[Goh ...]

Ja, drijfveren zetten aan tot leren. “Wat houdt hen eigenlijk bezig en waarvoor lopen ze warm? ” Illeris zei dit ook al. Om deze drijfveren te vinden is een zekere pedagogische sensitiviteit (op het goede moment het juiste doen in het ogen van de student) van de docent nodig.

Het gaat in onderwijs niet alleen om het overbrengen van expertise of de mate van expertise van de docent, een belangrijk element van goed onderwijs is de interactie tussen docent en student.

[Dat weten we wel hè?]

De schrijvers verwijzen naar de publicatie van Van Manen: Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen, waarin het gaat over de pedagogische sensitiviteit in de omgang met basisschoolleerlingen. Dit geldt volgens Van Lieshout en Bakx niet alleen voor leerlingen, maar ook voor hbo-studenten.

Vanuit pedagogische sensitiviteit ziet de docent waar de student behoefte aan heeft, wat hem motiveert en wat hem eventueel belemmert in het studeren.

[Zou dit ook niet van toepassing zijn op MLI-studenten?]

Als student heb ik wel behoefte aan zo’n autonomie-ondersteunende leeromgeving, en lekker blended :) waarin hopelijk ook ict (als didactisch toepassing) deel van uitmaakt ;). Voor nu blijft het nog bij een idealistische gedachtengang die dan wel door wetenschappelijk onderzoek aangetoond is, maar in de weerbarstige praktijk nog steeds niet realistisch blijkt te zijn.

Alle citaten en de afbeelding komen uit het artikel. Uiteraard even een verwijzing volgens de APA-regeltjes. Alle punten en komma’s op de goede plek? ;)

Lieshout, S. van, & Bakx, A. (2014). Pedagogische sensitiviteit stimuleert autonome motivatie. Onderwijsinnovatie, 16(3), 38-39. Retrieved from http://www.ou.nl/documents/10815/36316/OI_2014_3_PedagogischeSensitiviteit.pdf 

Fijne maandag!
Judith

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 45 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: