The importance of education according to Iris Murdoch

Hi Marcel,

Gisteravond zag de film Iris weer eens. Iris wordt gespeeld door één van mijn favoriete acteurs: Judi Dench. Ik vind het een prachtige film over de relatie van Iris Murdoch en haar man John Bayley. Iris Murdoch (1919-199) was filosoof en schreef romans. Een krachtige vrouw met een vrije geest, die op het eind van haar leven zo gevangen gehouden werd door meneer Alzheimer.

Education doesn’t make you happy. Nor does freedom. We don’t become happy just because we’re free – if we are. Or because we’ve been educated – if we have. But because education may be the means by which we realize we are happy. It opens our eyes, our ears, tells us where delights are lurking, convinces us that there is only one freedom of any importance whatsoever, that of the mind, and gives us the assurance – the confidence – to walk the path our mind, our educated mind, offers.

Een #mustsea movie!
Judith

Tapijn Learning Spaces

Ha Marcel,

Gistermiddag had ik weer even een korte ontmoeting met ‘onze’ Liesbeth Mantel @moqub in mijn stad Maastricht. Liesbeth had een afspraak met Yvette Froeling van de universiteitsbibliotheek Maastricht. Yvette is, net zoals Liesbeth bij UB Delft, verantwoordelijk voor de open/learning spaces van de bibliotheek. Beide zijn vooral op zoek naar nieuwe concepten. En die was er nu … op de voormalige Tapijnkazerne. Een geweldig groot terrein aan de rand van onze binnenstad. Twee jaar geleden zijn de gebouwen van deze voormalige militaire kazerne overgedragen aan de Universiteit Maastricht en de provincie en zijn bedoeld voor onderwijs en onderzoek. Eén van deze gebouwen is nu door studenten ingericht als Learning Space volgens het concept ‘box in a box’. Liesbeth heeft hier uitgebreid over geblogd.

Tapijn

Dit gebouw wordt (tot de geplande sloop over 3-4 jaar) gerund door studenten. Yvette wilt samen met de studenten vooral leren wat wel en niet wenselijk is voor de geplande nieuwbouw. Yvette vertelde ook nog van andere leuke concepten die in de planning staan. Zoals een combinatie van sport en studie in de vorm van Treadmill Desk, waar je achter de bureau kunt fietsen of lopen. In de winter zal het in de ruimte buiten de box fris zijn, een mooie win-win-situatie.
Dank Liesbeth voor deze introductie! Een vervolgafspraak met Jack van Zuyd Bibliotheek ga ik organiseren. Ik wil het gebouw graag nog een keer bezoeken als de boxes volgens de thema’s zijn ingericht en als het vol zit met studenten.

Bij deze ontmoeting was ook Gaby Lutgens. Ik had al een LinkedIn connectie met haar, maar nog nooit live ontmoet (daarvoor heb je dan iemand uit Delft nodig! Bijzonder hè? :) ). Gaby is betrokken bij Edlab, dat ook in een gebouw op de Tapijnkazerne gehuisvest in. Deze heb ik nog niet bezocht, maar dat komt nog wel. Bij Gaby ga zeker ik nog een keer op bezoek, haar werk heeft heel veel raakvlakken met die van mij. Edlab was voorheen een onderwijsproject van de universiteitsbibliotheek maar is nu het nieuwe centrum/ontmoetingsplaats voor onderwijsinnovatie van de universiteit. Binnen de bibliotheek wordt het ondersteunen van ict in het onderwijs voortgezet als een supportservice EdICTed.

Hoewel de schaalgrootte binnen de universiteit niet te vergelijken is met het hbo. Ik kwam tot de ontdekking dat de UM met vergelijkbare studentenaantallen meer dan 2x zoveel medewerkers in dienst heeft dan Zuyd. En dat voor de verhouding studieplekken – studenten 1 : 7,5 is. Daar kunnen wij ons niet aan meten, maar we kunnen wel van elkaar leren!

Judith

Ik flip. Jij flipt. Wij zijn geflipt.

Hallo Marcel,

Deze week het artikel in Trouw gelezen over de moderne docent die zijn lesmateriaal gewoon zelf fixt? Het gaat in dit geval om zelf filmpjes maken en je les te flippen (kennisoverdracht vindt plaats via video die studenten thuis bekijken als voorbereiding zodat in de klas samen actief kan worden geleerd). Ik ben een groot fan van die You Tube docenten die prachtige instructievideo’s maken en deze dan ook online delen. En zoals docent Arnoud Kuijpers in het artikel wordt geciteerd “delen maakt het onderwijs leuker en beter” ben ik het helemaal mee eens :)

Echter, zowel het maken van (flipped) video’s en deze vervolgens online open delen is binnen onderwijsland, in ieder geval niet bij onze onderwijsinstelling, gemeengoed. Er is zeker veel belangstelling bij onze docenten om zelf video’s te maken, gezien de grote belangstelling voor Pieter’s workshop ‘Weblectures en video in een flipped classroom’. Het maken van goed video instructiemateriaal kost tijd, dat hebben we tijdens ons MOOCZI-project ook ervaren. Volgens Kuijpers kost één minuut film ongeveer anderhalf uur fröbelen, en dan is hij een expert. Er zijn weinig docenten die deze tijd kunnen en willen investeren. En uit onze enquête onder studenten is gebleken dat studenten vooral professionele kennisclips waarderen:

Een nadeel dat ik wel heb ervaren is dat video’s vaak onduidelijk zijn, deze worden zelf gemaakt door docenten. Nadelen zoals bijvoorbeeld: langdradigheid, eentonigheid, lastige en onduidelijke voorbeelden. Niet iedereen is in staat om dit materiaal duidelijk te creëren.

Tsja, door je klas te flippen ben je nog geen moderne docent. En als alles geflipt wordt, staat onze onderwijswereld ook op z’n kop. In mijn ogen hoeft een moderne niet zelf al zijn lesmateriaal te maken, en dat lesmateriaal hoeft echt niet alleen maar video te zijn. (Interactieve) boeken hebben ook hun waarde :) . Frans Droog publiceerde onlangs op zijn blog 6 mythes over flipping the classroom. Flipping  gebeurt volgens hem nog veel te vaak vanuit een technologische visie. We moeten ons realiseren dat het om een pedagogisch middel gaat om actief leren in de klas te vergroten om op zo’n manier inzicht en kritisch denken te bevorderen. Het gaat om het leren van de student die centraal moet komen te staan, niet de kennisoverdracht van de docent.

Wat is een moderne docent? Volgens mij is dat een motiverende betrokken docent die weet hoe hij ict (en niet alleen video) ook didactisch kan inzetten. We leven en leren in een samenleving waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn. De open cultuur en de snelheid waarmee deze (technologische) veranderingen plaatsvinden, vraagt om een nieuwe toolset, mindset en skillset. Ik kom dan toch weer uit bij mijn stokpaardje: ‘social learning‘. Marcel de Leeuwe en Wilfred Rubens omschrijven in hun recente publicatie Social learning en leren met sociale media dit als

samenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt

Participatie in onze samenleving met haar ict en sociale media vraagt om in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijke kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. Dat is wat wij onze studenten zouden moeten leren en meegeven. Dan moeten wij (docenten) dit ook voor-leren, vind ik. Of ben ik ‘social learning‘-blind aan het worden?

Groet,
Judith

En ook het belang van open onderzoek

Hallo Marcel,

Gisteren blogde ik (niet voor de eerste keer) over het belang van open online onderwijs. Over open onderzoek heb ik ook al eens eerder wat geschreven. Vanmorgen kwam een artikel voorbij van Matteo Cantiello over Public-Friendly Open Science (In zijn manifest over de moderne wetenschapper verwijst hij trouwens naar een geweldige illustratie van een PhD-er als boundary crosser :) )

Volgens Cantiello zouden onderzoekers meer tijd moeten besteden aan het communiceren over hun onderzoek, buiten hun eigen wetenschappelijke wereldje. Ze zouden hun data en resultaten op verschillende manieren moeten delen met een groter publiek. Onze wereld is zoveel complexer geworden. We moeten, ook buiten je eigen vakdisciplime, meer van elkaar leren (boudary crossing), zegt Cantiello

openonderzoek

Ik ben het met hem eens. Daarom ga ik na de zomervakantie weer met vernieuwde energie de noodzaak van publicatiebeleid voor Zuyd aankaarten. Uiteraard met aandacht voor open onderzoek en open acces. Ik vind het belangrijk genoeg.

Judith

Het belang van open online onderwijs

Ha Marcel,

Minister Bussemaker presenteerde deze week haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. Ik zag op Twitter jouw vraag hierover.

Ik heb het origineel even gescand op urennorm. Er staat niets explicitet in behalve dan

Open Online Onderwijs, blended learning en ICT kunnen ook heel goed worden ingezet om studenten meer uit te dagen. Door studenten vooraf meer stof te laten bestuderen, via opdrachten, online toetsen, gamification, video’s, en MOOC’s, kan de beschikbare contacttijd anders en beter worden benut (flipping the classroom). Echter, ICT mag naar mijn mening nooit worden ingezet om het onderwijs te extensiveren; juist om minder docenten in te zetten.

Maar contacttijd kan toch ook online plaatsvinden? De minister maakt dit onderscheid niet. Of staat ergens in de wet omschreven dat contacttijd f2f moet plaatsvinden???

Uiteraard heeft OER-lector Robert Schuwer de voorgestelde maatregelen uit de strategische agenda gescand op open onderwijs :) Hij licht deze 2 ambities uit het plan:

  • Nederlandse hogeronderwijsinstellingen blijven internationaal koploper op het vlak van de mogelijkheden van Open en Online Onderwijs. Nederland onderstreept deze ambitie tijdens het Europees voorzitterschap in 2016. Instellingen experimenteren met de mogelijkheden, en passen de lessen toe over de volle breedte van hun onderwijsaanbod. De middelen die beschikbaar komen met het studievoorschot maken het mogelijk de huidige stimuleringsmaatregel voor Open Online Hoger Onderwijs uit te breiden.
  • Alle docenten stellen in het ho in 2025 hun onderwijsmaterialen vrij beschikbaar zodat zij gebruik kunnen maken van elkaars digitale leermaterialen. Verkend wordt of en hoe een (inter)nationaal platform waarop onderwijsmateriaal gedeeld en bewerkt kan worden hieraan bijdraagt. Daarnaast worden instellingen opgeroepen om elkaars MOOC’s te erkennen.

Robert heeft in zijn lectorale rede de argumenten geformuleerd waarom instellingen met OER aan de slag gaan. Op zijn blog laat hij dat in een mooi overzicht zie hoe OER kunnen bijdragen aan verhoging van onderwijskwaliteit. Ik heb het hierover verkort weergegeven

  • Moreel argument: Leermateriaal met publiek geld betaald moet publiek beschikbaar komen; dit heeft niet zoveel effect op de kwaliteit.
  • Financieel argument: De gratis beschikbaarheid van OER haalt een financiële drempel voor toegang weg; heeft in Nederland een beperkte invloed op kwaliteit.
  • Efficiency argument: Hergebruiken van OER voorkomt uitvinden van wielen; dit heeft een grote invloed. OER dat wordt hergebruikt heeft zich al heeft bewezen in andere situaties. Door de open licentie kan materiaal worden aangepast en verbeterd waardoor een hogere kwaliteit leermaterialen ontstaat.
  • Interne communicatie argument: Het open publiceren van leermateriaal heeft potentieel grote invloed doordat transparant wordt welk leermateriaal faculteiten gebruikt kunnen onderwijsprogrammas’s beter op elkaar worden afgestemd.
  • Rendementsargument: Aankomende studenten krijgen een beter beeld van de studie; heeft volgens Robert een beperkte invold op kwaliteit van onderwijs.
  • Innovatie argument: OER publiceren en hergebruiken betekent zowel jouw kennis aan de wereld geven als kennis van elders binnenhalen in je onderwijs; heeft een grote invloed (Zou Khan academy ook zo’n invloed zou hebben gehad op de ontwikkeling van bv. de flipped classroom als de video’s niet open beschikbaar zouden zijn?).
  • Marketing en profilering: Door bestaande leermaterialen open te stellen bereikt de onderwijsinstelling niet alleen de relatief kleine groep ingeschreven studenten, maar ook getalenteerde potentiële studenten, ‘self learners’, wetenschappers en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland; heeft een indirecte invloed op kwaliteit van onderwijs.
  • Research argument: Publiceren van OER geeft de mogelijkheid te experimenteren met digitaal leermateriaal; potentieel grote invloed.

Dank je wel Robert voor dit overzicht. Het zijn argumenten waarmee ik binnen Zuyd ook aan de slag kan om beleid op open onderwijs te formuleren. Dat laaghangend fruit van vorig jaar is verrot aan de boom blijven hangen. Wellicht dat nu met de plannen in het kader van LevenLangLeren binnen Zuyd een nieuwe poging gedaan kan worden het rijpe fruit te plukken!

Judith

fruitplukken

CC-BY-SA Valerie Hinojosa

 

Mijn toekomstbeeld van ons onderwijs #ho2025

Hoi Marcel,

Ook het nieuws vandaag gehoord over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van minister Bussemaker? In dit(mooie) magazine staan alle verandering in het hoger onderwijs op een rijtje. Geen tijd om alles te lezen? Kijk dan deze animatie van 3 minuten

Het was al langer bekend dat Bussemaker 4000 extra docenten wil aantrekken om het onderwijs kleinschaliger, flexibeler en intensiever te maken. Echt, mooie plannen. En dat er voor docenten die innovatieve ideeën hebben om het onderwijs te verbeteren beurzen ter beschikking worden gesteld, is prachtig. De vraagtekens die de Studentenorganisatie ISO hierbij zet, onderschrijf ik ook.

Van deze docenten wordt veel verwacht, bijvoorbeeld op het gebied van vernieuwende onderwijsmethoden en didactiek. Hierdoor moeten zij op een andere manier les gaan geven en dat gebeurt niet vanzelf’

Maar niet geklaagd! Ik werk graag mee aan dit streven van de minister!

Voor mijn studie heb ik een paar maanden geleden een toekomstscenario gemaakt voor 2030

Toekomstscenario

Klik op de afbeelding voor de Prezi

Als leerteam habben wij gekozen voor het scenario Plaatsafhankelijk en lerende aan het stuur (bij mij ‘Verblijven’).Vervolgens heb ik via een SWOT-analyse gekekeken waar Zuyd in het transformeren naar dit scenario in haar kracht zit en waar bedreigingen zijn. Ik heb uiteindelijk dit toekomstscenario voor Zuyd geschreven (eerder geblogd op Joule4Jou)

Volgens mij bestaat Zuyd in 2030 nog als ontmoetingsplaats waar mensen samen komen om te leren. Mensen zijn en blijven sociale wezens die van elkaar leren. Ook al gaat technologie een steeds grotere rol in ons leven spelen, en lijkt het zo dat we elkaar hiervoor niet meer fysiek hoeven te ontmoeten, vermoed ik dat scholen nog wel blijven bestaan. De huidige aandacht voor ‘Bildung’ in het onderwijs laat volgens mij zien dat persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs steeds belangrijker wordt. ‘Bildung’ gaat over zelfontplooiing dat je in staat bent tot moreel oordelen en kritisch denken (één van de 21st century skills). De visie van Zuyd is gericht op het samen leren, samen creeëren, samen werken en samen veranderen. Voor de toekomst wil zij dit gepersonaliseerd aanbieden, dat wil zeggen dat talenten, eigen keuzes en ontwikkelingsbehoeften het tempo, route, niveau, inhoud en volgorde bepalen. De lerende aan het stuur dus.
Om dit toekomstscenario kans van slagen te geven, betekent dat docenten meegenomen moeten worden in dit veranderproces. Dat betekent ook ruimte bieden aan de onzekerheid van de individuele docent die dit soort ingrijpende veranderprocessen mede vorm zal moeten geven.Het inzet van leertechnologieën betekent een andere didactsche aanpak. Docenten moeten hier in ondersteund worden door zogenaamde learning design teams bestaande uit o.a. instructional media designers, informatiespecialisten en onderwijskundigen. Zo kan samen nieuwe lessen en curricula ontworpen worden waarbij ook studenten nadrukkelijk als mede-ontwerpers aan de tekentafel worden uitgenodigd.

Voor dit toekomstscenario staat de ontmoeting centraal dat betekent dat ruimtes uitnodigend moeten zijn waarin verschillende samenwerkingsvormen kunnen plaatsvinden. Studenten zijn eigenaar van hun eigen leerproces dat betekent dat zij via een digitaal portfolio hun talenten en competenties in kaart brengen zodat zij zichzelf kunnen presenteren maar ook kunnen ontdekken waarin zij zich nog zouden moeten ontwikkelen richting het doel dat zij voor ogen hebben. Zuyd wil een praktijkgerichte leeromgeving bieden voor studenten van 17-67 jaar. In co-creatie met de beroepspraktijk in de regio leidt Zuyd professionals op en geeft vorm aan het onderwijs en het onderzoek. Hiermee draagt Zuyd bij aan de concurrentiekracht van een dynamische regio met veel kenniswerkers en een sterke economische motor. De belangrijkste stappen die Zuyd zou moeten zetten op weg naar naar dit toekomstscenario is vooral aandacht te schenken aan de communicatie met alle stakeholders (studenten, docenten, management, lectoraten, beroepsveld). Delen in waar je mee bezig bent zodat je samen goed open en online onderwijs kunt bieden. Een open cultuur creeëren waarbij aandacht is vertrouwen en verbinding. In zo’n professionele leergemeenschap opereert een autonome docent die gewaardeerd wordt voor zijn vakmanschap. Als de student aan het stuur staat, betekent dit een veranderende rol voor de docent, meer als facilitator, coach en stimulator. Voor de student betekent eigen verantwoordelijkheid voor het leren tegemoetkomen aan de psychologische basisbehoeften van intrinsieke motivatie: autonomie, competentie en relationele verbondenheid.

Mijn 5 waarden voor ons toekomstscenario:
Verbinding – Open – Vertrouwen – Inspiratie – Vakmanschap

Verbinding: mensen leren in verbinding met elkaar (social learning) naast online ontmoetingen blijven fysieke ontmoetingen cruciaal voor het leerproces. Leren is fundamenteel sociaal en het bestaat uit samenwerking, relaties, participatie en communicatie (Illeris)
Open: door open kennis te delen dat met de huidige en toekomstige technologie steeds gemakkelijker gaat, wordt nieuwe kennis gecreeërd en daardoor veel geleerd.
Vertrouwen: intrinsieke motivatie is van belang om te willen leren, één van de psychologische basisbehoeften hierbij is autonomie. Autonomie is van belang om de lerende eigenaar te laten zijn van zijn leerproces. Dit kan alleen als docenten dit vertrouwen ook schenken aan de lerende (Ryan & Deci).
Inspiratie: Een uitdagende stimulerende leeromgeving, bestaande uit grote open uitnodigende ruimtes, gepassioneerde docenten en met eigentijdse en gepersonaliseerde leermiddelen
Vakmanschap: We leren samen met het werkveld, leren in nabijheid van ‘voorbeeldige’ leermeesters: het meester-gezel principe (Rijnlandsdenken)

Judith

Onderzoek afgevinkt #MLI

research

CC-BY-NC julochka

Nou Marcel, mijn onderzoek van de MLI is eindelijk goed genoeg bevonden. In 1 keer kreeg ik de beoordeling van zowel mijn onderzoeksvoorstel als onderzoeksartikel binnen (ook wel bijzonder). Het was voor mij onverwachts dat het uiteindelijke artikel in 1 keer goedgekeurd werd. Zelf was ik namelijk niet zo heel tevreden. Maar goed … Ik heb het binnen :) .

Ik heb via ons blog mijn worsteling met het fenomeen ‘onderzoek’ al vaker gedeeld. Ik heb al eens eerder gezegd dat ik soms het idee met een promotietraject ‘light’ bezig te zijn. Wat wilt de MLI nu dat ik leer met dit LA5 traject? Moet ik meer inzichten krijgen in de diverse onderzoeksdesigns die er zijn? Geef me daar dan meer informatie over. Moet ik weten hoe ik een goede enquête te maken? Dan is 2 uurtjes instructie over vragen formuleren wat weinig. Als ik data moet kunnen analyseren? Leer me dan meer over statistiek. Ik heb dit nu allemaal zelf moeten uitzoeken. Uiteraar hebben we diverse bijeenkomsten besteed aan onderzoek, maar voor mij niet ‘just in time’, daardoor kon ik op dat moment niet de juiste vragen stellen. Bij de MLI is nu wel het idee om bij LA5 meer met kennisclips te werken, maar hiervan heb ik nog niet kunnen profiteren. Gelukkig had ik een begeleidster die zich niet zo strak hield aan de vastgestelde feedbackmomenten, zodat ik toch een beetje mijn eigen tempo kon bepalen.

Wat ik vooral onthouden heb van de beginperiode is dat ik vooral valide en betrouwbare instrumenten moest hanteren. Geen idee toen wat hier precies mee werd bedoeld. Daarom heb ik mijn eerste idee om tweets te analyseren losgelaten omdat ik gewoon niet overzag wat de consequentie was van keuzes die ik maakte. Ik heb met diverse onderzoekers gesproken maar ik merkte dat elke onderzoeker weer zijn eigen visie had op het methodisch correct handelen. Hierdoor raakte ik ook in de war. Ik heb me uiteindelijk (heel pragmatisch) geconformeerd aan de beoordelingscriteria van de MLI. Het ontbrak me aan tijd en sparringspartner om echt mijn pad te bewandelen. In mijn blog nav de ORD heb ik je al verteld dat de onconventionele onderzoeksmethoden waarover Bas Haring sprak mij eigenlijk meer aanspreken.

Reflective Practioner volgens de studiegids MLI
De master Leren & Innoveren onderzoekt onderwijs vanuit het perspectief van Leren & Innoveren. Zo voert zij praktijkgericht onderzoek uit, gericht op verbetering van het ondrwijs. Een probleem in de eigen school of verbeterpunt is het startpunt van onderzoek. Bij de uitvoering maakt de master Leren & Innoveren gebruik van expliciete kennis van onderzoeksmethodieken. Zij is in staat om de conclusies en aanbevelingen te implemenenteren in de eigen school en dawrnaast te verspreiden of workschops (disseminatie). De master is in staat de resultaten van door derden verricht onderzoek kritisch op de merities voor de eigen onderwijspraktijk te beoordelen.

Als ik dit zo lees, dan vind ik dat ik dit beheers op rolmeesterschap. En wellicht niet zo zozeer door het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. Wat hierbij vooral bij me is blijven hangen is dat probleemstelling en onderzoeksvragen vooral een woordspelletje is. Dat je bij onderzoek vooral maar op één klein stukje focust waardoor je het zich op het groter geheel verliest. Terwijl dat breder kader zo belangrijk is voor onderwijsinnovatie. In mijn onderzoek heb ik uiteindelijk beschreven welke percepties een specifieke docentengroep heeft op het inzetten van sociale media in de netwerken waarin zij participeren om online samenwerken en online kennis delen te stimuleren/ondersteunen. Dat hierbij ook organisatiecultuur, ict-voorzieningen en tijd voor kwaliteit een belangrijke (doorslaggevende) factor spelen wordt dan hierbij helemaal niet meegenomen. Dus wat zegt het dan? Dat docenten wel meer online willen samenwerken maar online kennis delen nog niet zo op hun netvlies staat. Tsja …
En ach het verspreiden van mijn kennis (en van anderen) is mijn tweede natuur geworden. Dat deed ik al voor ik met de master begon, dat heb ik tijdens de master volop gedaan en dat zal ik blijven doen. En niet alleen binnen een workshop, maar ook daarbuiten.

LA5_Poster

Voor mijn integratiefase ben ik bewijs aan het verzamelen dat ik me masterwaardig ontwikkeld heb. In mijn MLI-archieven vond ik deze poster die ik ruim een jaar geleden heb gemaakt om mijn onderzoeksvoorstel te presenteren. En dan zie ik dat na vele vele omzwervingen ik uiteindelijk via andere onderzoeksvraag en andere instrumenten toch wel trouw gebleven ben aan waar ik zo in geloof: ‘social learning’ :)

Heb ik niets geleerd? Jawel heel veel, maar dat is niet zo terug te vinden in mijn onderzoeksartikel. Het is vooral het open reflecteren via dit blog, over het onderzoeksproces en over het thema van mijn onderzoek. Ik ben heel goed in staat om aanbevelingen en conclusies te implementeren. Ik ben hier volop mee bezig in het DLWO-visietraject en de constante aandacht voor ict-doepcentprofessionalisering. De ontwerpteams die hierbij zo nodig zijn en die ik graag binnen Zuyd zou willen opzetten. In het kader van Leven Lang Leren projecten komt hier wellicht wat meer ruimte en aandacht voor. Ik blijf er van onderwijs tot CvB hiervoor pleiten.

En kijk, als ik dan zo’n reactie ontvang van degene waarvoor ik het onderzoek heb gedaan, vind ik dat ik het goed doe / gedaan heb en zeggen mag dat ik het niveau van rolmeesterschap van Reflective Practioner behaald heb :)

Je ondersteunt ons in ons ontwikkeltraject van het nieuwe curriculum in het vat krijgen op blended learning en dan met name het onderdeel digitale didactiek. Je volgt ons in onze didactische keuzes en inspireert ons in onze zoektocht naar blended learning. Daarin neem je steeds ook de attitude en vaardigheden van de docent mee. Je bent toegankelijk en goed bereikbaar, zowel voor mij als teamleider als voor collega’s

Mijn advies aan de MLI zou zijn (ik kan het toch niet laten ;) ): Schenk veel meer aandacht aan de onderzoeksmethoden en laat studenten in het begin meer nadenken over de consequenties van hun keuze. Ik heb daar de tijd te weinig voor gehad / genomen. Dit komt (volgens mij) ook omdat het onderzoek als lintmodule werd aangeboden. Het moest tussen/tijdens de andere leerarrangementen, dat vond ik lastig. Ik heb begrepen dat dit volgend jaar gaat veranderen. Hamer als MLI niet zo op generaliseerbaarheid, het gaat toch om een praktijkgericht onderzoek ter verbetering van je eigen onderwijspraktijk? Daarnaast zou ik studenten ook meer stimuleren om vanuit verbetertrajecten een onderzoek te laten inzetten, ipv maar te blijven benadrukken welk probleem er nu opgelost moet worden. Misschien zijn er geen problemen, maar wel kansen! Ik denk dat het goed zou zijn als studenten zouden starten met het bestuderen en analyseren van onderzoeken van derden mbt het onderwerp dat zij gaan onderzoeken, en hierover in gesprek gaan met mede-studenten en begeleider. Ik vond onderzoek doen een eenzame aangelegenheid. Ik had liever samen een onderzoek gedaan. Misschien samen met een studiemaatje een gezamenlijk onderzoek opzetten maar in eigen praktijk uitvoeren? … Dat had ik wel leuk gevonden, denk ik :)

Alles wat ik geblogd heb over het MLI-onderzoek zijn natuurlijk mijn ervaringen, reflecties en percepties. Ik weet ook dat mede-studenten lang niet zo’n moeite hadden met het onderzoek dan ik. Waar dat aan ligt? Misschien is dat een leuk onderzoekje waard :)

Dank aan iedereen die mij elke keer weer heeft gemotiveerd en gestimuleerd om ook de leuke kanten van onderzoek te laten zien! Want ja die zijn er ook!

Judith

“Kwaliteit kost tijd”

Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.

Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem :) Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten ;)

Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:

  1. een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
  2. belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
  3. het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
FransRoovers

Klik op de afbeelding voor de presentatie van Frans

Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.

Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.

Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker  die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:

  1. Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
  2. Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
  3. Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.

Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).

Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?

Judith

geschiktOngeschikt

Technology om in de gaten te houden: Project SOLI van Google

Ha Judith,

Er zijn van die nieuwe snufjes op het gebied van technologie waar we op korte termijn nog niets aan hebben, maar die wel grappig, interessant, boeiend genoeg zijn om in de gaten te houden in de komende tijd en om te volgen hoe de ontwikkelaar (in dit geval Google) hiermee omgaat.

Project Soli brengt een hele nieuwe manier van interactie tussen mens en machine. Naast muis, toetsenbord, touchscreen en wellicht wel Myo was dit de eerste keer dat ik voorbeelden zie:

12,5 jaar Zuyderling


Ha Judith,

Een vreemde gewaarwording. Ik zit thuis (vrij) en krijg via de telefoon te horen dat ik vandaag jubileum heb. 12,5 jaar Zuyd! Niet veel later een mooi boeket van mijn collega’s. Sjiek. Dat vraagt om een terugblik:

In het najaar van 2012 mocht ik op gesprek komen bij de ICT dienst van Hogeschool Zuyd. Ik had al eerder geprobeerd te solliciteren bij Zuyd bij de opleiding IDM te Maastricht vlak na mijn afstuderen, maar daarvoor was ik blijkbaar pas later geschikt (IDM is een van de voorlopers van de faculteit ICT).
In gesprek met in ieder geval Johan Vesseur, en nu nog collega Bob Tossaint. Waarom ik technisch beheer en ontwikkeling wilde doen? Omdat ik wilde leren van de technieken, van het technisch beheer, dus de diepte in van de techniek van het netwerkbeheer en de ontwikkeling van de ELO. Daarnaast zou ik als kennistechnoloog best een bijdrage kunnen hebben bij de onderwijsinnovatie. Waar ik over 5 jaar zou zijn. Johan zijn plek, die was op dat moment met een van de voorgangers van het i-Team bezig (Edicto).
Het blijven bijzondere herinneringen.

Samen met Alex en Rob samenwerken. Elkaars gewoontes kennen, elkaar de ruimte geven, maar nog sterker juist ook gebruik maken van ieders sterke en zwakke kanten en elkaar gevraagd en ongevraagd assisteren in bijna blind vertrouwen.
Gelukkig heb ik dat daarna in verschillende verbanden mogen ervaren.

Bij Zuyd was er altijd ruimte. Ruimte voor een van de eerste MDA II (voorloper van de smartphone) zodat ik in het weekend en zelfs vanuit Florida het systeem kon herstarten. Ruimte om naar Surf conferenties te gaan en mensen als Bert Frissen en Carlo van Haren (mijn Bb mentor) te ontmoeten. Ruimte om in E-merge projecten te participeren (informatiebeveiliging). Daar stond tegenover dat er ook altijd ruimte was om hard te werken. In weekenden of vakanties bij migraties van het systeem. Of als docenten met bijzondere ideeën kwamen voor Blackboard (Karel Lemmens, Geer Hoppenbrouwers, Jos Maas). Of als er nieuwe systemen te (functioneel/technisch) beheren waren (Livelink, QMP, ephorus).

Samen met Alex en Rob ben ik in die eerste jaren tot 2007 bezig geweest. Toen was de rek eruit en Johan zijn plek nog niet beschikbaar. Na een “gelukte” sollicitatie als Dozent Informatik bij condoleance Fontys was er ineens ruimte om ook part-time als docent aan de slag te gaan bij de Faculteit ICT. Jef Leunissen nam het “risico” en daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Hij zette me onder de hoede van Rom Brans en Peter Smeets met wie ik de eerste leservaringen heb opgedaan (wiskunde, bedrijfskunde, oriëntatie software engineering en management vaardigheden). Zij hebben me alles geleerd wat ik weet, met wellicht de belangrijkste boodschap: je krijgt veel ruimte en er is ook veel ruimte om hard te werken. Het was ook leuk om te leren van docenten als Frans Bour en Waddy Dzon die vol voor de student gingen en veel tijd staken in buitenschoolse activiteiten, zoals een introkamp.

Ik combineerde mijn docentschap met een adviseurschap als ICTO adviseur. Met op dat moment bijzondere aandacht voor de faculteiten in Maastricht. Met Jos Maas, Geer Hoppenbrouwers en later Els Koelewijn goede gesprekken gehad over innoveren van onderwijs. En ook hier betekende extra investeren de ruimte om ook iets extra’s te doen. De twee bezoeken aan de Educause in de VS zullen bij mij altijd hoogtepunten blijven. Los van het goede gezelschap, de mooie omgeving en de extra tijd. De lezingen van Dr. Chuck over het koppelen van onderwijssystemen zijn nog steeds hartstikke relevant. De inspiratie opgedaan door Ken Robinson zal toch altijd een innoverende onderwijshouding bij me achterlaten. Om maar even te zwijgen van Jane ;). Wederom bijzondere ruimte die Zuyd biedt en waar ik dankbaar voor ben. Dan tellen uren of tijdstippen waarop gemaild mag worden niet.

In 2009 kreeg ik van Peter van Mulkom de kans om teamleider te worden van het I/TI team en samen met Roger heb ik die kar getrokken. Nog steeds in een bijzondere deeltijd functie met het adviseurschap omdat ik en de meerwaarde naar beide “bazen” verkocht kreeg, aangezien ik dat zelf voelde. Maar ook omdat de samenwerking met jou, Jack, Harry en Mariska erg prettig was. Heerlijk de bakhus-brainstormsessies om maar een voorbeeld te noemen. En die sfeer veranderde niet toen Frans en Rienke aansloten. Het was ook erg leuk om in die combi te proberen om met studenten iets voor het ICTO team te betekenen. Ook die ruimte was er en met de hulp van Chris Kuipers is het me gelukt om een persoonlijke leeromgeving ZuydRobotics op te zetten en met studenten het WK robotvoetbal in Graz te bezoeken. Tijdens het teamleiderschap heb ik samen op een kamer gezeten met Roger en Jan en ook die samenwerking verliep natuurlijk. Je herkent dat gevoel vast, ik bedoel binnen het team waarin we samen zaten was het normaal om het functioneringsgesprek met het hele team te doen. Dat gevoel van met elkaar willen delen, van elkaar willen leren en open en transparant zijn. Dat… In het team onder ZuydPlein, met Rob en Alex, met Roger en Jan. Het is een voorrecht om dat te kunnen ervaren. En dan krijg je ook de ruimte om nieuwe stappen te zetten, teamleden te prikkelen. Een mooie accreditatie, stijgende NSE scores en dat ook vieren in de Kolentip met het team. Trots was ik op I/TI en nog steeds. Daarnaast eerste stappen op het gebied van learning analytics, Virtual Reality in het onderwijs en gaming. Minor Web en Beyond met Jos, Miguel, Chris, De minor Digicoach met Ankie en Chris.

En nu in de afgelopen 2 a 3 jaar een onderwijscoordinatorschap gecombineerd met aspirant onderzoeker (promovendus). Wederom nieuwe kansen, geboden door Peter Princen en Sandra Beurskens. Als OC mede verantwoordelijk voor een mega verandering bij de faculteit ICT, van vier opleidingen naar een, een grote flexruimte en een heel aantal stappen in processen en kwaliteitsverbetering. De lectoraten, associatie degree, koppelingen naar masters staan nog op de rol ;) Een periode waar ik toch meer in een niet ‘eigen’ rol heb gezeten waarbij sommige stappen meer ‘afgedwongen’ moesten worden in plaats van ‘samenwerkend opgebouwd’. En toch ook nu weer met nieuwe bijzondere mensen en projecten, zoals Ruth en alle studenten van DoIT@Zuyd, het MOOCZI project met Priscilla, Ruth, jou, Pieter en Chris onder leiding van de Zuyd innoveert lectoren. De samenwerking met Roger en Ron als collega OCs en het samen knokken voor de goede stappen binnen ons MT met Jan, Kevin, Humphrey en Peter. En dat in combinatie als beginnend onderzoeker bij het lectoraat Autonomie en Participatie van Chronisch Zieke mensen van Sandra Beurskens.
Wederom een heel andere wereld. De wereld van onderzoeker maar ook de wereld van de zorg. Leuke projecten leuke uitdagingen, van mijn eigen onderzoek over collaboratie alternate reality gaming ten behoeve van gedragsveranderingen bij chronisch zieken en hun omgeving, tot en met groepsdynamica bij het multidisciplinair overleg in de eerste lijn van de zorg met Jerome, Ramon maar ook Wim Goossens. Maar zeker ook het samenwerken bij Meetpunt het multidisciplinair samenwerkingsverband tussen verschillende faculteiten geïnitieerd door Sandra of het meedenken over oplossingen voor de community van ouders van kinderen met een beperking. Ook dit is ruimte geboden door Zuyd.

Ik denk dat ik van de 1500 medewerkers een van de weinige ben die op iedere locatie van Zuyd ooit is geweest, die docent, onderzoeker (aspirant), ondersteuner en teamleider is geweest. Bijzonder dat dat kan in 12,5 jaar. Bijzonder ook dat allerlei mensen me gesteund hebben bij alle stappen die ik heb genomen. Ik ben vast een aantal mooie zalen vergeten en als ik dit morgen schrijf komt vast een ander verhaal.

Maar dank jullie wel.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 53 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: