2bePhD: Zoekmachine mayhem

Ha Judith,

Als iemand me in de toekomst vraagt, wanneer ben je begonnen met je PhD research dan weet ik daar geen antwoord op te geven. Is het beginpunt de zoektocht naar een team? Is het beginpunt het vinden van een hoogleraar en dagelijks begeleider? Is het beginpunt de beschrijving van een opdracht? Is het beginpunt de deelname aan de promotiebeurs voor docenten, die ik helaas niet toegekend heb gekregen? Of is het beginpunt 1-9-2014 het derde moment, waarop ik prober om de ruimte die voor promoveren is ingepland ook te pakken?

Ik hoop in ieder geval dat ik 1-9-2014 kan noemen als het eerste moment waarop het me gelukt is om de aandacht (en tijd) die er voor promoveren stond ook te benutten. De toekomst zal het leren…

In ieder geval ben ik vandaag bezig geweest met Archie Cochrane, een engelse epidimoloog die het erg jammer vond dat er veel onderzoek naar hetzelfde werd gedaan, zonder dat er gebruik werd gemaakt van elkaars kennis. Zonder dat niemand de moeite nam om al die onderzoeken en resultaten over hetzelfde onderwerp op een rijtje te zetten. Zonder dat er een systematische aanpak was om de literatuur over de onderzoeken te ordenen. Kijk voor menig gezondheidszorgstudent is Cochrane natuurlijk geen vreemde, maar voor een ICTer eigenlijk wel.

Ik bedoel, databases en zoekmachines zijn in principe geen probleem. Aangezien ik ooit ben opgeleid om dergelijke tools te maken vind ik mijn weg er wel in. Zo heb ik de afgelopen weken verschillende IT en gezondheidszorg databases leren kennen en me ook verschillende keren afgevraagd of dat niet beter geprogrammeerd en gestructureerd had kunnen worden, maar goed. Uiteindelijk doen ook deze tools, net zoals veel ICT oplossingen, net niet dat wat je wil en kan ik het toch niet laten om af te vragen waar dat aan ligt. Denk daarbij aan problemen met het exporteren van de databank naar ENDnote, bijvoorbeeld:

  • ScienceDirect laat maar 1000 results exporteren naar ENDnote
  • IEEE laat maar per 100 results per keer (pagina) exporteren naar ENDnote

Als je dan in ENDnote de ‘duplicates’ uit deze twee groepen wil halen en je hebt bij beide ongeveer 3000-4000 results dan is dat erg lastig. En natuurlijk kun je dan de query zo aanpassen dat je minder resultaten krijgt. Maar wil ik dat eigenlijk wel? En dit is slechts 1 voorbeeld van ‘rare’ disfunctionaliteiten. De “Cochrane Library” bijvoorbeeld geeft wel resultaten als ik niet ben ingelogged via onze lokale bibliotheek. Om nog maar te zwijgen over de verschillen in gebruik van zoekmachines die er is tussen de verschillende zoekmachines.

Maar goed, zoals gezegd, een beetje ICTer is op dit sort problemen voorbereid en gaat lekker aan de slag. Querietjes bedenken, invoeren, even zoeken op de help hoe precies de ‘advanced search’ werkt. Allemaal geen probleem. En op de IEEE databank, de databank voor de IT wereld ook de manier om het te doen. Maar de gezondheidszorg research lijkt veel verder. MeSH terminologie waar je op kunt zoeken, maar ook een volgorde van niveau van bewijs. MeSH ken je wel, eigenlijk komt het er op neer dat een groep geleerden goed nadenkt over welke termen bij elkaar passen en nieuwe artikelen ordenen op deze vorm van meta datering. Briljant natuurlijk, als je er een beetje kijk op hebt. En zeer helpvol. Een goede basis voor je eerste startquery, van waar uit je verder kunt bouwen naar je ideale query toe. Daarnaast is er een evidentiepyramide, waar mijn dagelijks begeleider me op moest wijzen.

In deze pyramide geldt dat hoe hoger je komt hoe sterker het bewijs voor medische evidentie. Kortom je zoekt eerst naar systematische reviews met betrekking tot je zoekvraag en gaat dan steeds verder naar beneden. En de meester van de systematsiche reviews is Cochrane. Inmiddels is de Cochrane Community sterk georganiseerd en hebben ze voor verschillende lagen, verschillende databanken o.a.: CSDR voor Systematic Reviews, DARE voor Abstract Reviews en CENTRAL voor Controlled Trials. Gelukkig wel verwerkt in 1 zoekmachine. Zo ver is de IT wereld bij mijn weten nog niet.

Ik duik dus de komende tijd meer en meer in de wereld van de databanken en zoekmachines. Gelukkig heb ik wel samen met Huibert Tange een strategie bepaald van hoe de zoektocht aan te pakken met als doel om te komen tot het theoretische kader wat gemist werd (amongst others) bij de verdediging van mijn aanvraag voor de NWO.

zoekstrategie

We beginnen onze zoektocht welke games er succesvol gebruik maken van social support. Althans we gaan kijken of daar onderzoek naar gedaan is en over geschreven is (de rode lijn). Daarna kijken we waar social support bij zelf management in de zorg succesvol is ingezet. En wederom natuurlijk door academische artikelen etc. te bekijken (gele lijn). Zo proberen we een brug te slaan tussen, gaming en self management via social support. We hopen in de psychosociale principes gebruikt bij zowel de games als de zelf management een overlap te vinden, waarop we kunnen doorborduren. Als het goed is zit de potentiele doelgroep en de potentiele spelvorm waar ik nu aan denk om te gaan implementeren bij de ‘best practices’. Zo niet, dan zal ik wellicht andere keuzes moeten maken.

Ben benieuwd wat je er van vindt.

Groet Marcel

Wat informatie en onderzoekend vermogen met elkaar te maken hebben… #gastblog #MLI

Heej Marcel,

Mag ik je even voorstellen aan Corleen Knieriem? Corleen is adviseur informatievoorziening bij de  bibliotheek Hogeschool Utrecht. Ik heb Corleen 2 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Toen vertelde ze me dat ze de Master Leren en Innoveren volgde bij de Hogeschool Utrecht :) Afgelopen jaar ontmoette ik haar weer bij EYE en heb haar aangeboden om over haar MLI-onderzoek te bloggen op ons blog.

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

En dan ben je gastblogger…als kersverse geslaagde MLI-er. Werkzaam als informatieprofessional in het hbo met een passie voor onderwijs, mag ik mijzelf nu een Master in Leren en Innoveren noemen. Bijna twee jaar lang heb ik als student bij de Hogeschool Utrecht in mijn leerteam gestoeid met ontwerpmodellen, leertheorieën, verandermanagement en last but not least het doen van praktijkgericht onderzoek.

Vanuit de rollen van excellente docent, reflective practitioner en ondernemende ontwikkelaar toonde ik de ontwikkeling van mijn masterkwaliteiten aan. Met de voeten in de beroepspraktijk zoals het een echte hbo-masteropleiding betaamt. En wat heb ik er veel van geleerd. En wat heeft het mij veel gebracht! En ook: wat heeft het mij veel tijd gekost. En wat was het leuk! Eén van mijn goede voornemens na de MLI is dat ik de komende tijd meer wil schrijven. Bijblijven op het gebied van leren en innoveren gekoppeld aan mijn eigen vakgebied door af en toe(?) een weblog of een artikel in een tijdschrift te publiceren. Want ik wil natuurlijk niet dat het blijft bij die ene recensie over het boek Finnish Lessons van Pasi Sahlberg. Weliswaar verscheen deze in het 2013 najaarsnummer van het gerenommeerde Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, maar toch. Ik laat het daar niet bij, vandaar dus dit gastblog.

Corleen en onderwijsmodellen

Mijn thema tijdens de opleiding was informatievaardigheid. De informatieprofessionals onder ons zullen meteen begrijpen wat dat inhoudt. De kwaliteit van afstudeerproducten moet omhoog. Informatievaardigheid verdient een plek in het curriculum. Studenten moeten hun onderzoeksvaardigheden verbeteren door kritisch en systematisch om te leren gaan met informatie. Uitroepteken! Voor onderwijsmensen ligt dit volgens mij anders. De praktijk leert dat docenten en in ieder geval de gemiddelde student meestal niet goed weten wat dat is, informatievaardigheid. Eigenlijk is informatievaardigheid niet meer dan een rasechte bibliotheekterm, als je het mij vraagt. Of anders is het een minder goede vertaling van de term ‘information literacy’. Vanaf deze plek doe ik dus maar meteen een oproep richting bibliothecarissen en informatiespecialisten in het hoger onderwijs: stop met het gebruiken van de termen informatievaardigheid of informatievaardigheden. Voortaan noemen we het gewoon onderzoeksvaardigheden, dat is echt een veel betere beschrijving van een vlag die de lading dekt. Bovendien sluit je zo naadloos aan bij het onderwijs, wat volgens mij alle hbo-bibliotheken hoog in het vaandel hebben staan. En er is natuurlijk ook al onderzoek gedaan waarin deze stelling wordt bekrachtigd, onder andere door Polkinghorn &Wilton. Maarten van Veen, co-auteur van het boek Deskresearch zal wellicht de term deskresearch prefereren, maar hij zal het verder als docent ongetwijfeld met mij eens zijn. We doen onszelf als informatieprofessionals (en het onderwijs natuurlijk) gewoon te kort door over informatievaardigheid te blijven spreken. Want wat vandaag de dag echt telt in het hbo is het verbeteren van het onderzoekend vermogen bij bachelor studenten. En als je bronnen niet kunt vinden of correct kunt vermelden, laat staan ze kritisch kunt beoordelen of verwerken dan valt er toch helemaal niets te onderzoeken?

Dank je wel Corleen voor je bijdrage op ons blog. Ik moet helaas bekennen dat ik nog steeds de term informatievaardigheden gebruik (zie ook tag bij deze blogpost ;) ). En die term gebruik ik ook in mijn onderzoeksvoorstel. Maar ja, ik ben dan ook een rasechte bibliothecaris *grijns*. Via het blog van Anneke Dirkx begreep ik dat de ACRL-normen op de schop gaan. In dit ‘Framework for Information Literacy for Higher Education’ wordt ínformatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat. Precies wat jij ook betoogt.
Ik moet me het komende jaar verdiepen in mijn eigen onderzoeksvaardigheden. Mijn onderzoek (voorstel nog niet goedgekeurd) gaat over digitale competenties van docenten bij het integreren van 21st century skills en toepassen van sociale media in het ontwerp van een nieuw curriculum. Nou ben ik toch ook wel nieuwsgierig naar jouw masteronderzoek. Ik begreep dat deze heel goed beoordeeld is. Volgt er nog een gastblogje? ;)

Groet,
Judith

 

De Cirkel – Dave Eggers #boek

Hallo Marcel,

LifeistoshareLife is to share, een fles wijn met deze opschrift kreeg ik van mijn jongste broer voor mijn verjaardag. Een uitspraak die me op het lijf geschreven is. Het leven is om te delen: liefde, vriendschap, humor, eten en drinken. Delen is mee-leven zoals dat in het boek De Cirkel van Dave Eggers, werd verwoord. Dit boek las ik in mijn vakantie en het beangstigde me een beetje hoe dichtbij de nabije toekomst is die in dit boek beschreven wordt, zeker wat betreft datamanupulatie onder het mom van transparantie. Creepy.

Ik deel graag via sociale media. Waar ik mee bezig ben, wat ik zie, wat ik weet. Echter, ik bepaal zelf wat ik deel en met wie en hoe. Als het me niet (meer) bevalt, verlaat ik een platform en zoek ik andere wegen (zie mijn blogpost van gisteren over Foursquare). In de Cirkel ontbreekt dat. Als Cirkelaar heb je geen autonomie.

De Cirkel is een technologiebedrijf (combinatie van Google en Facebook). Ze zijn pioniers op het gebied van sociale media met als adagium ‘Alles wat gebeurt moet openbaar zijn’. Alles draait om PPT: Passie, Participatie en Transparantie. Daar lijkt niets mis mee, maar alles staat in het teken van het streven naar volmaakbaarheid. Via rankings wordt je participatie in de community van de Cirkel beoordeeld. Zijn er blinde vlekken in je timeline, dan word je ter verantwoording geroepen waarom je iets niet gepost, geliked, of gefilmd hebt. Overal staan minicamera’s, je wordt constant gemonitord. De ultieme transparantie bereik je door de hele dag met een camera rond je nek te lopen en alles te filmen van wat je doet en meemaakt. Politici zonder camera worden niet meer vertrouwd, want die hebben iets te verbergen. Iedereen kan die filmpjes natuurlijk volgen. Nogal sektarisch, vind ik, deze vorm van openheid, er zijn grenzen. Ik heb wel mijn geheimen, en dat wil ik graag zo houden :) .

de-cirkel

De vraag ‘waarom deel ik online?’ kwam tijdens het lezen van dit boek wel regelmatig bij me op. Ik merk wel dat mijn ‘deelactiviteiten’ veranderen. Op Twitter deel ik steeds minder persoonlijke dingen omdat hierop steeds minder reactie volgt. Dat gebeurt toch meer binnen mijn vrienden- en kennissencirkel op Facebook. Of via Whatsapp. Als mijn permanente bijscholingscursus blijft Twitter voor mij waardevol, maar als communicatieplatform dus steeds minder. Ik merk dat tweeps waar ik vroeger veel mee communiceerde veel minder actief zijn, of zelfs helemaal stilgevallen zijn. Toch wordt het steeds drukker op Twitter, maar het wordt steeds meer een platform voor (personal) branding. Twitter is nog steeds geweldig om samen op de Twitterbank een televisieprogramma te volgen. Twitter is top voor actueel nieuws. Maar ik merkte ook dat ik na de vliegramp Twitter uitschakelde omdat ik niet steeds alle berichten wilde zien. Ik hoef niet alles te weten.
Ik vroeg me ook tijdens het lezen af: ben ik ook zo’n sociale autist als Mae, de hoofdpersoon in dit boek? Iemand die in gezelschap alleen maar naar likes van vreemden zit te staren ipv te communiceren met de mensen met wie je aan tafel zit. Tsja … soms wel ;)

De Cirkel is een boek met een actueel thema. Toch vond ik het wel wat doorslaan in negativisme. Het standpunt van de schrijver ten aanzien van sociale media was duidelijk. In het laatste gedeelte werd de hoofdpersoon wel erg naïef weggezet. Daardoor werd het slot van het boek wel erg ongeloofwaardig. De Cirkel wordt uiteindelijk een bedrijf die de politieke, gezondheidkundige en onderwijskundige touwtjes in handen had. Een wereld ontstond waar baby’tjes een chip geïmplanteerd kregen waardoor een mens van geboorte tot graf gecontroleerd en gecorrigeerd kon worden. Ik kan (en wil) me niet voorstellen dat zoiets waarheid wordt. Er zijn toch genoeg critici op deze wereld? De geschiedenis heeft ons hopelijk ook wel het een en ander geleerd. Alhoewel zo’n hype als de icebucketchallenge toch ook wel het kuddegedrag van de mens weer aantoont….
Al met al een interessant onderwerp, maar uiteindelijk wel een voorspelbaar boek, waardoor ik het einde van het boek niet meer zo boeiend vond.

Groet,
Judith

28-8 slotalinea aangevuld

Door Swarm vind ik Foursquare geen leuk spelletje meer

Dag Marcel,

Misschien heb je het gemerkt dat ik tijdens mijn vakantie in Indonesië nauwelijks heb ingecheckt via Foursquare. Oh nee, Swarm tegenwoordig. En dat lag niet aan de slechte wifi, want die was prima. Sinds 2010, toen wij in Amerika kennismaakten met Foursquare heb ik het altijd een leuke social media tool gevonden. Met Fourquare kon je inchecken bij hotels, restaurants, winkels, bibliotheken, musea, pretparken, ‘onder de klok op het Vrijthof’… :) Bij regelmatig inchecken op een locatie kon je zelfs ‘mayor’ worden. Je kreeg punten en badges. Zo kon je een wedstrijdje spelen met je Foursquare-connecties, of tegen jezelf. Ik vond dat wel grappig. Als Mayor kreeg ik nog wel eens een attentie ergens. Heb zelfs in de beginjaren door 10x in te checken bij Selexyz, de boekhandel in Maastricht, een boek kado gekregen. Het was een prachtige klantenbindingstool.

Swarm-Foursquare

Tot dit voorjaar Foursquare ineens werd opgesplitst en ‘Swarm” gelanceerd werd. Ik mistte het overzicht van mijn badges, de plaatsen waar ik ‘mayor’ was en de ranking was ook verdwenen. In plaats daarvan zag ik nu hoe ver weg mijn vrienden waren. Standaard wordt de buurt waar je bent, gedeeld met iedereen. Dat vond ik niet zo prettig, die optie heb ik snel uitgevinkt. Ik bepaal zelf wel wat ik wel of niet deel. Daarmee ondergraaf ik de optie van Swarm, want de bedoeling is dat ik via Swarm mensen zoek die in mijn buurt zijn, om iets leuks mee te doen.

Foursquare is nu nog een app om leuke locaties mee te zoeken en te beoordelen. Swarm is nu de app geworden waarmee je vrienden kan laten weten waar je bent.

Ik ben niet de enige die dit geen slimme zet van Fourquare vind. Door het spelelement kon een slimme ondernemer Foursquare goed gebruiken om klanten aan zich te binden. Voor mij is het ‘fun’ element verdwenen en check dan ook niet meer in. Daardoor laat ik ook geen tips en reviews meer achter, omdat ik me niet meer verbonden voel met de plaatsen. Volgens mij was dit de kracht van Foursquare.

Hieronder het verhaal van Foursquare/Swarm waarom ze tot deze opsplitsing gekomen zijn (via).

4sqswarm

Inmiddels heb ik Swarm verwijderd.
Zodadelijk ga ik naar Brabant, dan weet je waar ik ben ;)

Groet,
Judith

Nieuwsbrieven zijn weer hip!

Kijk dat zijn leuke berichtjes, Marcel. Gisteravond zag ik deze tweet voorbijkomen.

Vanmorgen het artikel uit de Volkskrant via Blendle gelezen

Nieuwsbrief

Het artikel bevestigt wat ik ervaar met onze Nieuwsflits I for You. Als je als content curator voor een specieke doelgroep berichten verzamelt en deze in een regelmatige verschijnende e-mail in korte hapbare brokken informatie rondstuurt, dan heb je succes. Zo kwam ik er al snel achter dat wij onze kennis als I-adviseurs niet via de sociale media met onze docenten moesten delen. Onze doelgroep gebruikt voornamelijk e-mail. Daarom anderhalf jaar geleden de in-slaap-gesukkelde nieuwsbrief e-learning opgepimpt en elke dinsdag (de kracht zit in regelmaat) korte nieuwsflitsen over ICT in het onderwijs (in de breedste zin van het woord) gaan rondsturen. Het werkt! Als bibliothecaris was ik natuurlijk al content curator, en dat ben/blijf ik als I-adviseur ook.

Een content curator is iemand die doorlopend relevante informatie over bepaalde onderwerkpen vindt, beoordeelt, verrijkt en deelt met zijn omgeving.
Bron: Howard’s Home

Voor de nieusflits gebruik ik de nieuwsbriefvoorziening van Zuyd. Er zijn ook (gratis) mogelijkheden via internet beschikbaar, zoals TinyLetter. En ja er zijn ook andere tools :) zie: Ding 23 Content Curation. En ook die gebruik ik als kennisdeeltool, maar weer voor een ander doel en ander netwerk.

Judith

ICT in het onderwijs

Marcel,

Er verschijnen zoveel rapporten, onderzoeken over ICT in het onderwijs. En zovelen bloggen hun mening hierover. Voor mijn onderzoeksvoorstel lees ik weer van alles rondom ICT-bekwame docenten, 21st century skills, en de meerwaarde die ICT al dan niet voor het onderwijs heeft. Ik ben altijd blij met de blogberichten van Wilfred Rubens die dit altijd weer voor mij/ons duidt.

Zo blogde hij over het rapport van het Amerikaanse Speak Up onderzoek over het project Tomorrow (ism Blackboard) waaruit naar voren kwam dat ICT steeds breder geaccepteerd wordt. Alhoewel dit een Amerikaans onderzoek bij K-12 scholen (400.000 respondenten: leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals) is en niet bij het Nederlandse HBO hoop ik dat onderstaande conclusies ook voor onze studenten gelden :)

  • Leerlingen die met behulp van ICT leren zijn meer geëngageerd om te leren dan leerlingen van traditionele scholen. De eerste groep is meer geïnteresseerd in de inhoud, is meer gemotiveerd om te presteren en voelen een sterkere band met de school.
  • Leerlingen die leren met behulp van ICT maken meer gebruik van verschillende ICT-tools en bronnen voor het ondersteunen van hun totale leerproces.
  • Leerlingen willen dat hun klassikale situatie wat betreft communicatie en samenwerking meer lijkt op de wijze waarop men digitale tools buiten de school gebruikt.

Bron: Wilfred Rubens: Amerikaans rapport duidt op steeds bredere acceptatie ICT in onderwijs

En hoe kunnen docenten dan beter gefaciliteerd worden om ICT in te zetten in het onderwijs? Daarover verwees Wilfred naar een blog van Tanya Roscorla. Zij benoemt 3 manieren:

  1. Investeer in meer professionele ontwikkeling. ‘Just-in-time’ coaching en mentoring, in plaats van de instructiegerichte sessies.
  2. Zorg er voor dat bestuurders docenten tijd geven om te experimenteren en technologie te verkennen. Geef docenten autonomie over de technologie.
  3. Geef docenten de mogelijkheid om nieuwe technologieën in het persoonlijke leven toe te passen.
    Wilfred verwijst naar Roscorla die zegt dat docenten die ICT op een meer intensieve en veelzijdige manier gebruiken, vaak op een voetstuk worden geplaatst. Wilfred benoemt dat dit soort ‘teigertjes’  in hun overenthousiasme andere docenten omver kunnen stuiteren. Oppassen dus voor mij ;)
    Wilfred is het trouwens met jou eens, Marcel. Net zoals jij is hij er niet van overtuigd dat docenten nieuwe technologie vanzelf in het onderwijs inzetten, als men die nieuwe technologieën ook privé gebruikt. Ze zullen eerst het nut en de noodzaak van technologie voor hun onderwijs moeten ervaren. Dat er op dit moment nog een kloof tussen persoonlijk en professioneel gebruik van ICT door docenten, beaam ik ook.

Bron: Wilfred Rubens: Hoe kunnen docenten gefaciliteerd worden zich voor te bereiden op gebruik ICT in het onderwijs?

Kijk die nut en noodzaak van ICT in het onderwijs zal ik toch blijven uitdragen. Hoewel ik ook vind dat technologie geen ‘must’ is om te gebruiken bij het lesgeven. Je moet als docent toch wel de afwegingen moeten kunnen maken waarom je het wel of niet zou willen/moeten inzetten. Het opbouwen van een persoonlijke, professionele leergemeenschap kan hierbij behulpzaam zijn, legio sociale media tools zijn hiervoor te gebruiken :) .

Judith

How-To-Build-Your-Professional-Learning-Community-infographic
Find more education infographics on e-Learning Infographics

Eerst onderdompelen dan overwinnen! Gemakkelijk nee! Leuk…???

Ha Judith,

Je hartekreet in: Van een ‘real innovational spirit warrior’ naar nieuwsgierig aagje is overduidelijk. Kijk ik zal natuurlijk je nooit adviseren om te stoppen om en innovation spirit warrior te zijn. En een nieuwsgierig aagje is ook geen nieuwe rol voor je ;) Dat blijf je gewoon. Maar het zal je te veel energie te kosten om en student te zijn en tegelijkertijd de docent / inspirator. Dat kan wel, maar dan zou je studie 2x zo lang kunnen duren.

Het is logisch, de persoon Judith wil graag de onderzoekswereld, althans zeker die binnen het HBO, veranderen. En dat is je goed recht, sterker nog misschien is dat wel je missie! Maar daarvoor moet je je eerst helemaal onderdompelen in die wereld om dan vanuit de opgedane ervaringen je veranderingen te verkopen. Dat je nooit een onderzoeker pur sang zal zijn dat is mij en de andere lezers wel duidelijk, maar dat je door je bevlogenheid, je gebruik van je (e-)sociale contacten de onderzoekswereled kunt verrijken daar zijn we het ook met zijn allen over eens.

Maar soms moet gewoon ook het huiswerk af, voor de credits, brood op de plank in plaats van wederom idealistisch in hongerstaking gaan. En uiteindelijk breng je jezelf daarmee in de gelegenheid om de veranderingen te bedenken, te bepleiten en door te voeren.

Niet dat ik nu de expert ben op dit gebied. Ook ik probeer al een tijdje in de wereld van onderzoek stappen te zetten en ook mij lukt het niet om de niet ‘onderzoekers’ eigenschappen van me af te schudden. Zoals je weet heb ik een aanvraag gedaan voor een NWO promotiebeurs voor docenten. Ik ben vanuit de 140+ kandidaten door de eerste ronde gekomen en uitgenodigd voor een verdediging in Den Haag op het kantoor van het NWO. Daar heb ik voor een jury mijn onderzoek: Collaborative Alternate Reality Gaming in Patient Care gepresenteerd. Maar helaas ben ik niet een van de 30 geselecteerde onderzoeken/onderzoekers die een beurs mag ontvangen.

Ik had zelf al de analyse gemaakt na de ‘verdediging’ dat mijn passie en enthousiasme voor het onderwerp waren overgekomen en dat de vraagtekens lagen bij de ervaring als onderzoeker. Zo ook het juryrapport: enthousiasme duidelijk zichtbaar, maar geen ervaring genoeg in de zorg en geen duidelijke theoretische kader waaruit ik de gekozen gaming richting kan verantwoorden. In andere woorden: te veel innovator/inspirator te weinig onderzoeker.

Erg jammer, aangezien ik de beurs juist had willen gebruiken om wat meer kadering van mijn onderzoekstijd binnen Zuyd, zodat ik juist die ervaring op zou kunnen doen, zodat ik juist de brug zou kunnen slaan. Niet alleen tussen zorg en ICT, maar ook tussen onderwijs en onderzoek. En ook al heb ik mijn directeur van de faculteit achter me staan, we hebben ook een ambitieuse faculteit met meer leuk werk voor mij dan het onderzoek.

En dan vraag ik me toch af? Ben ik niet ondergedompeld genoeg of is een PhD onderzoek wel de manier om dit te doen. Samenwerken of kartrekken van ‘het meetpunt’ kan net zo waardevol zijn om ervaringen op te doen.

Tja eigenlijk zijn we het zelf schuld! Want de gemakkelijkste weg kiezen we niet (vaak), maar of dit de leukste wegen zijn….?

Fijne vakantie….

Groet Marcel

Van een ‘real innovational spirit warrior’ naar nieuwsgierig aagje

Je had natuurlijk gelijk Marcel. Mijn onderzoeksvoorstel ging veel te veel over het ‘moeten’ veranderen ipv observeren en analyseren. In een gesprek op de parkeerplaats met een docent van de opleiding ergotherapie werd me dat nog meer duidelijk. Vandaar mijn worsteling met dit onderzoek. Ik wil te veel de barricade op, dingen in beweging zetten, zoals ik mijn rol als I-adviseur invul: verbinden en kennisdelen.
Dat verbinden en kennisdelen levert me nu wel weer mooie inzichten op waar het nu eigenlijk omdraait bij onderzoeken. Onderzoek van een masteropleiding dan wel. Want ik vind nog steeds dat ze vanuit de opleiding MLI te veel sturen op een promotie-light-traject. Mijn onderzoek gaat nu om een probleem dat een specifieke opleiding (misschien wel heel Zuyd?) ervaart en dat ik probeer te beschrijven vanuit een breder kader. Daan Andriessen komt 18 september bij Zuyd een lezing geven over praktijkgericht onderzoek. Benieuwd wat hij erover vindt.

Ik denk te veel als ondersteuner (ik wil helpen), als innovator (wil veranderen) en inspirator (wil enthousiasmeren).
Graag wilde ik actieonderzoek maar dit betekent dat ik mijn rol als onderzoeker zodanig moet beschrijven, dat ik dit gewoon niet leuk meer vind. Dan toch maar een beschrijvend onderzoek … je moet toch wat om je studiepunten binnen te halen… Ik wil zo niet denken, maar het gebeurt gewoon als je afhankelijk bent van beoordelingscriteria waar ja aan moet voldoen. Dus zo schrijven dat het goed gekeurd wordt. Ik wil het niet maar doe het toch. Ik moet denken aan mijn tijdspad. Ik moet kijken of het wel meetbaar genoeg is.
De opleiding heeft graag kwalitatieve en kwantitatieve data. Ja, triangulatie van het onderzoek is belangrijk. Maar dan moet ik gesprekken transcriberen. Of toch met spss aan de slag. Pff *zucht*.

Dan lees ik op ScienceGuide: Stop met meten. Begin met vernieuwen.

Een school is geen laboratorium waarin alle factoren gecontroleerd kunnen worden. Innovatie is juist gebaat bij meer vrijheid en variatie. Door krampachtig vast te houden aan meetbaarheid wordt de onderwijspraktijk onnodig belast, en innovatie vanuit de scholen zelfs belemmert.

Een hartekreet …

En dan ga ik die onderzoeksmoe-docenten toch weer belasten met het invullen van een vragenlijst en vragen of ze mee willen werken aan een focusgroep….ja ik moet het meerbaar maken. Ze zullen wel meewerken. Voor mij. Natuurlijk ga ik daarnaast ook helpen, ondersteunen en enthousiasmeren tijdens hun curriculumherzieningstraject. Ik kan dat niet laten. Ook dat is mijn rol.

Nu nog een paar paragraafjes van mijn onderzoeksvoorstellen aanpassen voordat ik ze verstuur naar mijn critical friends.
Dan laat ik het los. Het moet even. Vakantie is nodig. Eind augustus pak ik het met een frisse blik wel weer op.

Je ziet het onderzoeksvoorstel een dezer dagen wel verschijnen :)
Vakantiegroet,
Judith

Professionals ontwikkelen zich met Zuyd. Ook door ICT te gebruiken?

Marcel,

jij kent natuurlijk ook de missie van Zuyd: “Professionals ontwikkelen zich met Zuyd”. In onze onderwijsvisie staat het woordje ‘ICT’ niet vermeld. Erg? Tsja. ICT is geen onderwijsdoel, maar een middel. Maar wel een heel handig middel!

Het kan je helpen bij je eigen professionele ontwikkeling, zoals ook in het blog van Wilfred Rubens is te lezen: ICT gebruiken om zelfsturing te geven aan je professionele ontwikkeling. Wilfred beschrijft 2 bijdragen rondom ‘Do It Yourself learning’. Waarbij in de 1e bijdrage een docent de iPad gebruikt om informatie te consumeren, content de cureren en te creëren. En in de 2e bijdrage beschrijft een docent hoeveel hij leert via Twitter. Zo herkenbaar! Zie ook mijn blog: Hoe volg jij dat allemaal? Zo stroomlijn ik mijn informatiestromen.

Waarom dit nu weer mijn speciale aandacht heeft?

Mijn onderzoek voor de master Leren en Innoveren richt zich op sociaal leren, samenwerkend leren met behulp van sociale media. De opleiding ergotherapie van de faculteit Gezondheidszorg start in september met een curriculumherzieningstraject. Zij zien in dat als zij hun studenten moeten opleiden tot professionals van de 21e eeuw met 21e eeuwse skills, technologische kennis en vaardigheden een ‘must’ zijn. Zij weten ook dat als zij studenten adequaat wil kunnen opleiden, het nodig is dat de docenten zelf ook over voldoende kwalificaties op dit terrein beschikken. Ze willen graag leren. Ik wil hen daar graag bij helpen.

Mijn collega’s I-adviseurs  hebben de afgelopen maanden veel gesprekken gevoerd met faculteiten ivm een nieuw strategisch ICT-plan. Uit deze gesprekken kwam ICT-docentprofessionalisering telkens terug als sleutelsuccesfactor voor onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing.

Voor mijn onderzoek wil ik docenten bevragen gericht op bewustwording wat sociale media kan betekenen voor hun professionele ontwikkeling en het lesgeven. Ankie wil mij hierbij helpen. Gelukkig hoeven we niet alles weer te bedenken. Er is al veel werk in het land verricht mbt ICT- bekwaamheidseisen voor docenten. En collega I-adviseur Rienke heeft al veel voorwerk gedaan in samenwerking met de werkgroep ICT van het Docentenberaad. Ik ga haar taak als contactpersoon met deze groep vanaf september overnemen.

Maar nu eerst maar aan de slag met het herschrijven van het onderzoeksvoorstel voor mijn studie. Ik ben wel enthousiast over het onderzoek, en dat zijn ook degene met wie er over praat. Mijn probleem blijft dat ik werk vanuit kansen en niet vanuit problemen. Dat werd weer eens pijnlijk duidelijk gisteren toen ik mijn beoordeling van mijn onderzoeksvoorstel terug kreeg. Het levert wel weer veel op. Nieuwe contacten, hulp en meedenken van collega’s en studiegenoten, en een troost Bossche Bol vrijdag :)

BosscheBol

Bossche Bol via Smulweb

Judith

Gerelateerde blogposts:

Innoveren doe je samen!

Vlak nadat ik het blogbericht over het boek Stratosphere van Michael Fullan had geplaatst, las ik het blogbericht van Ilse Meelberghs over sociale innovatie met een mooi filmpje dat aansluit op het boek.

Het belangrijkste doel van dit samenwerkingsproject van vmbo-scholen, mbo- en hbo-instellingen, het Maintenance Education Consortium en diverse bedrijven: ‘Excelleren door Sociale Innovatie’ was het innovatievermogen versterken van de onderwijsinstellingen. Aan het begin van het project was de veronderstelling dat sociale innovatie vooral op het niveau van docententeams tot uiting zou komen. Aanname was dat docenten door allerlei redenen onvoldoende gebruik maken van hun professionele ruimte en daarmee belemmerend zijn voor het innovatievermogen. Uit de innovatievermogen-scan bleek dat het doorvoeren van innovaties een samenspel is van alle betrokkenen: management, bedrijfsleven, studenten én docenten waarbij elkaars bijdragen wordt gewaardeerd en geaccepteerd (bron: Onderwijsinnovatie dec. 2013, p. 35-38)

Het onderzoek wijst, zoals in het filmpje te zien is, op vijf succesfactoren:

  1. Een goedwerkend zelfsturend team;
  2. Management dat steunt, ruimte geeft en inspireert;
  3. De blik naar buiten en oog voor succes;
  4. Docenten werken samen en leren samen;
  5. Ondersteuning en instrumenten (gebruik van good practices).

In onderwijs komt innoveren altijd neer op veranderen van gedrag. Zowel bij docenten, studenten als bij management, zoals ik ook gelezen heb in het boek Stratosphere.

In het filmpje wordt gesproken over een expeditie naar goed onderwijs. Wat is ‘goed onderwijs’? Daarover las ik dit weekend een blogbericht van Gerardo Soto y Koelemeijer: Genoeg gepraat, laten we de mouwen opstropen. Hangt goed onderwijs alleen samen met goede docenten? Of wordt het bepaald door goede schoolleiders? Hij had trouwens geen antwoord. Ik denk wel dat we wel eens moeten stoppen met verwijtend naar elkaar te wijzen. Zo ook met die discussie dat er meer geld moet naar het onderwijs ipv ondersteuning. Ja, ik zit in die ondersteunende dienst. Maar ook ik werk ten dienste van het onderwijs. Ik ben groot voorstander van ontwikkelteams waarin docenten samen met collega’s uit de ondersteunende dienst (informatieprofessionals, onderwijskundige, instructional media designers) werken aan onderwijsinnovatie. Laten we, zoals Gerardo Soto y Koelemeijer zegt, nadenken  over wat goed onderwijs is en hoe we dit gaan realiseren. En laten we zelf weer leren, van elkaar en ieder apart. Hij heeft het daarnaast ook nog over verminderde werkdruk binnen het onderwijs, maar dat is een andere discussie die dit weekend de op Twitter de gemoederen bezig hield. Misschien dat ik daar ook nog wel een blogje aan ga wijden.

@J

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 43 andere volgers

%d bloggers like this: