Droom van iedere student: leren terwijl je slaapt! Dat klinkt toch als muziek in je oren?

Weet je Marcel … vroeger :) toen ik nog scholier/jonge student was, leerde ik meestal tot ‘s avonds laat tot het moment dat ik niets meer opnam. Vaak legde ik dan het boek onder mijn kussen in de hoop dat de tekst tijdens mijn slaap in mijn brein zou inprenten. Het hielp niet :(

Maar wat wel helpt, is muziek luisteren tijdens het leren :)

Uit onderzoek bleek al dat mensen beter leren tijdens de REM-slaap.  Nu is uit vervolgonderzoek van Northwestern University gebleken dat als je leren combineert met een bepaald geluid of geur en deze tijdens de diepe slaap afspeelt, je de volgende ochtend de leerstof beter herinnert. Althans bij 30% van de proefpersonen.

In dit filmpje wordt het uitgelegd hoe het werkt

Op de site Scientias is meer wetenschappelijke achtergrond te lezen. Zie:

Nu is er een Amerikaanse bedrijf SheepdogSciences dat begin 2015 een product op de markt brengt dat memC heet. Het bestaat uit een applicatie voor de iPhone en een Bluetooth-slaapsensor die je om je pols draagt.

Kopen?! Voor iemand zoals jij die met gadgets/apps voor activiteitenmetingen bezig is, leek me dit een leuk nieuwtje. Of had je er al van gehoord? Ik vind het wel een fascinerende ontwikkeling. Niet iedereen gelooft in dit soort toepassingen, zoals deze slaapcoach ;) .
Maar welke student luistert nu niet naar muziek tijdens het studeren? En als dan door ‘s nachts dit deuntje nogmaals af te spelen mijn leeropbrengsten hoger worden, nou dan zou ik het wel weten! Toekomstmuziek voor het onderwijs!?

Judith

Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition

Hi Marcel,

We kennen de Horizon rapporten wel hè? Daar is sinds vandaag een Europese editie van! Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition.

Net zoals in de Amerikaanse editie hebben ze de Creative Classroom Resarch Model van de European Commission Institute for Prospective Technological Studies (IPTS) gebruikt om de belangrijkste implicaties voor beleid, leiderschap en het onderwijs te identificeren.

HR_CCR

De trends, uitdagingen en ontwikkelingen voor de Europese scholen worden in onderstaande afbeelding samengevat

HR_trends

Er bestaan ook wel verschillen tussen de verschillende Horizon rapporten. Hieronder 3 afbeeldingen uit het Horizon Report Europe: 2014 Schools Edition waarin de Amerikaanse K-12, Higher Ed en de Europese versie worden vergeleken. Interessant dat in de Europese editie toch meer aandacht is voor de rol / digitale competenties van de leerkracht, en Open Online Onderwijs.

HR_12

HR_34HR_56

Uiteraard is er ook een filmpje van het rapport

Via het blog Leervlak van Jeroen Bottema (hij is van het Lectoraat eLearing van InHolland en was lid van het expert panel dat betrokken was bij de samenstelling van dit rapport) las ik dat er gewerkt wordt aan een vertaling van dit rapport voor elk lidstaat van de Europese unie waarbij ook voorbeelden van het betreffende land wordt gebruikt. Dit is natuurlijk allemaal interessant maar ik ben nog meer nieuwsgiering naar de Europese Higher Education editie, en daar is men ook mee bezig!

Groet,
Judith

Lerend vernieuwend onderzoeken #MLI

Hallo Marcel,

Vorige week ben ik voor mijn studie begonnen met het 3e leerarrangement: LA3: initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen. Een leuke module lijkt me zo :) en het ligt in de lijn met waar ik als I-adviseur mee bezig ben. Afgelopen weekend heb ik mijn eerste studie-opdrachten uitgevoerd en heb ik hiervoor mijn JOULE4JOU blog weer geactiveerd.

openinnovation2

free to use in blog posts

Op de literatuurlijst stond de oratie van Jaap Boonstra ‘Lopen over water’. Over de dynamiek van organiseren, vernieuwen en leren heb ik op JOULE4JOU geblogd.
Boonstra eindigt zijn oratie met zijn visie op onderzoek in onze dynamische werkelijkheid. Hij onderscheidt het traditioneel academisch onderzoek dat volgens hem de relaties tussen onderzoeker en het empirisch object ontkent. Boonstra is geen voorstander van deze afstandelijke en beschouwende manier van onderzoeken. Ook het het toegepast onderzoek vindt hij ongeschikt om onderzoek te doen naar dynamische sociale systemen. Zijn voorkeur gaat naar reflectief handelingsonderzoek dat gericht is op actie, reflectie en kennis genereren. De relatie tussen onderzoekers en onderzochten is hierbij gebaseerd op gelijkwaardigheid, gezamenlijke betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Een beetje te vergelijken met actieonderzoek.

Het zette mij weer tot denken met betrekking tot mijn eigen onderzoek. Deze manier van onderzoek past mij beter, maar ik heb al eerder geschreven dat ik mijn rol van onderzoeker dan zo minitieus moet beschrijven, dat me dat in dit type onderzoek tegenstaat. Dus blijft mijn praktijkgericht onderzoek beschrijvend van aard. Net als vele andere hbo-onderzoeken, zo vernam ik via Daan Andriessen. Ik was niet bij zijn presentatie bij Zuyd maar heb inmiddels wel zijn Openbare les gelezen. Actieonderzoek, schrijft Andriessen, heeft een sterke oriëntatie op het verbeteren van de praktijk (die ‘real innovational spirit warrior‘ weet je nog?). Een vragenlijst gecombineerd met statistische analyse is sterker gericht op kennisontwikkeling (wat dit ‘nieuwsgierig aagje‘ nu doet). Deze onderzoeksmethoden verschillen dus in het willen weten en willen verbeteren ;) . Andriessen onderscheidt 2 rollen in praktijkgericht onderzoek: de onderzoeker die onderzoekt en analyseert enerzijds maar anderzijds is de onderzoeker ook vaaak degene die in een specifieke situatie adviseert en intervenieert. Lastig, erkent ook Andriessen omdat je in die ene rol objectief en onafhankelijk moet blijven.

Ook Andriessen refereert net als Boonstra naar de Reflective Practioner van Schön. Methodische grondigheid is namelijk niet altijd goed verenigbaar met praktische relevantie. Volgens Andriessen kan blijken dat:

  • data niet beschikbaar of de respondenten niet benaderbaar zijn
  • omstandigheden niet controleerbaar zijn;
  • dataverzamelings- of analysemethoden duur zijn;
  • er altijd te weinig tijd is, want de opdrachtgever wil het snel weten;
  • de gegevens die wetenschappelijke methoden opleveren niet bruikbaar blijken te zijn in de praktijk;
  • het onderzoek zelf de praktijk blijkt te veranderen

Er bestaat een grote diversiteit aan opvattingen over de juiste eisen aan methodologisch grondigheid in praktijkgerichte onderzoek. Deze hangen onder andere samen met de blik op de wereld van de onderzoeker. Er is niet slechts één manier om goed praktijkgericht onderzoek te doen, er zijn er vele. Genoeg werk voor lector Daan Andriessen, want hij heeft in zijn Openbare Les een grote diversiteit aan praktijkgericht onderzoek geschetst.

Als minimumniveau van onderzoekend vermogen voor de master-student noemt Andriessen trouwens:

De student laat zien dat hij kan reflecteren op de relevantie van zijn onderzoek voor andere situaties dan die zijn onderzocht. Het zal niet altijd mogelijk zijn om een concrete bijdrage te leveren aan de beroepspraktijk die in meerdere gevallen toepasbaar is, maar een reflectie daarop is wel altijd mogelijk. Tevens dient de grondigheid diepgaander te zijn dan bij onderzoek op bachelorniveau.

Over een paar weken heb ik weer een focusgroep om mee te denken over een verbeterplan van de onderzoekslijn van de MLI. Nu nog het verbeterplan van mijn eigen onderzoek ;)
J.

Twitter in het onderwijs [gastblog @docentsw]

Goedemorgen Marcel,

Vorige week reageerde collega Ayk de Bie op mijn tweet over Twitter in het onderwijs

met mail over een kleine twitterpilot tijdens vorig studiejaar. Nu ging het bericht op Frankwatching over Twitter als marketing- en communicatietool maar dat maakt verder niet uit ;) Behalve dan dat Zuyd niet in de top 10 lijstjes voorkomt :S.

Ayk heeft geprobeerd Twitter een lerende plek te geven binnen de onderwijsgroep van studenten. Hij was (terecht) erg enthousiast over de resultaten. Samen met mijn collega I-adviseur Frans Roovers heeft Ayk vanuit de leerlijn mediawijsheid studenten meegenomen in de mogelijkheden van dit digitale medium. Bekijk voor meer informatie de weblecture van Ayk.

Na afloop heeft Ayk met studenten geëvalueerd hoe zij dit het afgelopen blok hebben ervaren. In dit gastblog geeft hij inzicht in de wijze waarop hij Twitter als leermiddel met een onderwijsgroep heeft ingezet.

OUR 2bejammed GUEST: Ayk de Bie

Opzet

  1. Studenten maken een twitteraccount aan dat zij gebruiken op persoonlijke titel, maar dat gericht is op hun professie.
  2. Zij gaan op zoek naar ‘tweeps’ die relevant zijn voor de lopende inhoud van de beroepsauthentieke casus en relevant zijn voor hun opleiding. Deze ‘tweeps’ voegen zij toe aan hun lijst met volgers.
    Dit kan door te kijken naar de volgerslijst van rolmodellen (@docentsw @FransSocialWork) of via de volgerslijsten van relevante ‘professionals’ die zij reeds gevonden hebben. Het kan ook door te zoeken naar personen via twitter via, voor de casus, relevante zoektermen.
  3. Ieder OT, met name in de onderzoekende fase van het project, staat er een zogenaamde ‘twitterronde’ op het programma.
    Studenten bekijken via hun twitteraccount (of doen dit als voorbereiding op het OT) de verschillende tweets in hun tijdlijn en zoeken naar relevante informatie die van belang kan zijn voor de casus en/of opleiding. Studenten gebruiken de zoekfunctie van twitter, en zoeken via, voor de casus, relevante zoektermen (met behulp van tutor)naar interessante tweets, die mogelijk voor de casus bruikbare informatie bevatten. (Tweets bevatten vaak een link naar interessante websites, nieuwsartikelen, onderzoek enz….)
  4. Studenten bespreken met elkaar en met de tutor, welke informatie dat zij vinden, welke link dat er ligt met de casus en op welke wijze ze deze informatie binnen de casus kunnen gebruiken.

Winst binnen het leerproces van de student voor mij als docent

  • Ik bespreek relevante en actuele informatie (praktisch en absoluut beroepsrelevant) met studenten, die zij zelf vinden. Daar waar het eerder moeite koste om hen kennis te laten nemen van deze inhouden. Eerst was ik hierin als docent de initiator, nu komen studenten zelf met deze inhouden. (veel winst vanuit politiek en economisch domein).
  • Ze krijgen mee en lezen hoe politieke beslissingen en economische invloeden het sociaalagogisch domein beïnvloedt, hun latere werkdomein.
  • Vinden sneller betrouwbare bronnen dan bijvoorbeeld alleen via Google.
  • Je brengt als ware de buitenwereld binnen de vier schoolmuren en maakt deze samen met studenten relevant voor hun toekomstige beroep. (Dat is voor mij de grootste winst.)
  • Interessant neveneffect: Het werkte aanstekelijk, studenten die eerder in de weerstand zaten betreffende het gebruik van Twitter, werden enthousiast en besloten ook een twitteraccount aan te maken. En studenten werden ook alerter op nieuwsitems die via andere wegen vonden.

Winst voor en vanuit studenten

  • We vinden actuele en bruikbare informatie.
  • We vinden informatie die van belang is voor de casus.
  • Het geeft een nieuwe impuls waar je over na kunt denken.
  • Social Media is niet nieuw voor ons en spreekt aan.
  • Het maakt de casus op papier realistischer / levendiger / actueler.
?????????????

free download GraphicStock

Een mooi experiment Ayk, dat zeker een vervolg verdient!
Wat betreft dat zoeken binnen Twitter. Je hebt in je college vooral de bekende operatoren benoemd. In dit blog van Rick de Haan biedt hij een overzicht van Bekende en minder bekende Twitter-operatoren.  Niet dat ik ze allemaal ken en gebruik ;) maar dan heb ik het linkje ook opgeslagen in dit buitenboordbrein van mij.

Tip: ik zou dit blog copy-pasten (mag! met bronvermelding! :) ) in je eigen Aykster’s blog. Altijd handig voor je integratie-fase MLI: bewijsmateriaal verzamelen!!
Groeten,
Judith

21st century skills. Wat’s new?

Hoi Marcel,

Vorige week had ik twee gesprekken waarin ik de term ’21 st century skills’ liet vallen en mijn gesprekspartners hadden nog nooit van deze term gehoord. Zij waren na een korte toelichting wel geïnteresseerd, daarom deze blogpost. De tekst over 21st century skills zal waarschijnlijk in mijn onderzoeksvoorstel versie 3 sneuvelen, dan hier maar gebruiken ;). Wel zonder de APA-verwijzingen, leest zo lastig.

Met 21st century skills worden vaardigheden bedoeld als ict-geletterdheid, informatievaardigheden, samenwerken, creativiteit, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. In de discussienota van Voogt & Roblin wordt geconstateerd dat er geringe aandacht is voor de positionering van 21st century skills binnen het curriculum en dat de implementatie hiervan “misschien wel de één van de meest complexe en controversiële kwesties is”.

Verschillende internationale organisaties, zoals Europese Unie en Unesco ontplooien initiatieven op het gebied van 21st century skills. Het gaat hierbij niet om nieuwe vaardigheden speciaal voor de 21e eeuw, maar vaardigheden die door mobiele (internet)technologie aan belang gewonnen hebben. Uit een inventarisatie van Voogt & Robin naar zes van deze initiatieven worden de vaardigheden: samenwerking, communicatie, ict-geletterheid, sociale en/of culturele vaardigheden (inclusief burgerschap) als een gemeenschappelijke set van 21st century skills benoemd. De vaardigheden: creativiteit, kritisch denken en het vermogen om problemen op te lossen worden ook in bijna alle modellen genoemd. In het conceptueel kader van Stichting Leerplanontwikkeling Nederland (SLO) wordt hieraan nog de vaardigheid zelfregulering toegevoegd. De diverse initiatieven gaan er vanuit dat ict-geletterdheid tot de kern van 21st century skills behoort. Verschillende begrippen voor de term ict-geletterdheid worden gehanteerd zoals ict-vaardigheid, digitale geletterdheid, digitale vaardigheid, media skills, information literacy, digitale competenties. Het gaat hierbij allemaal om vaardigheden die nodig zijn om toegang te krijgen tot informatie en deel te kunnen nemen aan de kennissamenleving. Hiermee wordt naast instrumentele vaardigheden (het kunnen omgaan met ict en ict-toepassingen), informatievaardigheden (het kunnen zoeken, selecteren, gebruiken en verwerken van informatie) en mediawijsheid (bewust, kritisch en actief om kunnen gaan met media) bedoeld. Digitale competenties zijn “benodigde competenties van een niet-ICT’er om, in verschillende situaties, kritisch en verantwoord het potentieel van ICT tactisch en strategisch te gebruiken voor efficiëntere en effectievere producten, diensten en processen” (citaat uit proefschrift Frans Jacobs).

Hieronder een presentatie van Joke Voogt over de analyse naar de acht raamwerken (discussienota Voogt & Roblin)

Afgelopen weken heb ik ook nog met een half oog naar de OU masterclass Evalueren van vaardigheden voor de 21ste eeuw gekeken. In onderstaande video licht Ellen Rusman dit thema toe. Hier de link naar de powerpoint die in deze presentatie wordt gebruikt (handig voor de links in de tekst).

Maar zijn deze vaardigheden wel zo 21e eeuws? Rob Martens onderzocht dit voor het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie.  In het artikel Oeroude moderne vaardigheden worden diverse rapporten (Een eigentijds curriculum van de Onderwijsraad, De school van 2020, Naar een lerende economie van WRR) geciteerd waarin het belang van 21st century skills wordt onderkend. Zijn samenvatting van 21st century skills: “Goed en innovatief kunnen denken, daarbij gebruikmakend van de ongekende mogelijkheden die ict biedt”. De kern van 21st century skills: verstandig leren nadenken, creatief en leergierig zijn met veel probleemoplossend vermogen is niet zo 21e eeuws, zegt Martens. Dat is onderwijs, al eeuwen lang. Rapporten over onderwijsvernieuwing door het gebruik van ict blijven elkaar tegen spreken (veelgehoorde kritiek: we leiden op tot mensen die niets meer weten en alleen maar kunnen googlen?). Rob Martens bepleit meer wetenschappelijk onderwijsonderzoek dat uitgaat van de vragen van docenten.
Laat ik daar in mijn onderzoek misschien een heel klein kiezelsteentje aan bij dragen :)

Meer lezen over 21st century skills? Zie e-book 21st century skills; learning for life in our times van Bernie Trilling & Charles Fadel
Meer weten over 21st century skills in de praktijk? Zie website van Kennisnet
Meer leren over 21st century skills? 30 oktober start een MOOC over dit thema, zie www.moocmee.nl

Aan de slag met 21ste eeuwse dingen? Zie Dingen@zuyd.nl!

Groet,
Judith

Related blogs

Sociaal schrijven

Hi Marcel,

Heb jij wel eens van de term ‘sociaal schrijven’ gehoord? Ik niet.
In de kwartaalbijlage The Optimist (voorheen Ode) van NRC 27 september 2014 kwam de term ‘sociaal schrijven’ voor in een kort interview met Clive Thompson. Hij heeft het boek: We worden steeds slimmer: hoe apps, gadgets en social media ons intelligenter maken geschreven.

Slimmer definieert Thompson als:

hoe leer je dingen, hoe denk je daarover na en kom je tot nieuwe conclusies, wat voor actie onderneem je vervolgens? En daarin kan het internet veel betekenen. Er zijn nu nieuwe manieren om van anderen te leren, omdat we meer in sociaal contact met ze staan. Wanneer we gedachten vormen, hebben we de mogelijkheid er onmiddelijk over te schrijven en ze te delen, of er een video over te maken. Dan kunnen anderen ons meteen feedback geven op die gedachten. Dus dat is hoe het leven online ons slimmer maakt.

Met betrekking tot sociaal schrijven, zei hij:

Een van de manieren waarin ons onlinedenken zich onderscheidt, is dat het heel sociaal is. Elke tweet, elke boodschap die we op Facebook plaatsen, is bestemd voor een publiek. We proberen daarom ons denken te verscherpen om indruk te maken op andere mensen. En dat werkt echt. Wanneer je leerlingen vraagt een essay te schrijven komen ze met een behoorlijk essay, meer niet. Maar wanneer je dat online zet en zegt: ‘Dit wordt wereldwijd gelezen door je leeftijdgenoten’, schrijven ze ineens een scriptie die langer is, met grammaticaal betere zinnen. Ze proberen indruk te maken. Een van de grote verschillen met vroeger, is dat we sociaal schrijven. We proberen meer uit onzelf te halen, en leren van anderen.

Voor mij werkt dat wel zo ja. Zeker met ons blog.
En zoals Thompson in zijn voorbeeld zegt dat kwaliteit van studentproducten omhoog gaat als het online wordt geplaatst, geldt dit voor docenten ook. Op het moment dat onderwijsmateriaal open en online beschikbaar komt gaat de kwaliteit van het materiaal omhoog. Dit is al vaker geconcludeerd (ook in ons MOOCZI-blog). Dat komt aan de ene kant omdat ook docenten indruk proberen te maken ;) maar ook door de feedback die anderen (het werkveld) kunnen geven waardoor we samen slimmer worden.

OpenSourceWay

opensource.com

Redenen om te investeren in open en online onderwijs zijn reputatie en educatie:
– De kwaliteit van onderwijsmateriaal en de kwaliteit van docenten wordt zichtbaar.
– Doordat het onderwijsmateriaal in (internationale) dialoog kan worden (door)ontwikkeld kan de kwaliteit ervan verbeteren.
Bron

zondaggroet,
Judith

Tussenmeting van mijn rollen en houding #SLB4 #mli

Ha Marcel,

Ja het is weer zo ver. In het begin van mijn studie heb je een SWOT-analyse over mij ingevuld en nu vraag ik je om een tussenevaluatie. Opdracht van school hè ;)

Voor deze meting heb ik weer een nieuw / ander formulier ontvangen. De rollen waarop jij, ik, mijn mli-docenten mij op beoordelen zijn wel hetzelfde gebleven. Namelijk die van: excellente docent, ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner en begeleider en gesprekspartner van docenten. De mate van complexiteit wordt beoordeeld van een kleine wijziging naar een substantiële tot fundamentele wijziging. Tja wat versta je onder een wijziging? Levert hetgeen waar ik mee bezig ben ten aanzien van auteursrechten, plagiaat, open en online onderwijs, sociale media een fundamentele wijziging op voor het onderwijs voor heel de instelling? Heel Zuyd? Ja ik werk wel samen met externe partners en expert. Wat ik lastig vind aan dit format is dat ‘gemeten’ wordt op mijn beoogde impact op enkele naaste collega’s naar grotere groep collega’s tot het hele team. Wat is voor mij het verschil tussen naaste collega’s (zijn er 3) tot het hele team (zijn er ook 3 ;)). Daarom heb ik besloten dat alle bloglezers ook tot mijn team behoren :)

??????????????????????

free download Graphic Stock

En wil ik jullie allemaal vragen om feedback op mijn rolontwikkeling. Zit ik in deze rollen nog in de ‘roluitbouw’?, of al in de ‘rolconsolidatie’?,  of misschien in ‘rolmeesterschap’? Dat laatste vind ik wel lastig om dat van mezelf te vinden. Het impliceert bijna dan je het dan ‘bereikt hebt’, terwijl ik vind dat ik altijd nog veel te leren heb.

6 oktober heb ik mijn volgende gesprek met Michiel, mijn SLB-er.
Via dit linkje kunnen jullie het formulier downloaden (docx) en als jullie het willen invullen dan graag uiterlijk 3 oktober mailen naar judith.vanhooijdonk@zuyd.nl dan kan ik het als input meenemen naar mijn SLB-gesprek.

Ben benieuwd ….. :)

Groeten,
Judith

In het 2e leerjaar begin ik aan de zogenaamde integratiefase. Op het eind van dit studiejaar moet ik in een beeldverslag laten zien welke rollen ik op welk niveau beheers en welk zichtbaar gedraag ik hierbij aan neem. De tip was zoveel mogelijk te verzamelen over je rolontwikkeling. Gelukkig heb ik mijn blog :) Mijn andere blogposts over SLB – MLI

SLB 3 – Bezieling
S
LB3 – “Nu nog onnavolgbaar” ;)
S
LB2 – Eerste studiepunten binnen LA1
S
LB2 – Storyline
S
LB1 – Mijn 1e SLB-gesprek
S
LB1 – Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek

Op naar een autonomie-ondersteunende leeromgeving #mli

Hoi Marcel,

Dit weekend viel het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie, het kwartaalblad van de Open Universteit, in mijn brievenbus. Hierin las ik een bijdrage van Anouke Bakx, de academic director van mijn masteropleiding Leren en Innoveren. Samen met Fontys docent Van Lieshout houdt zij een pleidooi dat docenten meer gebruik moeten maken van autonome motivatie ter voorkoming van de hoge uitval van eerste jaars hbo-studenten. Vijftig procent van hen geeft namelijk aan dat gebrek aan motivatie reden is om te stoppen of van studie te veranderen.

Als MLI-student weet ik inmiddels alles af van motivatie ;) . In elke paper of onderzoeksvoorstel van mijn medestudenten en mij komt de ZelfDeterminatie Theorie van Ryan & Deci wel aan de orde. De drie pijlers voor de basisbehoefte van intrinsieke motivatie volgens deze motivatietheorie zijn: het gevoel van competentie, autonomie en sociale verbondenheid. Hoe meer intrinsiek gemotiveerd hoe hoger de leeropbrengsten. In dit artikel wordt nog de onderverdeling gecontroleerde en autonome motivatie besproken. Gecontroleerde motivatie vindt plaats in een omgeving met straffen, belonen en ‘moeten’. “Autonome motivatie brengt extrinsieke en intrinsiek met elkaar in verband. Externe factoren die samenhangen met extrinsiek motivatie kunnen namelijk intrinsieke motivatie faciliteren.” Dit ontwikkelt zich het beste in een autonomie-ondersteunende omgeving.

Hiermee wordt een leeromgeving bedoeld waarbinnen studenten ruimte hebben om hun eigen keuzes te maken en waarbinnen docenten openstaan voor vragen, opvattingen en gevoelens van studenten.

[Dat willen we wel hè?]

autonomeleeromgeving

Volgens de literatuur blijkt dat studenten in een autonomie-ondersteunende leeromgeving floreren. Dit blijken docenten niet zo gemakkelijk te kunnen bieden vanwege de groeiende sturing op kengetallen, waardoor docenten weer hun autonomie verliezen….

Het lijkt voor sommige docenten veiliger om precies voor te schrijven wat er moet gebeuren, zodat ze het idee hebben studenten klaar te stomen voor de toets, de te bewijzen competenties of andere afrekeninstrumenten.

[Goh ...]

Ja, drijfveren zetten aan tot leren. “Wat houdt hen eigenlijk bezig en waarvoor lopen ze warm? ” Illeris zei dit ook al. Om deze drijfveren te vinden is een zekere pedagogische sensitiviteit (op het goede moment het juiste doen in het ogen van de student) van de docent nodig.

Het gaat in onderwijs niet alleen om het overbrengen van expertise of de mate van expertise van de docent, een belangrijk element van goed onderwijs is de interactie tussen docent en student.

[Dat weten we wel hè?]

De schrijvers verwijzen naar de publicatie van Van Manen: Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen, waarin het gaat over de pedagogische sensitiviteit in de omgang met basisschoolleerlingen. Dit geldt volgens Van Lieshout en Bakx niet alleen voor leerlingen, maar ook voor hbo-studenten.

Vanuit pedagogische sensitiviteit ziet de docent waar de student behoefte aan heeft, wat hem motiveert en wat hem eventueel belemmert in het studeren.

[Zou dit ook niet van toepassing zijn op MLI-studenten?]

Als student heb ik wel behoefte aan zo’n autonomie-ondersteunende leeromgeving, en lekker blended :) waarin hopelijk ook ict (als didactisch toepassing) deel van uitmaakt ;). Voor nu blijft het nog bij een idealistische gedachtengang die dan wel door wetenschappelijk onderzoek aangetoond is, maar in de weerbarstige praktijk nog steeds niet realistisch blijkt te zijn.

Alle citaten en de afbeelding komen uit het artikel. Uiteraard even een verwijzing volgens de APA-regeltjes. Alle punten en komma’s op de goede plek? ;)

Lieshout, S. van, & Bakx, A. (2014). Pedagogische sensitiviteit stimuleert autonome motivatie. Onderwijsinnovatie, 16(3), 38-39. Retrieved from http://www.ou.nl/documents/10815/36316/OI_2014_3_PedagogischeSensitiviteit.pdf 

Fijne maandag!
Judith

Blended learning #moocblou

Hoi Marcel,

Jij weet ook dat binnen Zuyd opleidingen in ontwikkeling zijn die dat volgens het ‘Blended Learning’ principe willen vormgeven. Over de term ‘Blended Learning’ zijn de meningen verdeeld. Blended Learning is meer dan alleen een combinatie tussen online en f2f (is een skypegesprek ook f2f? ;)) onderwijs. Paul Kirschner vindt dat al het onderwijs ‘blended’ is omdat het gaat om een goede mix te realiseren van technieken, gereedschappen en didactiek. Het interview tussen hem en Wilfred Rubens bekeek ik ter voorbereiding op de MOOC Blended learning ontwikkelen van de OU.

BLCC

Video openen via de Common Craft website

Als I-adviseur word ik regelmatig gevraagd om mee te denken over onderwijsvernieuwing, de term ‘blended learning’ valt daarbij regelmatig. Dat was de reden om mij in te schrijven voor deze MOOC, wetende dat ik te weinig tijd heb om deze goed te volgen. Ik hoop er wat graantjes van mee te kunnen pikken. De uitgebreide bronnenlijst heb ik inmiddels al opgeslagen ;). En ik heb wat algemene leeractiviteiten (voorstellen, reageren, like’s geven) afgevinkt.

Onlangs had ik een (e-mail) discussie over de vraag of je 21st century skills (zoals, samenwerken, communicatie, kritisch denken) ook (alleen) via Blackboard kan stimuleren? Alleen maar omdat Blackboard de standaard leeromgeving is? Het is natuurlijk vanuit onderwijs/cursusorganisatie handig om alle functionaliteiten van je onderwijs in één omgeving te stoppen. Ik zie ook de voordelen vanuit beheer, ondersteuning. Ik weet ook dat studenten gebaat zijn bij een gestructureerde, veilige, vertrouwde leeromgeving. En dat er ergens een punt moet zijn waar alles bijeenkomt en verzameld wordt, ook ivm accreditatie. Maar is het ook niet taak van het onderwijs de studenten ook uit te dagen tot buiten de aangeboden kaders te denken en te opereren? Ook op het gebied van digitale competenties? Gaat het bij Blended Learning misschien ook om een integratie van open, persoonlijke leeromgevingen en gesloten, institutionele leeromgevingen?

Via een blogbericht van Wilfred Rubens ‘van elektronische leeromgeving naar learning ecosystem’ werd ik geattendeerd op de ‘7 Things You Should Know About…”-serie’ van Educause Learning Initiative (ELI).

In de 7 things schetst Educause de ontwikkeling van een Learning Management System die vooral vanuit onderwijsmanagement (documentbeheer) naar leeromgeving die meer vanuit de lerende zelf (eigenaarschap bij de lerende, zelfsturing) wordt georganiseerd en gefaciliteerd. Ik vind Blackboard (die ik als medewerker gebruik) maar ook N@tschool (mijn studie-omgeving) niet interactie en participatie bevorderend. En eerlijk gezegd …. dat ligt niet alleen aan het systeem ….
De visie van Educause sluit ook aan bij de visie van SURF op DLWO (de burchtmetafoor) waarbij officiële informatie binnen de muren van de instelling moet blijven maar dat onderzoeken, studeren, leren en werken ook plaats kunnen vinden met diensten en applicaties die zowel binnen als buiten de burcht kunnen bevinden.

Ik zie deze ‘blend’ wel zitten. Maar ik ben dan ook een voorstander van social learning :) .
Judith

Waarderend onderzoeken #mli

Het blijft worstelen met mij en mijn onderzoek, Marcel. Ga ik voor de beoordelingscriteria of volg ik mijn eigenwijze pad? Tsja en dan krijg ik zo’n geweldige leestip van mijn studiemaatje Cindy.

In de Canon van het Leren staat een bijdrage van Saskia Tjepkema en Luc Verheijen over Appreciative Inquiry waar David Cooperrider de grondlegger is [via blog Kessels & Smit].

Appreciative Inquiry (afgekort als AI): het is een manier van leren en veranderen door dialoog en onderzoek, die zich kenmerkt door een focus op sterktes en kracht, oftewel: ‘what gives life to a system’.

Het uitgangspunt voor AI bij leren of veranderen is niet het wegwerken van tekorten of het oplossen van problemen maar leren en veranderen op basis van successen, groeien door datgene te versterken wat werkt. En gericht op een toekomst die je samen graag zou willen zien. (Weet je nog? ik zie kansen geen problemen ;) ).

Er zijn een vijftal onderliggende principes:

  1. Het constructionistische principe: hoe we praten, bepaalt wat we doen
    Het social-constructivisme is de basistheorie. Alle kennis komt door waarneming. We leren door menselijke interactie.
  2. Het poëtische principe: organisaties als een verhaal-in-wording
    Door te reflecteren over positieve ervaringen, ontdekken mensen wat werkt en waarom.
  3. Het simultaniteitsprincipe: onderzoek is een interventie
    Onderzoek en veranderen vallen samen.
  4. Het anticipatoristische principe: de verbeelde toekomst is de motor voor verandering
    Visualiseren waar je naar toe wilt (sportpsychologen kennen dit principe al jaren … Mark Lammers ook ;)).
  5. Het positieve principe: praten over wat er is, stimuleert een generatieve dialoog
    Benadrukken wat werkt, zet mensen vanzelf in actie.

Voor dit type onderzoek is een positieve focus essentieel. Dat zou voor mijn onderzoek beteken het probleem omkeren naar een positief doel. Dan moet ik mijn probleemstelling toetsen aan de volgende criteria:

  • is het onderwerp geformuleerd in bevestigende zin?
  • drukt het een verlangen uit?
  • werkt het verbindend, als een roeping voor betrokken partijen?
  • werkt het oprechte nieuwsgierigheid en enthousiasme op?
  • geeft het een antwoord op de vraag: waar zijn we aan het eind van de rit eigenlijk op uit?

Euh ….

AI

Bron: Tjepkema, S. & Verheijen, L. (2012). Appreciative Inquiry. In M. Ruijters & R.-J. Simons (Eds.), Canon van het leren: 50 concepten en hun grondleggers (pp. 77–89). Deventer.

Cooperrider ontwikkelde een proces van 4 fasen: de vier D’s: Discover-Dream-Design-Destiny. In het Nederlands vertaald in 4V’s: Verwonderen-Verbeelden-Vormgeven-Verwezelijken.

Ik heb AI nu ontdekt, ik droom erover, maar of ik dit onderzoeksdesign in mijn onderzoek kan verankeren en verwezenlijken, dat weet ik nog niet. Misschien in de focusgroepgesprekken? Weer stof tot nadenken. Op de website www.lerendoorwaarderen.nl zijn nog instrumenten en werkvormen te vinden die ik wellicht hiervoor kan gebruiken.

Judith

Citaat uit onderstaande TEDtalk

By focusing on when people are at their best we unlock their energy, confidence and commitment to be at their best

Nablog 2 oktober 2014:
Geen licht zonder schaduw …. in de bijdrage van Luc Verheijen op het blog van Kessels & Smit schrijft hij dat waarderend onderzoek niet alleen maar over delen van succeservaringen moet gaan maar dat ook de negatieve emoties een plaats moeten krijgen in een veranderproces.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 46 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: