Gamer gate

Ha Judith,

We hadden het laatst over de ruzie die in de game wereld ontstaan is rondom vrouwelijke karakters in games. Als volger van @avantgame snap je dat ik weliswaar de discussie al een tijd volg, maar dat ik niet mijn vingers ga branden. Een overzicht (humoristisch bedoeld) is hieronder te zien.

Groet Marcel

Pixar’s 22 Rules of Storytelling

Ha Marcel,

Dit linkje zag ik zojuist op Twitter (via @jwalphenaar) voor bijkomen. Te mooi om alleen te retweeten, ik wilde deze waarheden bewaren op ons blog. Jij als liefhebber van Pixar / Walt Disney Studios kan deze zeker ook waarderen. En ‘rules’ zijn ook zeker te vertalen naar onderwijs ontwerpen of een onderzoeksopzet maken of een promotietraject ;)

Former Pixar story artist Emma Coats tweeted this series of “story basics” in 2011. These were guidelines that she learned from her more senior colleagues on how to create appealing stories. I superimposed all 22 rules over stills from Pixar films to help me remember them. All Disney copyrights, trademarks, and logos are owned by The Walt Disney Company.
Via imgur

Klik op de afbeelding (embedden lukte niet :( ) om alle 22 tips te lezen.

Pixar

Judith

Hoe groot is onze innovatiekracht?

Ha Marcel,

Een paar weken geleden ben ik met een begonnen met mijn 3e leerarrangement van mijn studie: LA3: initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen. Hiervoor ben ik allerlei interessante literatuur aan het lezen. Ten eerste voor de Kennisdialoog Innovatie die ik samen met 2 studiegenoten heb moeten verzorgen. Maar ook voor de leerinterventie die ik voor dit leerarrangement over een paar maanden klaar moet hebben. Zo stond op de literatuurlijst een verwijzing naar de website van Jeff Gaspersz waar interessante artikelen en blogs op te vinden zijn over innovatie, inspiratie en creativiteit. Boeken heeft hij ook geschreven, en zijn ook te leen via Zuyd Bibliotheek. Dat was de inspiratie voor dit blog.

Het initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen, hoort natuurlijk bij mijn werk. Ik ben / wij zijn ook betrokken bij Zuyd Innoveert. En hoewel daar mooie macro-en microprojecten uit voortkomen, blijft natuurlijk de vraag hoe innovatief zijn wij, is Zuyd? Gaat het bij Zuyd Innoveert om de innovatie (een resultaat bereiken) of om de innovatiekracht (het proces dat het vernieuwend vermogen aanspreekt)?

innovation

cc by Missy Schmidt

Innovatie is een term waar iedereen een beeld bij heeft. Het geen neutraal woord, zegt Gaspersz. Veelal verbindt men het met uitvindingen. Het echter inmiddels een term geworden dat te pas en te onpas wordt gebruikt. Everett Rogers (2003) die in zijn boek Diffusion of Innovation (gebaseerd op zo’n 500 wetenschappelijke onderzoeken) getracht heeft patronen te ontdekken in verspreiding van innovaties, zegt hierover:

An innovation is an idea, practice, or object that is perceived as new by an individual, organization, or other unit of adoption

Ja, dan is veel innovatie! :)
Onderwijsinnovatie is een complex, divers proces dat op verschillende niveaus door verschillende actoren afspeelt, schrijft Verbiest (2014) in zijn boek Leren Innoveren. Innovaties verlopen wel, zegt Rogers, volgens een bepaald patroon: van de kennismakingsfase naar overtuigingsfase; in de beslissingsfase wordt al dan niet de keuze voor een innovatie gemaakt om in de implementatiefase de innovatie in te voeren zodat in de confirmatiefase de innovatie onderdeel wordt van de dagelijkse praktijk. Veel onderwijsinnovaties struikelen na de overtuigingsfase (Verbiest, 2014) omdat de begeleiding vaak beperkt blijft tot de kennismakings- en overtuigingsfase. Docenten worden (eenzijdig) geïnformeerd en na een eenmalige workshop niet verder begeleidt. In het diffusieproces speelt communicatie een belangrijke rol. Het zorgvuldig kiezen van je communicatiekanalen hoort hierbij veel aandacht te krijgen. Dat wat ik gevoelsmatig al wist en doe, wordt door de theorie bevestigd :) . Zowel voor het verspreiden van innovatie als het aanwakkeren van innovatiekracht in een organisatie is communicatie van groot belang. Gaspersz somt diverse tips op om duidelijk te communiceren over de uitgangspunten van innovatie in de organisatie, zoals: deel met anderen waar je innoverend mee bezig bent, innoveren doe je samen en over het vieren van innovatiesucces. Hij benoemt ook “innoveren is ieders verantwoordelijkheid en hoort bij het werk”. Maar innovatie vraagt om een dubbele betrokkenheid, zegt Gaspersz. Het zal vast niet in jouw functie-omschrijving dan wel in de cao staan dat jij, ik, wij, medewerkers van Zuyd verplicht zijn om regelmatig met nieuwe ideeën komen. (Zou wat zijn, hè?). Wanneer medewerkers dat wel doen, is dat dus omdat ze zich intrinsiek betrokken voelen bij hun werk. Dat is mooi. Dat moet beloond worden. Niet alleen met (de Zuyd Innoveert) projectgelden maar ook met het faciliteren van tijd, ruimte en infrastructuur zoals experimentele (ict-)omgevingen :) (Michel van Eemden, 2014).
In de kern gaat het over een heldere visie op innoveren. En innoveren moet je organiseren. Het komt niet vanzelf. Bij innoveren is 20% een creatief proces en 80% een zaak van organiseren en volhouden (Michel van Eemden, 2014).En het gaat wel om regelmatig nieuwe en spannende innovatiegerichte activiteiten te organiseren om innoveren steeds weer onder de aandacht te brengen. Door allerlei andere oorzaken (druk, tijd tekort) wordt innoveren wel belangrijk geacht, maar niet urgent genoeg.

Al vaker heb ik geciteerd uit het WRR-rapport ‘Naar een lerende economie’, ook nu weer:

Innovatiebeleid dat past bij Nederland erkent verschillende kennisbronnen, hecht ook belang aan vaardigheden en ziet innovatie vooral als een leerproces. Dit betekent zorgen dat nieuwe kennis en nieuwe ontwikkelingen snel en adequaat kunnen worden opgepakt. Goed innovatiebeleid is dan ook primair: de sterkte van het innovatie-systeem vergroten. En dat betekent kennisontwikkeling en -circulatie stimuleren, verbindingen tussen actoren verbeteren, ondersteunen waar zinvol en uitdagen waar mogelijk.

Het gaat dus om het lerend vermogen …. Hoe mooi past dat niet bij de missie van Zuyd: ‘professionals ontwikkelen zich met Zuyd’!
Bij onderwijsinnovatie gaat het vooral om het leren te verbeteren. Kwaliteit van het leren wordt ook bepaald door het didactisch handelen van de docent. Het verbeteren van onderwijs vraagt dan ook om het verbeteren van competenties van docenten en de kwaliteit van de schoolorganisatie en het onderwijssyteem. (Verbiest, 2014). Zoals eerder gezegd: een complex proces, maar wel een heel interessante!

Je weet dat ik vaker verzucht heb als het gaat om het adopteren van digitale communicatie: “waarom gebruiken ze al die beschikbare tools toch niet?”. Verbiest (2014) meldt in zijn boek dat het adoptie- of diffusieperspectief van Rogers er van uit gaat dat mensen tot vernieuwingen overgaan omdat ze de meerwaarde ervan ingezien hebben. En er wordt verondersteld dat de waarde of betekenis van de vernieuwing voor iedereen nagenoeg identiek zou zijn. Het belangrijkste bezwaar tegen het adoptieperspectief op onderwijsinnovatie is dat te weinig rekening gehouden wordt met de situatie, capaciteiten en de motivatie van de individuele docent die de vernieuwing dient in te voeren en te gebruiken. Ruimte krijgen in het adoptieproces voor het toepassen aan de eigen situatie is erg belangrijk. Het implementatieperspectief (voortgekomen uit de kritiek op het adoptieperspectief) wordt door Verbiest (2014) vooral gebaseerd op de theorie van Michael Fullan die de fasen van vernieuwen benoemt als: adoptiefase, implementatiefase en institutionaliseringsfase. Aandachtspunten in deze fasen:

  • Adoptieproces: bekwaamheid – bruikbaarheid – bronnen (resources)
  • Impementatieproces: ondersteuning en scholing – onderwijskundig leiderschap – flexibel plannen – empowerment
  • Institutionaliseringsproces: permanente ondersteuning en scholing – onderwijskundig leiderschap – inbedden in het beleid

Duurzaam innoveren kost tijd. Schattingen variëren tussen de 3 en 5 jaar ;)
Betekenis en betrokkenheid creëren is voorwaardelijk volgens mij als je het hebt over innovatiekracht. Hieraan besteedt Verbiest ook enkele hoofdstukken, maar dat is iets voor een volgend blog.

Judith

EIZT bij RTL XL

Ha Judith,

Vanaf 12 minuten zie je mijn college onderzoekers Alexander en Tom die met boeiend onderzoek bezig zijn bij EIZT. Je ziet ook Luc de Witte, de directeur van EIZT en het zeer leuke muziekzebrapad bij Plataan! Nog meer ‘dichtbij’ voorbeelden waar technologie en zorg elkaar kruisen.

http://www.rtlxl.nl/#!/medical-travel-297391/fb7fc4d4-042f-343b-87a6-3cd849d92743

Groet Marcel

Over reflecteren en rubrics, nav Volkskrant artikel #mli

VolkskrantHoi Marcel,

Mijn Twitter timeline stond vandaag vol met verzuchting en verbazing over het verhaal uit De Volkrant. Een opinie van Marijn van Dijk, die Nederlands studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en vervolgens de Master Leraar Hoger Onderwijs aan de VU volgde. De kop boven het artikel “Lerarenopleiding doodt alle talent en motivatie”.  Aanvullend hierop werd ook de link naar Folia Magazine (december 2011, zie pag 34) waarin ook al melding werd gemaakt over de kwaliteit en slechte organisatie van de ILO, de lerarenopleiding van de UvA.

Ik had de links even kunnen retweeten maar na lezing viel me een paar dingen op. Dit lukte me niet in 140 tekens te vatten. Gelukkig heb ik dit blog nog, ook goed voor een reflectiemomentje :).
In beide artikelen was er kritiek door de studenten op het vele reflecteren waar het in de opleiding om draait. Uiteraard vindt men het belangrijk om kritisch naar hun eigen functioneren te kijken, maar niet in de mate waarin dat nu gebeurt. Inderdaad je kunt reflecteren ook overdrijven.

Ik leg de ervaringen van deze studenten even naast mijn ervaringen bij de Master Leren en Innoveren (HBO ;) ). En ik herken ze wel. Ook ik vind het reflecteren op de rolontwikkeling niet elke keer super, maar het blijft maar beperkt tot zo’n 4x per jaar. Mijn masterstudie vindt elkaar feedback kunnen geven belangrijk, een manier om reflectie te stimuleren. En hoewel ik over de kwaliteit van mijn feedback wel eens zo mijn twijfels heb, zie ik er wel het belang er van in. Wij verwachten het immers ook van onze studenten, Kritisch kunnen denken wordt benoemd als één van de 21st century skills, die we zo belangrijk vinden. Toch? Dus ja ‘teach what your preach’.  Maar inderdaad met mate :) .

Wie vers van de universiteit voor de klas komt te staan heeft veel meer behoefte aan praktische kennis dan aan quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek

Dat quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek herken ik wel. Volgens mij heb ik dat ook al eens zuchtend tegen je gezegd. :)

In het Folia artikel stond: “Het leraarschap is een heel individualistisch beroep”. Euh? Is dat niet wat ‘we’ juist niet meer willen? Ik hoor rond mij heen over ‘deuren van klaslokalen wijd open zetten’, meer samenwerken bij onderwijsontwerpen, de vraag om intervisiesessies. Hebben studenten niet een erg traditioneel beeld bij de moderne docent? Kijk, dat inhoudelijke discussies over het vak bij de ILO worden afgewimpeld, lijkt mij ongewenst. Juist discussie over het beroep door deze jonge mensen, hier zitten vast toch wel friskijkers & dwarsdenkers tussen? Wat me in het Volkskrant artikel irriteerde, was het nadrukkelijk onderscheid dat gemaakt wordt tussen eerste- en tweedegraads docenten. Is iemand met een universitaire graad een betere docent? Wat is het beeld van deze jonge mensen bij het beroep ‘docent’?

Studenten met inhoudelijk talent worden door het beoordelingssysteem van de rubrics niet gewaardeerd, maar gereduceerd

Die discussie ga ik binnen mijn master ook regelmatig aan. Ik vind dat we te veel langs de meetlat van rubrics gelegd worden. Daar hou ik niet zo van :) Het leidt (bij mij) tot uiteindelijk me maar conformeren aan wat de juf of meester horen wilt. Ook deze kritiek lees ik in het Volkrant artikel, die herken ik dus wel. Helaas.
Kritisch denken, reflecteren, nadenken over wat je leert, je mening er over vormen, de dialoog aangaan, dat doe ik in dit blog en mijn MLI-blog. Ik vind dat hoort bij lerende professional. En ik blijf vinden dat ik mijn blogs meer zou moeten kunnen inzetten in mijn formeel leerproces, maar dat past (nog) niet in de rubrics. Jammer.

Judith

Van Interactie naar de 4d experience

Ha Judith,

Je weet als Disney (park) fan ben ik al lang bekend met het 4D element van attracties als: Honey I shrunk the audience, Toy Story of de nieuwe attractive Rattatouille. Het brengen van de extra dimensie van lucht zoals je die ook kent van Shrek 4D, Muppets 4D of PandaDroom van de efteling. Disney probeert dit dichtbij huis te brengen met Aireal. Check it out!

Next Dimension for your home, coming up!

Groet Marcel

Smartwatches (wearables) en hun toepassingen (2014)

Ha Judith,

Je weet dat er een groeiende interesse bij me is voor wearables en smartwatches and stuff a-like. Hieronder een onderzoek(je) van waar het ‘publiek’ in verschillende landen in geinteresseerd is om smartwatches voor te gebruiken. Health zal mijn ding zijn, maar onderzoek laat leuke dingen zien:

Het complete onderzoek “Wearables: geek chic or the latest “must have” consumer tech?” is na achterlaten van naam en e-mail via deze link te downloaden.

Kudo’s voor Stephen. P. Yang (@syangman)

Groet Marcel

Robot Kasper gaat in toekomst autistische kinderen helpen – 21 okt 2014 | L1 |

Ha Judith,

Collega’s Gert Jan, Claire en Kaspar bij L1 avondgasten gisteravond. De toekomst dichtbij, zelfs op Zuyd zelfs in het hier en nu!

Robot Kasper gaat in toekomst autistische kinderen helpen – 21 okt 2014 | L1 |.

Geniet!

Groet Marcel

With the Hoverboard Back to the Future!

Heej Marcel,

Heb je het al gehoord? Ik las het zojuist in MetroNieuws. Het Amerikaannse bedrijf Hendo is deze week gestart met een kickstarter campagne om de zwevende skateboard uit Back to the Future II te maken :) .

Als je 349 dollar investeert krijg je de Whitebox, een Hover Engine waarmee je kunt gaan experimenteren.
Wil je echt zweven op een skateboard, dat kan waarschijnlijk over een jaar maar dat kost je dan  minstens 10.000 dollar ;)
Alweer een voorspelling van Back to the Future 2 (waarin Marty en Doc naar het jaar 2015 reizen) die uitkomt!

Judith

Hoe hoog is jouw Imagination Quotiënt?

Hoe hoog is jouw Imagination Quotiënt, Marcel? ik vermoed hoog :) . Hoe hoog kan je nog niet weten, omdat het Imagination Institute (University of Pennsylvania) het komende jaar pas gaat proberen te komen tot een Imagionation Quotiënt, de dromerige tegenhanger van dat andere IQ, de Intelligentie Quotiënt. In het artikel uit de NRC van dit weekend: Dromers zijn niet dom – ze denken is psycholoog Scott Barry Kaufman aan het woord. “Spelen is leren”, zegt hij.

IQ

NRC Handelsblad, 18 oktober 2014

Kaufman is wetenschappelijk directeur van het Imagination Institute, dat opgericht is door Martin Seligman en die ken ik weer van allerlei artikelen over flow en positieve psychologie (met Csikszentmihaly, zie laatste gedeelte van dit blog).

Spelen bevredigt de basale menselijke behoeften aan onder meer vrijheid, verbondenheid en flow. Door te spelen leren kinderen hun gedrag te reguleren, met anderen onderhandelen, problemen op te lossen. En spelen legt de basis voor later succes in wiskunde en andere bètawetenschap.

En hoeveel studenten van jou gebruiken Lego niet om hun fantasiewereld vorm te geven? Vanavond start bij de Universiteit van Nederland een collegereeks van Rolf Hut en vanuit een wiskundige hoek gaat hij het hebben over onderwerpen als:

  • waarom heb je alleen een ansichtkaart en een fotolijstje nodig om een uitvinder te worden?
  • Waarom varen boten nog steeds tegen bruggen aan?
  • Hoe kun je met behulp van wiskunde de vijfde symfonie van Beethoven herkennen?
  • Waarom hoeft wetenschappelijk onderzoek helemaal niet duur te zijn?
  • Hoe kun je met een tuinslang het weer voorspellen?

Rolf Hut van de TU Delft wordt ook wel Nederlandse MacGyver genoemd. En hij gaat Lego gebruiken tijdens zijn colleges. Ik ben benieuwd!

Groet,
Judith

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 46 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: