The other side of the cube!

Ha Judith,

Iedere cube heeft twee kanten. Jazeker! Je dacht zeker 6 of 54 als je de losse vlakjes telt. Maar het gaat om de buitenkant en de binnenkant. Je weet dat je zo’n cube uit elkaar kunt halen en op kleur in elkaar kunt zetten. Of dat je legorobots kunt bouwen die hem oplossen ;)

Ehm oke – to the point, want creativiteit is geen van de aspecten in mijn huidige prestatieplan. Maar goed de volgende keer kies ik zelf mijn prestaties en de bijbehorende aspecten. Bij afstuderen bijvoorbeeld, waar ik vier beoordelaars heb die mijn werk beoordelen. Daar hebben we als opleiding de tijd en de ruimte om kwaliteit in de beoordeling heel persoonlijk te maken. En tevens leer je op dat moment door je eigen “rubriks” op te stellen ook weer.

Maar tijdens reguliere onderwijseenheden in ons eerste jaar moeten 7 verschillende docenten tot 220 studenten beoordelen. Diezelfde 7 docenten zorgen ook voor inspiratie, tijdens hoor-, werk-, en  discussiecolleges. Maar bij de beoordeling blijkt het moeilijk om te waarborgen dat de kwaliteit gelijk is. Tevens wil je binnen een bepaalde tijd 220 studenten beoordeeld hebben.

Ik ben met je eens. De meester-gezel relatie en volledige 1-op-1 beoordeling is het best en werkt meer motiverend. Zo lang we nog geen hologram beoordelaars of robot-beoordelaars hebben blijft dat lastig in een onderwijssetting zoals het HBO. Ik ben er van overtuigd dat zowel voor student als docent de Rubics Cube een kleurrijke veelzijdige tool kan zijn met verschillende mogelijkheden. Wellicht bied het niet de inspiratie (die zit hem in het spel) maar hij biedt wel duidelijkheid, inzicht en stelt de student in staat om richting te kiezen en stelt de docent in staat om gericht(er) te motiveren en inspireren.

Niet dat we daar al als faculteit zijn. Bij veel onderwijseenheden zijn we pas bij de eerste run met onze beoordelingsschema’s in deze vorm. Elk vlakje moet netjes zijn kleur krijgen, en precies worden geplakt. Dat kan best een run of 2/3 duren. Aangezien de MLI nieuw is vraag ik je om geduld, want ik weet hoe lastig het is. Help de docenten te kleuren, want alleen door jouw feedback kan het systeem groeien.

Grijns en inspiratie komt niet uit de tools, maar uit de docenten en medestudenten. Please try to see the other side of the cube ;) En voor briljante andere oplossingen hou ik me natuurlijk aanbevolen. Ze moeten wel werkbaar zijn. En nee de kaart kwaliteitsdenken schiet te ver door mag nu niet, want op dit moment in onze context is dat realiteit.

Groet Marcel

Van (peer)feedback tot professioneel beoordelen

rubric

CC-BY lupzdut

Mijn allergie om via rubric beoordeeld te worden, is je wel bekend hè Marcel. Het is iets waar ik binnen mijn formeel leertrajct gewoon mee heb te dealen. Ik weet ook dat mijn weerstand niet door al mijn medestudenten wordt gedeeld. Het is mijn ‘dingetje’ :( Een rubric is een standaard voor het objectief beoordelen van studenten. Docenten vinden ze handig voor het geven van objectieve beoordelingen en dat ze daardoor beoordelingen van verschillende docenten beter kunnen vergelijken. Studenten vinden het fijn om het als sturing te gebruiken bij wat van heb verwacht wordt. Mij belemmert het alleen maar. Ik kijk er ook bijna niet naar. Daar zit natuurlijk ook het probleem *grinnik*. Rubrics zorgen bij mij voor hokjesdenken. Ik wil eigenaar zijn van mijn eigen leer- en beoordelingsproces. Ik wil leren. Ik wil me ontwikkelen. Ik wil feedback. Die feedback krijg ik oa van ‘peers’, mijn medestudenten. Heel belangrijk. Dat vindt Hattie ook. Feedback is een belangrijk onderdeel binnen mijn opleiding. Hoewel ik het belang van peerfeedback zie, zijn mijn peers ook lerende in hetzelfde proces en vallen wellicht in dezelfde kuilen als ik. Daarom is feedback van docenten, begeleiders voor mij ook heel belangrijk. In de leerarrangementen die ik volg worden dit soort feedbackmomenten ook wel ingepland, maar niet altijd even just-in-time. Ik snap dat dit organisatorisch erg lastig is als je werkt met takenplaatjes en uurbelastingen van docenten. Voor mij als student is dat niet altijd fijn.

Nu wordt niet binnen alle leerarrangementen op dezelfde wijze de feedbackmomenten van docenten ingepland. Ook dat is gewoon een feit. Ik kan dit gewoon accepteren en niet over zeuren :) Maar ja, je kent me hè? Onlangs had ik het met een van je naamgenoten over het verschil tussen het geven en ervaren van feedback van hbo-studenten en wo-studenten. En natuurlijk weet ik ook dat je niet over dé hbo-student of dé wo-student kunt spreken, maar ik herkende er wel wat in. De universitaire docent begeleidt en beoordeelt. Bij de MLI zijn deze veelal gescheiden. Daar is wat voor te zeggen. Een begeleider zou wel mede-beoordelaar moeten zijn. Hij/zij heeft immers zicht op jouw leerproces. Als ik een produkt moet opleveren dan wil ik dat dit een goed produkt wordt waarin ik heb laten zien dat ik geleerd heb. Ja, ik heb moeten leren dat vele ‘rode strepen in een Word-document’ van mijn onderzoeksbergeleider fijn zijn. Dat ze me uitdagen om na te denken, aan te scherpen, te verbeteren. Het blijft altijd even slikken, want je krijgt feedback op iets waar je veel tijd in hebt gestopt, en misschien ook wel trots op bent. Inmiddels heb ik ook geleerd om mijn eerste beoordelingen bij de MLI als een feedbackmoment te zien. En ook 2e beoordelingsmomenten. …

Maar toch … het knaagt.

Rubrics motiveren mij niet om te leren. Gepassioneerde docenten wel. Ik wil ook van hen leren. Ik wil van hen feedback kunnen ontvangen als ik daar behoefte aan heb zodat ik me ontwikkel. En niet alleen maar op het eindproduct tijdens de formele beoordeling. Voor mij zou de beoordeling een formaliteit moeten zijn van het ontwikkeltraject dat ik heb doorlopen. Tenminste dat lijkt me zo. Misschien zie ik het verkeerd hoor. Ik loop wel vaker tegen ‘het probleem’ dat ik als niet-docent een educatieve master volg. Misschien ligt hier ook de oorzaak dat ik niet begrijp waarom docenten met rubrics werken. Gaat het om objectiviteit? Bestaat objectiviteit? Ik weet dat ook dat studenten klagen als ze verschillend worden beoordeeld. Zijn rubrics ook een instrument om dit te voorkomen? Moet je objectiviteit wel nastreven?

Binnen deze masteropleiding leren en innoveren worden we als professionals gevoed en uitgedaagd met onderwijsvernieuwing en innovatie bezig te zijn. We lezen en ervaren de technologische en sociale innovatie op onderwijsorganisatie en didaktiek. We dromen over de toekomst van het onderwijs. We denken na over ons rol daarbinnen. Tsja en dan realiseer je dat binnen het formeel onderwijs het leren van de student nog niet centraal staat. Dat gepersonaliseerd leren nog lang geen feit is. Dat hybride leren niet gefaciliteerd en ondersteund wordt door beschibare technologie. Dat professioneel beoordelen nog geen feit is. Onze Domique, lector professioneel beoordelen heeft in haar lectorale rede gezegd:

Professioneel beoordelen betekent dat de student in de weg naar startbekwame beroepsbeoefenaar in een gebalanceerd en samenhangend programma van beoordelen een groot aantal beoordelingstaken uitvoert. Deze taken zijn ontworpen door bekwame beoordelaars. De beoordelingstaken leveren informatie c.q. bewijs over het kennen en kunnen. Bekwame beoordelaars verzamelen en interpreteren de informatie c.q. het bewijs op een zodanige wijze dat deze interpretatie niet alleen de studenten handvatten biedt die hen motiveren en inspireren beter te worden in de professie, maar ook leiden tot het nemen van betrouwbare, valide en transparante beslissingen over het professioneel vakmanschap, het onderzoekend vermogen en de mate van zelfontwikkeling. Het hele proces voltrekt zich in een leer- en werkomgeving waarin alle betrokkenen professioneel handelen en zich professioneel gedragen, in een leer- en werkomgeving die representatief is voor de professie en in een leer- en werkomgeving die is gericht op kwaliteitsbewustzijn en voortdurende kwaliteitsverbetering.

Wat vind jij er van? Wat zou Dominique van mijn worsteling vinden?

Het kostte mij weer even wat zijn om mijn gedachten hierover te structuren en in een blog te verwoorden. Ik heb weer geleerd, omdat ik dat wilde. En ik deze gedachten kwijt wilde in mijn buitenboordbrein. Vandaag weer uren gewerkt aan mijn herkansing. Peerfeedbackverzoeken zijn ingediend. Feedback van een docent krijg ik pas weer bij de formele beoordeling. Dus zit ik straks weer in spanning of ik het nu wel heb gedaan zoals de docent / de rubric het eist. Terwijl ik volgens mij in mijn blogs over al die onderwerpen heb aangetoond dat ik geleerd heb. En hoe! Of dit produkt nu wel studiepunten oplevert, blijft nog spannend. Over een maand weet ik meer.

Fijn weekend
Judith

Docentenbeurs Promoveren NWO part II

Ha Judith,

Het is stil geweest op de blog de afgelopen weken. Althans jij bent volop bezig geweest, maar ik heb tot begin maart zitten te werken aan een nieuwe aanvraag voor de promotiebeurs voor docenten van het NWO. Deze beurs zorgt ervoor dat Zuyd voor maximal 2 dagen in de week een vervanger kan inhuren voor mijn werkzaamheden voor een doorlooptijd van 4 jaar. Daarnaast krijg ik zelf nog een vergoeding om me te abonneren op journals, congresbezoeken of andere uitgaven met betrekking tot mijn onderzoek.

Een pittige job, dat aanvragen van beurzen ;) Een job die er ook voor gezorgd heeft dat andere werkzaamheden zijn blijven liggen, waardoor ik nu pas weer toe kom aan het vernieuwen, innoveren en kennis delen. Je merkt toch dat als er geen ruimte is om in werktijd te bloggen en op het moment dat je in de avonduren aan het schrijven bent aan voorstellen en projectplannen dat dan de energie om reflecterend te bloggen vaak ontbreekt. Wederom een teken dat het goed zou zijn als er ‘share-your-knowledge’ tijd zou zijn gedurende ‘werk-tijd’.

De veroorzaker van mijn blogluwte, de aanvraag, hieronder in verkorte versie:

Doel van het onderzoek

In dit onderzoek willen we via een user-centered en ontwerpgerichte methode een team-based serious game ontwikkelen en uittesten voor Cystic Fibrosis patiënten en hun sociale omgeving. Het doel van de game en van het onderzoek is het versterken van het zelfmanagement en het bieden van social support. Via deze weg kan de game CF-patiënten ondersteunen bij goed leefgedrag en therapietrouw.

De onderzoeksvragen zijn:

1. Welke behoeften hebben Cystic Fibrosis patiënten op het gebied van zelfmanagement en social support om aan de eisen te voldoen die het medisch beleid stelt ten aanzien van leefgedrag en therapietrouw?

2. Welke oplossingen binnen de game ontwikkeling kunnen in deze behoeften voorzien?

3. Aan welke technische en functionele eisen moet een game voldoen om het zelfmanagement en het bieden van sociale support van CF-patiënten te versterken?

4. Hoe ziet het prototype van de game eruit?

5. Is de game in de praktijk bruikbaar en toepasbaar en wat is de invloed op het zelfmanagement en het ervaren van social support?

Cystic Fibrosis (CF) is een aandoening die effect heeft op verschillende organen waaronder longen, alvleesklier, lever en darmen. CF wordt gekenmerkt door ophopingen van taai slijm en manifesteert zich via ademhalingsproblemen, problemen met de spijsvertering en extreem verlies van zout via zweet. Er is een grote kans op een specifieke vorm van diabetes (Konrad et al., 2013). CF-patiënten ontwikkelen vaak een chronische luchtweginfectie (berucht is de bacterie Pseudomonas Aeruginosa) en vanwege onderling besmettingsgevaar (kruisinfectie) wordt het CF-patiënten sterk afgeraden om elkaar te ontmoeten (Mansfeld, Bonten, Ent, Willems, & University, 2014). Patiënten met CF hebben momenteel een gemiddelde levensverwachting van rond de 40 jaar (MacKenzie et al., 2014). Wereldwijd zijn er meer dan 70.000 mensen met CF, waarvan in Nederland 1.500 mensen, ondersteund door een sterke patiëntenorganisatie: NCFS. Het intramurale team van zorgprofessionals betrokken bij een CF-patiënt is multidisciplinair (o.a. maag-darm-leverarts, longarts, verpleegkundige, fysiotherapeut, psycholoog, sociaal werker, apotheker, diëtist), daarnaast spelen eerstelijns hulpverleners (huisarts, fysiotherapeut) ook een rol.

Zelfmanagement en therapietrouw zijn twee belangrijke pijlers van het medisch beleid. Hoe beter de patiënt met CF hiertoe in staat is, des te beter is zijn kwaliteit van leven (Walker, Swerissen, & Belfrage, 2003) en hoe hoger zijn levensverwachting (O’Donohoe & Fullen, 2014). Sociale steun van de directe omgeving en sociale interactie met lotgenoten beïnvloeden in sterke mate de ervaren kwaliteit van leven en zijn bovendien gunstig voor het vermogen tot zelfmanagement (Besier, 2012).

Informatietechnologie kan een belangrijke rol spelen ter bevordering van zelfmanagement (Marcano Belisario, 2013; Solomon, 2008). Computerspellen zijn een bijzondere vorm van informatiesystemen. Binnen de zorg stijgt het gebruik van games (Wattanasoontorn, Boada, García, & Sbert, 2013). Games met de impliciete bedoeling om kennis over te dragen of een gedragsverandering te realiseren, worden serious games genoemd. Serious games kunnen fysieke activiteiten motiveren (Kharrazi, Lu, Gharghabi, & Coleman, 2012). Serious games in de zorg worden vaak individueel gespeeld en beperken zich tot inzicht in de eigen prestaties of het vergelijken van eigen presentaties met die van anderen. In de literatuur zijn aanwijzingen dat samenwerking de patiënt een beter gevoel kan geven, het zelfmanagement kan verbeteren en de levenskwaliteit kan bevorderen (Barker, Driscoll, Modi, Light, & Quittner, 2012) (McGonigal, 2011; Schmidt & Bannon, 2013). Het blijkt dat vormen van samenwerkend gamen het sociale contact bevorderen zowel binnen als buiten de virtuele spelwereld (Kyong Jin, Damania, DeLong, & Srivastava, 2011).

Recent zien we dat ontwikkelaars van serious games hun game-technologie inzetten om de voordelen van social support en zelfmanagement te combineren (Chiu et al., 2014; Greenop, Glenn, Ledson, & Walshaw, 2010; Sabadosa & Batalden, 2014). Een voorbeeld van een van de eerste onderzoeken die de gevolgen van dergelijke games beschrijft gaat over patiënten met licht hersentrauma die de game SuperBetter spelen (Roepke, 2013). Deze ontwikkelingen bieden ook mogelijkheden binnen de CF-zorg.

De game voor CF-patiënten zal worden ontwikkeld in een iteratief proces, waarin bij iedere iteratie de eindgebruikers van het spel zullen worden betrokken. Zo komen foute keuzes of nog niet benoemde wensen tijdig aan het licht. We zullen een combinatie van ontwerpmethoden hanteren uit de informatietechnologie en de medische technologie, namelijk ‘ontwerpgericht onderzoek’ en ‘user-centered design’. Zo houden we maximaal zicht op de mogelijkheden van de informatica en de behoeften van de zorg.

Methode/Plan van aanpak

De onderzoeksmethode is een ontwerpgericht onderzoek zoals dat wordt ingezet bij informatiesystemen en software engineering (Wieringa, 2014). Deze methodiek wordt gecombineerd met een user-centered design benadering zoals die wordt gebruikt bij de ontwikkeling van medische technologie (De Rouck, Jacobs, & Leys, 2008; Martin, Norris, Murphy, & Crowe, 2008; Shah, Robinson, & AlShawi, 2009). Het ontwikkelproces verloopt iteratief, in een multidisciplinair team en systematisch. Vertegenwoordigers van potentiële eindgebruikers zijn vanaf het begin betrokken bij de ontwikkeling van de game. Met eindgebruikers wordt bedoeld: CF-patiënten, vertegenwoordigers van de sociale omgeving van die patiënten en de zorgprofessionals.

methoderesearch

Figuur 1: Stappenplan user-centered ontwerpgericht onderzoek

Oriënterend literatuuronderzoek

Door middel van een reeds gestart literatuuronderzoek in de vorm van een focus review (Schmitz, in voorbereiding), wordt in beeld gebracht:
• Hoe team-based gaming bij patiënten met een chronische ziekte een meerwaarde kan hebben voor hun zelfmanagement en social support.
• Welke game bouwstenen (Elverdam & Aarseth, 2007) zijn geschikt om zelfmanagement en social support te versterken.

De verzamelde literatuur wordt thematisch geanalyseerd. (Arksey & O’Malley, 2005; Kitchenham & Brereton, 2013). De resultaten van dit voorbereidend literatuuronderzoek zullen in de verschillende stappen van het onderzoek worden ingezet.

Het plan van aanpak is verdeeld in vier stappen: A problem investigation, B solution (re)design, C design validation en D design implementation (zie figuur 1). Elke stap vormt een cyclus die doorlopen wordt totdat het beoogde resultaat is geleverd. Dit resultaat vormt de input voor de volgende stap die op een soortgelijke manier wordt doorlopen. Als gaandeweg blijkt dat de input toch niet voldoende is, kan de vorige stap opnieuw doorlopen worden. Het totale ontwerpproces is dus opgebouwd uit een viertal geneste cycli. Hieronder wordt per stap de methode beschreven.

A. Problem investigation

Deze stap is opgedeeld in twee substappen A.1. Identify en A.2. Concept Development..

In stap A.1. Identify worden de stakeholders, hun belangen en doelen en de context van de zelfzorg (i.e. zelfmanagement en social support) van CF-patiënten in kaart gebracht. Als input gebruiken we de resultaten van het voorbereidende literatuuronderzoek. In deze stap diepen we dit verder uit door middel van drie focusgroepdiscussies van potentiële eindgebruikers. Onderwerpen die aan bod komen zijn de behoefte aan sociale ondersteuning, gevoeligheid voor gaming, de mogelijke inhoud van een game en de technologieën die ingezet kunnen worden. De resultaten van de eerste focusgroep vormen input voor de tweede groep enzovoort. De bijeenkomsten worden opgenomen op video/audio, de gesprekken worden verbatim uitgetikt en thematisch geanalyseerd.

In stap A.2. Concept Development worden de bouwtekeningen (conceptuele en architectuur modellen ) van mogelijke methodieken beschreven die CF patiënten kunnen ondersteunen op het gebied van zelfmanagement en social support. Ook de onderliggende mechanismen en de gevolgen voor stakeholders, goals en context worden beschreven. We gebruiken het voorbereidende literatuuronderzoek en de resultaten van stap A.1 als input hiervoor.

B. Solution (re)design

In stap B wordt het prototype ontwikkeld. Dit gebeurt in een aantal stappen:

In stap B.1. Requirements worden de functionele eisen van de eindgebruikers in kaart gebracht op basis van de resultaten van de focusgroepdiscussies (zie stap A.1.).

In stap B.2. Existing Design Patterns worden de technische eisen geformuleerd die aan het product worden gesteld. Dit gebeurt op basis van een vergelijking van de eisen van de eindgebruikers (stap B.1), de bouwtekeningen uit stap A.2. en bestaande beschreven ontwerppatronen uit de literatuur. De ontwerppatronen, design patterns, met de beste match worden gebruikt als basis voor de ontwikkeling van het prototype.

In stap B.3. Create new design wordt op basis van input uit stap B.1. en B.2. een nieuw design gemaakt in de vorm van een initieel prototype. Dit gebeurt door teams van studenten van de faculteiten ICT, gezondheidszorg en social work onder leiding van de onderzoeker. Tevens wordt geïnventariseerd aan welke gebruikerseisen het gekozen design pattern niet kan voldoen. In deze gevallen wordt maatwerk geprogrammeerd.

C. Design validation

Een testplan wordt gemaakt op basis van de output in stappen A.1., A.2. en B. Het gemaakte prototype wordt gevalideerd met behulp van dit testplan. De testen worden uitgevoerd door het projectteam. Dit is het proces van afstemmen van verwachtingen en wensen ten opzichte van wat het product in de uitvoer doet. Dit wordt gedaan middels Technical Action Research (Wieringa, 2014). Eventuele wijzigingen in keuzes worden genoteerd en meegenomen als input voor een volgende cyclus.

Het prototype zal in minimaal drie cycli (stappen A t/m C) getest en aangepast worden. Na de derde aanpassing wordt het prototype aan een panel van nog niet eerder bij het onderzoek betrokken beoogde eindgebruikers en experts worden voorgelegd. Middels persoonlijke interviews en via een focusgroepbijeenkomst verzamelen we input bij deze groep met als doel nagaan of het prototype van de game voldoende aansluit bij de behoeften en de doelen zoals geformuleerd in fase A.1. Als dit nog niet het geval is, wordt er nog een extra cyclus uitgevoerd.

D. Design implementation

Het prototype van de game wordt in deze fase bij een nieuwe groep eindgebruikers getest. Eerst zal de bruikbaarheid van de game worden geëvalueerd in een usability study. Vervolgens zal de haalbaarheid van de implementatie in het zorgproces worden geëvalueerd in een feasibility study.

D.1. Usability (Nielsen, 1992). Dit onderdeel wordt in twee ronden uitgevoerd van elk vijf teams eindgebruikers (CF-patiënten, hun sociale omgeving en zorgverleners). Via de think-aloud methode zullen spelers aan de observator kenbaar maken hoe ze in het spel hun weg zoeken en tegen welke problemen ze aanlopen. Na afloop van het spel zal via semi-gestructureerde interviews en opnames op video een analyse plaatsvinden. Na verbetering van het spel herhalen we dit proces met vijf nieuwe teams.

D.2. Feasibility. Twee groepen van elk rond de 10 spelers, zullen gedurende zes weken de game spelen in een niet-gerandomiseerde gecontroleerde pilotstudie met als uitkomstmaten de mate van fysieke activiteit, social support en goal-setting. De fysieke activiteit wordt gemeten met een activiteitenmeter. Social support wordt gemeten met behulp van een gevalideerde vragenlijst zoals de Nederlandse versie van de Social Support for Exercise Behaviour (Stevens, Bakker van Dijk, de Greef, Lemmink, & Rispens, 2000) of de Multi-dimensional Scale of Perceived Social Support (MSPSS) zoals gebruikt door Roepke en McGongial (Roepke, 2013) bij aanvang en na afloop van de interventie. Goal-setting wordt gemeten gedurende de interventie met behulp van de Goal Attainment Scaling (GAS) (Turner-Stokes, 2009). Na afloop van de zes weken worden twee focusgroepbijeenkomsten gehouden met de spelers. Hierbij zijn ook de onderzoeker en een gespreksleider aanwezig. Op basis van de analyse van de metingen en de discussies zal de onderzoeker een advies opstellen over hoe de game toe te passen is in de praktijk.

Literatuurreferenties

Arksey, H., & O’Malley, L. (2005). Scoping studies: towards a methodological framework. International journal of social research methodology, 8(1), 19-32.
Barker, D. H., Driscoll, K. A., Modi, A. C., Light, M. J., & Quittner, A. L. (2012). Supporting cystic fibrosis disease management during adolescence: the role of family and friends. Child: Care, Health & Development, 38(4), 497-504.
Besier, T. L. (2012). Growing up with cystic fibrosis: achievement, life satisfaction, and mental health. Quality of Life Research, 21(10), 1829-1835.
Chiu, M.-C., Chen, C. C.-H., Chang, S.-P., Chu, H.-H., Wang, C., Hsiao, F.-H., & Huang, P. (2014). Motivating the motivators: Lessons learned from the design and evaluation of a social persuasion system. Pervasive and Mobile Computing, 10(Part B), 203-221.
De Rouck, S., Jacobs, A., & Leys, M. (2008). A methodology for shifting the focus of e-health support design onto user needs: a case in the homecare field. International journal of medical informatics, 77(9), 589-601.
Elverdam, C., & Aarseth, E. (2007). Game Classification and Game Design. Games & Culture, 2(1), 3.
Greenop, D., Glenn, S., Ledson, M., & Walshaw, M. (2010). Self-care and cystic fibrosis: a review of research with adults. Health Soc Care Community, 18(6), 653-661.
Kharrazi, H., Lu, A. S., Gharghabi, F., & Coleman, W. (2012). A scoping review of health game research: Past, present, and future. GAMES FOR HEALTH: Research, Development, and Clinical Applications, 1(2), 153-164.
Kitchenham, B., & Brereton, P. (2013). A systematic review of systematic review process research in software engineering. Information and Software Technology, 55, 2049-2075.
Konrad, K., Scheuing, N., Badenhoop, K., Borkenstein, M. H., Gohlke, B., Schöfl, C., . . . Holl, R. W. (2013). Cystic fibrosis-related diabetes compared with type 1 and type 2 diabetes in adults. Diabetes/Metabolism Research & Reviews, 29(7), 568.
Kyong Jin, S., Damania, S., DeLong, C., & Srivastava, J. (2011). Player and Team Performance in Everquest II and Halo 3. Potentials, IEEE, 30(5), 21-26.
MacKenzie, T., Gifford, A. H., Sabadosa, K. A., Quinton, H. B., Knapp, E. A., Goss, C. H., & Marshall, B. C. (2014). Longevity of Patients With Cystic Fibrosis in 2000 to 2010 and Beyond: Survival Analysis of the Cystic Fibrosis Foundation Patient Registry. Ann Intern Med, 161(4), 233.
Mansfeld, R. v., Bonten, M. J. M., Ent, C. K. v. d., Willems, R. J. L., & University, U. (2014). Pseudomonas aeruginosa colonization in patients with cystic fibrosis; population structure, the Dutch clone and effects of segregation.
Marcano Belisario, J. S. (2013). Smartphone and tablet self management apps for asthma. Cochrane Database of Systematic Reviews(11).
Martin, J. L., Norris, B. J., Murphy, E., & Crowe, J. A. (2008). Medical device development: The challenge for ergonomics. Applied Ergonomics, 39(3), 271-283.
McGonigal, J. (2011). Reality is broken: Why games make us better and how they can change the world: Penguin.
Nielsen, J. (1992). The usability engineering life cycle. Computer, 25(3), 12-22.
O’Donohoe, R., & Fullen, B. M. (2014). Adherence of Subjects With Cystic Fibrosis to Their Home Program: A Systematic Review. Respiratory Care, 59(11), 1731-1746.
Roepke, A. M. (2013). Results of A Randomized Controlled Trial: The Effects of SuperBetter on Depression. Retrieved from http://annmarieroepke.com/superbetter-positive-gaming/
Sabadosa, K. A., & Batalden, P. B. (2014). The interdependent roles of patients, families and professionals in cystic fibrosis: a system for the coproduction of healthcare and its improvement. BMJ Quality & Safety, 23(S1), i90.
Schmidt, K., & Bannon, L. (2013). Constructing CSCW: The First Quarter Century. Computer Supported Cooperative Work: The Journal of Collaborative Computing, 22(4-6), 345-372.
Shah, S. G. S., Robinson, I., & AlShawi, S. (2009). Developing medical device technologies from users’ perspectives: A theoretical framework for involving users in the development process. International journal of technology assessment in health care, 25(04), 514-521.
Solomon, M. R. (2008). Information technology to support self-management in chronic care: a systematic review. Disease Management & Health Outcomes, 16(6), 391-401.
Stevens, M., Bakker van Dijk, A., de Greef, M. H., Lemmink, K. A., & Rispens, P. (2000). A Dutch version of the Social Support for Exercise Behaviors Scale. Percept Mot Skills, 90(3 Pt 1), 771-774.
Turner-Stokes, L. (2009). Goal attainment scaling (GAS) in rehabilitation: a practical guide. Clinical Rehabilitation, 23(4), 362-370.
Walker, C., Swerissen, H., & Belfrage, J. (2003). Self-management: its place in the management of chronic illnesses. Aust Health Rev, 26(2), 34-42.
Wattanasoontorn, V., Boada, I., García, R., & Sbert, M. (2013). Serious games for health. Entertainment Computing, 4(4), 231-247.
Wieringa, R. J. (2014). Design science methodology for information systems and software engineering.

Blog exporteren

Ha Marcel

Voor de MLI heb ik voor 2 leerarrangementen moeten bloggen. Vorig jaar op het einde van het 2e leerarrangement toen we alles moesten inleveren tbv accreditatiecommissie, werd ons gevraagd alle documenten in PDF op te sturen. Ik heb toen op mijn MLI-blog JOULE4JOU een blogbericht geplaatst hoe je een blog kunt exporteren naar PDF.

Voor het leerarrangement waar ik nu mee bezig ben, bloggen we ook. Nu wordt het wel verplicht je blog te exporteren en in te leveren. Dit is niet zo moeilijk. Zowel bij WordPress als bij Blogger bestaat de mogelijkheid om je blog te exporteren.
Maar dan ontvang je een XML-bestand …. Niet zo handig om te lezen voor je beoordelaars en de accreditatiecommissie :(

Daar is wel een handig hulpmiddel voor: Blogbooker.

Nu bedacht ik me gisteravond dat ik op JOULE4JOU voor 3 leerarrangementen heb geblogd, terwijl ik over een paar weken alleen de blogberichten van het laatste leerarrangement moet inleveren. Als ik mijn blog exporteer, dan exporteer ik het hele blog.

mmm. Wat nu ? Think. Think….

Daar heb ik nu het volgende op gevonden: Blog exporteren -> XML-bestand via Blogbooker converteren naar PDF -> via PDFtoWord converteren en vervolgens in Word de juiste blogpost selecteren en dat vervolgens weer in PDF opslaan.

Misschien kan het handiger? Heb jij een idee? Voorlopig ben ik het zo van plan. Ik heb er maar even een powerpointje van gemaakt en in Slideshare geüpload. Ook handig voor mijn medestudenten en voor docenten die bloggen didactisch inzetten en blogberichten summatief beoordelen en daarom zo’n 7 jaar moeten bewaren.

Judith

 

LegoX: bouwen & 3d printen!

Jij bent een Lego-fan toch hè Marcel. Heb je al dit filmpje van LegoX gezien?

“With Lego X, you just use Lego bricks to create digital models without ever touching a computer software”.

Volgens de video …

When you play with Lego, you see much more in it than plastic bricks. They are the fastest way to turn your ideas into reality. What if you could keep and share each of these ideas? Lego X understands what you are building, and what you are seeing.

“The app allows users to store the digital models and export the 3D files to use as they wish, for purposes including 3D printing” via

Cool hè? Nou kan je met deze app alles wat je bouwt ook gewoon uitprinten en bewaren! Geweldig toch?
Een groep Gravity Research Club heeft dit LegoX project bedacht. Ze zijn te volgen via het twitteraccount LegoX . Blijkbaar hebben ze geen connectie verder met Lego zelf. Lees meer hierover via
Lijkt me ook super voor jouw ICT-studenten!

Judith

Life is a game?

Hi Marcel!

Een blogpost van Stephen Downes triggerde me qua titel ‘The dark side of gamification:) waarin hij verwees naar deze korte (7:50) futuristische video Sight. Een afstudeerproject van Eran May-raz and Daniel Lazo voor de Bezaleal academy of arts.

sight

In het onderwijs proberen we game-elementen toe te voegen om studenten meer gemotiveerd te krijgen. Collega José is net terug van de UCLA en zag dat daar gamification een intrinsiek onderdeel is van het onderwijssysteem. Dat is natuurlijk nog maar peanuts bij wat in dit toekomstbeeld geschetst wordt. Ik vind het (nog) een beetje creepy? En jij?

groet,
Judith

 

Wilfred Rubens heeft ook geblogd nav deze film http://www.te-learning.nl/blog/waak-voor-doorgeslagen-gamification/

Samen aan de tekentafel

Hi Marcel,

Van ons éénjarig MOOCZI-project van jouw ICT-faculteit hebben wij de waarde van een ontwikkelteam (waarbij een Instructional Media Designer, onderwijskundige en informatiespecialist betrokken was) gezien en erkend. Tijdens het studiejaar 2013-2014 dat we hier mee bezig waren, hebben we dat ook overal verteld en dat doe ik nu nog steeds. Onze ervaringen zijn niet uniek. Ook andere hogescholen en universiteiten hebben dezelfde ervaringen. Wil je je onderwijs (modules) online (blended?) aanbieden dan moet je naast nadenken over tools, vooral aandacht hebben voor ontwerp en didactiek. Van een moderne docent wordt dan misschien wel verwacht ook een goede designer te zijn, de vraag naar ondersteuning om dat te realiseren, ligt er heel nadrukkelijk ook.

Op het MOOCZI-blog heb ik over de sessies die ik tijdens Dé Onderwijsdagen 2014 heb gevolgd over blended, open en online leren/onderwijs ook al geschreven:

  • Ontwerpen van onderwijs moet eens serieus genomen worden, zei Peter Sloep. Ook als je begint met open en online onderwijs, betekent dat terug naar de tekentafel. Hanteer daar bij een ontwerpmethode, zoals. Zie ook zijn bijdrage aan deze thema-uitgave over didactiek in open en online onderwijs.
  • Ondersteun docenten bij het ontwikkelen van e-content met een begeleidingsteam of een ontwikkelteam. UMC Utrecht heeft door het project ‘Onbegrensd leren’ veel ervaring opgedaan met 2 verschillende ontwikkelmethodes. E-modules werden of ontwikkeld door een team van experts (onderwijskundigen, instructional media designers etc) waarbij het aanleveren van content de verantwoordelijkheid was van de docent, of ontwikkeld door de docent zelf in de ontwikkeltool Storyline, waarbij het ontwikkelteam op de achtergrond beschikbaar was voor advies en ondersteuning. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen en heeft een eigen kostenplaatje. De door hen ontwikkelde e-module wijzer, een applicatie waaruit de elementen van een e-module (zoals interactieve werkvormen) kan worden geselecteerd en een bijbehorend kostenoverzicht wordt gepresenteerd, komt (over een jaar) open beschikbaar. Ze hebben goede ervaringen met een gestandaardiseerd (ook qua vormgeving) ontwikkelproces. Dit project heeft veel draagvlak bij het management die ook voor een behoorlijke financiële injectie heeft gezorgd.

Ook op SURFspace las ik vorige week een bijdrage van Heino Logtenberg van Saxion over Instructional Designers. Ook op deze hogeschool zijn ze bezig met gemixte vormen van onderwijs en hebben ze een werkwijze ontwikkelt mbt educational design en instructional design.

En nu is het echt noodzakelijk dat we binnen het advies- en ondersteuningsteam gaan werken aan instructional design. Dat kan er niet zo maar er even bij dat begrijpt iedereen erg goed. Het is een nieuwe functie die onlosmakelijk verbonden is aan het succesvol en kwalitatief hoogwaardig in voeren van online/blended onderwijsarrangementen.

Hogeschool Utrecht timmert ook goed aan de weg, praktijkvoorbeelden genoeg als het gaat om blended onderwijs. Uit onderzoek van de UM blijkt …

De meta-analyse laat zien dat het invoeren van blended onderwijs niet automatisch tot een verrijking en dus verbetering van de kwaliteit van onderwijs leidt. Vaak is naar voren gekomen dat de invoering van blended learning een aanleiding is voor het herzien en verbeteren van instructiematerialen en leeractiviteiten. Dit heeft onderzoeksmatig het nadeel dat de twee onderwijsvormen moeilijk te vergelijken zijn. Praktisch gezien heeft het voordelen omdat de invoering van blended onderwijs een hele goede impuls kan zijn voor verbeteren van de kwaliteit van instructiemiddelen en leeractiviteiten. De onderzoekers adviseren daarom in het de onderzoeksrapportage om de hype van de invoering van blended learning te gebruiken als een kans op gelijktijdige heroverweging en herontwerp van de instructiemethoden en daarmee de gehoopte onderwijsverbetering te bereiken.

Business Background and symbol

Free download via GraphicStock

Natuurlijk zitten wij als Zuyd ook niet stil :) Ook in het DLWO-visietraject van Zuyd wordt hier uiteraard rekening mee gehouden. Ik zie vergevorderde initiatieven rondom het ‘blended’ maken van onderwijs waarbij ook aandacht is voor de ondersteuning. Het project Video@Zuyd komt in een volgende fase, en ook daar hoor en lees ik ideeën mbt het formeren van teams met onderwijskundige, instructional designer, een blended learning expert om samen met docenten het onderwijs een vernieuwende impuls te geven. Zou het dan toch …..?
Als we echt willen/gaan inzetten op video, online, blended, open, levenlang, learning communities, flipped of hoe we het allemaal ook noemen, dan hoop ik dat Zuyd ook stevig inzet op het proces waarbij de docent, curriculumcommissie, opleiding geholpen en ondersteund wordt door ontwikkelteam. Samen aan de tekentafel en co-creëren!

Vanuit mijn cirkel van betrokkenheid en cirkel van invloed zal ik er aandacht voor blijven vragen :)

Groeten,
Judith

 

 

Een onderwijskunstenaar die praat in primaire kleuren #Niekée # Agora

Zoals je weet, Marcel, ben ik afgelopen week op bezoek geweest bij Niekée te Roermond. Je kent het gebouw vast wel van de buitenkant. Ben je er al eens binnen geweest? Het is echt een bijzonder open, kleurrijk, uitnodigend gebouw. Naast (grote!) klaslokalen zijn er ook leerpleinen en leerboxen met elk een eigen thema (zoals deze tijdelijke Dungeons & Dragons box). In onderstaand filmpje krijg je een indruk van het gebouw. Via hun zeer informatieve website kan je nog meer Niekée beleven.

Sjef Drummen, jouw dorpsgenoot, noemt zich zelf onderwijskunstenaar en is de Locatie Unit Leider van Niekée. Zoals hij zelf zei: hij praat in primaire kleuren, niet in 50 tinten grijs, er is weinig ruimte van nuances. We kregen een gepassioneerd verhaal. Voor ons stond een man met visie. Een waterval van woorden werd over ons heen gestort met weinig ruimte voor (kritische) vragen. Ik heb me maar mee laten voeren met zijn enthousiasme.

Het huidige onderwijs is als V&D, het is vertrouwd, we zijn er mee opgegroeid maar we hebben het niet meer nodig!

Toen zij ruim 10 jaar geleden mochten gaan bouwen aan een nieuwe school hebben de ontwerpers zich afgevraagd: wat hebben we nog nodig van het oude onderwijsbestel? Niets was de conclusie. Volgens dit onderwijsconcept is kennis niet het doel van onderwijs, het is het middel voor zelfontplooiing van het individu. Kennis is namelijk niet bepalend voor het denkniveau van het individu, brainactivity wel. En dat stimuleer je ook door meer met ‘verbeelding’ bezig te zijn.

Generaties zitten al in huidige (oude) onderwijsbestel, daardoor zijn we geconditioneerd en kunnen we niet meer outside the box kijken als het gaat om ander onderwijs. Uitgangspunten bij de ontwikkeling tot deze innovatieve school waren/zijn:

1. Gezonde boerenverstand gebruiken.
2. Wat zegt je intuïtie?
3. Wat zegt de wetenschap?

Uiteraard (volgens Drummens) zijn deze leerlingen uitgerust met een iPad. Deze zijn voorzien van GPS waardoor ‘getrackt’ kan worden waar ze zijn. Het onderwijs is volledig ict-gestuurd in een agile-learning-approach. De elektronische leeromgeving Flightplan hebben ze zelf ontwikkeld met een ontwerpers uit Oost-Europa. Helaas ging Sjef Drummen niet verder in op de werking van deze omgeving. Ze leiden zo hun leerlingen op tot ADHD-ers: AutoDidactHelemaalDigitaal.

Het traditionele onderwijs is zo ondynamisch, het ligt te veel vast in rooster. Bij Niekée wordt de jaarplanner tweewekelijks geupdate. Daarnaast kunnen ruimtes ook niet gereserveerd worden, zoals het auditorium waar wij zaten. Het heeft nooit tot problemen geleid.

Leerkrachten willen te veel het leerproces van de leerlingen beheersen. In dit onderwijsconcept wordt het leerproces een gezamenlijke verantwoordelijkheid van leerling, leerkracht en ouders. Er horen geen grenzen te zijn tussen de 4 milieus (1) thuis, (2) school, (3) straat, (4). en het virtuele wereld.

Als je kinderen de toekomst wil ontnemen dan moet je ze een vak leren

Ook zo’n heerlijke ongenuanceerde uitspraak van Sjef Drummen. Hij pleit voor creativiteit, lef en flexibliteit als competenties voor deze snel veranderende samenleving. Wij hebben allemaal een natuurlijke weerstand tegen veranderingen. We moeten echt leren laveren in de storm. De enige zekerheid is de onzekerheid van morgen. Dat betekent ook voor leerkrachten als zij leerlingen de verantwoordelijkheid geven voor hun leerproces, dat zij niet weten hoe hun onderwijs de volgende dag eruit ziet. De leerling vraagt. De leerkracht is de coach. En toetsen is een schijnzekerheid *grinnik*

De uitdaging van het onderwijs is dus die leerknop op ‘on’ te laten staat.

De vernieuwingen bij Niekée hebben geleid tot Agora. Dit nieuw onderwijsconcept noemt Sjef Drummen ‘vlinderonderwijs’ (Kinderen van nu zijn rupsen, zijn getransformeerd in vlinder). Samen met de Open Universiteit is men in een jaar tijd op basis van wetenschappelijke concepten gekomen tot deze vorm van gepersonaliseerd leren. Het gaat om 100 leerlingen, 100 leerroutes. In augustus 2014 zijn ze gestart met 34 leerlingen, een hetrogene groep van VMBO tot gymnasium.

Aan de voorkant ervaren leerlingen vrijheid. Aan de achterkant is Agora structuur. Hoe meer vrijheid aan de voorkant, hoe strakker de structuur aan de achterkant moet zijn. Dat lijkt een paradox, maar is het niet. Zonder die structuur wordt leren willekeur, chaos, doelloos, stuurloos en een gevaarlijk experiment. Leraren werken op Agora op basis van een gedegen pedagogische en didactische aanpak en worden ondersteund door technologie die een leerling in staat stelt om zijn eigen leerroute zichtbaar te maken en per dag te laten zien wat hij vandaag weer meer geleerd heeft dan gisteren.

Bij Niekée volgen 600 leerlingen (52 nationaliteiten) onderijs waarbij 40% minder traditionele lessen worden verzorgd. Dit alles met een team van 55 leerkrachten. Van dit team zijn er 8 leerkrachten die werken binnen het vernieuwde onderwijsconcept Agora. Hier zijn 80% van de traditionele lessen geschrapt. De leerkrachten krijgen veel (alle) verantwoordelijkheid. Door het vertrouwen dat door het management hiermee wordt uitgesproken is de betrokkenheid van deze professionals groot.
(noot: de verhouding leerkrachten – leerlingen lijkt mij wel heel royaal)

Ook bij dit onderwijsconcept is de holistische benadering van het kind uitgangspunt, ouders zijn medeverantwoordelijk. Alle docenten gaan op huisbezoek en ouders worden verplicht 2 dagdelen te participeren op school.

agile

Die wereld is te rijk om niet curriculum-dekkend te zijn. De enige ingreep die we doen is de wereld verdelen in een wetenschappelijke -, kunstzinnige -, sociale -, spirituele – en ethische wereld.

VIB

“Laten we gewoon alleen nog doen wat goed is voor leerlingen”, daar kan ik alleen maar mee instemmen. Als je uitgangspunt is zelfontplooiing van kinderen dan moet dit voor leraren ook gelden. En dat blijkt want de docenten geven aan het eind van elke dag een cijfer van welbevinden (goed idee!), dit gemiddelde ligt altijd ruim boven de 7.
En tsja als wilt veranderen dan is dat een kwestie van ‘gewoon doen':). Dat kan. Dat hebben Sjef Drummen en zijn collega’s bewezen.

Groeten,
Judith

De citaten in dit blog zijn van Sjef Drummen en/of afkomstig van de website van Agora.
Sjef Drummen praat niet alleen in primaire kleuren hij schildert ook zo. Ik vind zijn kunstwerken mooi. Ik weet niet of ik ze hier mag delen? Met verwijzing denk ik wel:)

dynamisch-rood

Dynamisch rood van Sjef Drummen

 

 

“Uit het raam staren is ook hard werken” #SLB5 #MLI

Hi M & M,

Vandaag had ik via Skype mijn 5e SLB-gesprek, Marcel. Het was een interessant ‘filosofisch’ gesprek over wat goed onderwijs is en wat mijn rol daarbij is. Dank Michiel! Ik had deze ochtend wat frustratieblogs in mijn hoofd zitten. Uiteraard weer over dezelfde issues die je wel van mij kent, Marcel en waarover ik ook al vaker geblogd heb. De regeldruk die door alle lagen van het onderwijs doorsijpelt; het gecontroleerde wantrouwen. De docenten die zo graag willen maar tegen grenzen lopen en ook stoppen met uitdagende werkzaamheden waar geen uren voor zijn ingeroosterd. We verlammen elkaar op deze manier. Iedereen ziet ‘t maar het verandert niet.

Misschien moet ik weer in mijn ‘mindful’-pose; in het hier en nu leven en niet verder kijken. Dat is lastig als je voor LA4 zo bezig bent met toekomstscenario’s en voor je werk met een DLWO-visie. Ik heb ook wel makkelijk praten. Ik zit niet midden in het onderwijs met een overvol rooster. Ik zit in een team dat de blik naar voren heeft gericht. Alhoewel het nog steeds de vraag is hoe het verder gaat met ons I-team. De reden om aan deze master te beginnen was uiteindelijk om de mogelijkheden uit te breiden gezien onze onzekere positie. Misschien niet de beste reden om aan een mastertraject te beginnen. Maar ach, het merendeel van mijn medestudenten doen het om dat een mastertitel in het onderwijs verplicht wordt/is. Ook zo’n onzinnige prestatie-afspraak. Of daar het onderwijs beter van wordt…

En natuurlijk ga ik door. Ik wil nu dat papiertje. Opgeven is geen optie.

Ik bezit wel enige doorzettingsvermogen ;) Daar attendeerde een collega mij op tijdens een ‘reflectie’-momentje. Zij vond het bewonderingswaardig dat ik steeds weer probeerde om iets in gang te zetten. Zij zou allang zijn afgehaakt. Dat klopt inderdaad wel. Iets waar ik ‘heilig’ in geloof, zoals open kennisdelen en co-creëren (mbv sociale media) zal ik elke keer ondanks teleurstellingen en tegenslagen weer met nieuwe energie aan beginnen.

We hebben gesproken over dat ik ontzettend veel geleerd heb tijdens deze master. Je krijgt andere input via docenten en medestudenten, je ziet verschillende verbanden, je krijgt nieuwe inzichten. Daarover bloggen is voor mij een feestje, dat wordt ook gewaardeerd en bewonderd door medestudenten en MLI-docenten, alleen dat levert geen studiepunten op. Het is wel weer handig voor mijn integratiefase. Het wordt trouwens nog spannend of ik daar aan mag beginnen. Je krijgt daar een go or no go voor, gebaseerd op je studiepunten. Nou hoop ik half april wel de punten voor LA3 en LA4 binnen te halen. LA5 is nog een klusje …. Krijg ik vandaag ook nog te horen dat mijn onderzoek als ‘paper’ geaccepteerd is bij de ORD …. om de druk nog maar een beetje op te voeren …. Hoop wel dat ik vanaf eind april me volledig kan focussen op mijn onderzoek zodat ik in juni daar nog een aardig verhaal kan vertellen.

Ik heb dus nog een paar pittige maanden voor de boeg. Werken aan 3 leerarrangementen is veel. Het is vooral het denkwerk wat een mentale belasting oplevert. Inderdaad, zoals jij zei Michiel: “uit het raam staren is ook hard werken”.

windows eyes

CC-BY Michael Coghlan

Heb ik er spijt van dat ik aan de MLI ben begonnen? Nee. Ik heb prachtige mensen leren kennen en ik vind het superleuk om met die thema’s bezig te zijn die zo aansluiten op mijn werk. Maar ik kan toch wel de conclusie trekken dat social learning toch meer mijn manier van leren is en zal blijven.

Ik weet niet of een verslaglegging verwacht wordt. Daar heb je niets gezegd, Michiel. Of was je er van uitgegaan dat ik dat toch wel zou doen? :) Gelijk heb je!

Fijn weekend, allebei!
Judith

Mijn andere SLB-blogposts:

SLB5 – Ik weet dat ik niets weet
SLB4 – Bijleren en afleren
SLB4 – Tussenmeting van mijn rollen en houding
SLB 3 – Bezieling
SLB3 – “Nu nog onnavolgbaar” SLB2 – Eerste studiepunten binnen LA1
SLB2 – Storyline
SLB1 – Mijn 1e SLB-gesprek
SLB1 – Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek

Research Highlights

ResearchHighlightsHa Marcel, ik heb weer een leuke tip voor je :)

In het nieuwste nummer van InformatieProfessional las ik een bijdrage van oud-collega Leen Liefsoens over Research Highlights. Met dank aan haar maak ik nu gebruik van haar review van deze app.

In je promotietraject ben je nu bezig met je literatuuronderzoek, maar ook als deze is afgerond wil je natuurlijk op de hoogte blijven van nieuwe publicatie op je vakgebied. Dat kan nu ook met behulp van deze uitgeversonafhankelijke app van Elsevier die gebruik maakt van de citatiedatabase Scopus. Scopus is een wereldwijd interdisciplinair onderzoeksdatabank met samenvattingen en citaten van meer dan 5.000 internationale uitgevers, maar niet gratis. Met Rearch Hightlights heb je wel toegang tot deze meer dan 20.000 peer-reviewed tijdschriften van verschillende uitgevers. Ondanks dat je niet automatisch toegang hebt tot de full-text, ontvang je wel attenderingen en krijg je een mooi op maat en up-to-date overzicht van publicaties.

Je installeert de app en registreer je. Daarna kan je aangeven welke keywords, journals en authors je wilt volgen en welke boolean operators je hierbij wilt gebruiken. In je overzicht krijg je samenvattingen die je kunt mailen of kunt delen via de bekende sociale netwerken. Afhankelijk van de licentie en waar je het artikel opent (binnen de muren van Zuyd of ingelogd via DiZ) krijg je full-text toegang tot het artikel.

Mooi toch? Ga je ‘t uitproberen?
Ben benieuwd wat je er van vindt.
Judith

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 50 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: